Van recruut tot Indiëveteraan – Legernr 28-05-29-244

Onderstaande tekst is een transcriptie van een dagboek van een Indiëganger. Dit dagboek is aangetroffen in het archief van Henk Harrewijn. Wie de betreffende militair met legernummer 28-05-29-244 is geweest is onbekend. Mochten nabestaande dit dagboek herkennen kunnen ze uiteraard contact opnemen. De tekst is een grove a.i. transcriptie van de handgeschreven teksten en wijkt op sommige punten af van het origineel. De originele handgeschreven tekst is ook beschikbaar en zou gebruikt kunnen worden voor een meer nauwkeurige transcriptie. De afbeelding is gebaseerd op een tekening die was bijgevoegd bij de handgeschreven tekst.

VOORWOORD.

Dit logboek is een uitreksel van de brieven die dagelijks naar huis werden geschreven. Hoewel schrijver dezes, een artillerist was, kunnen alle militairen, van welk onderdeel dan ook, zich hierin terug vinden, omdat het een algemeen overzicht is van het militaire leven zoals dat dagelijks wordt ervaren. Er is opzettelijk niets vermeld over het strijdgewoel, want daar is genoeg over geschreven. Als chauffeur seiner van de artillerie waarnemer op veel vooruit geschoven buitenposten gezeten. Om indien nodig, artillerie steun te kunnen geven, waardoor het primitieve militaire leven in alle facetten mee gemaakt, misschien kan dit schrijven in een goedkope uitgeven gedrukt worden om tegen een veteranen prijsje in het bezit van oud militairen te komen, om te laten zien aan hun kinderen hoe heter in het leger aan toe ging. Opkomst in dienst tot vertrek naar Indië

Maandag 6 jan. 1948 begeven zich vele jongens op weg naar Schalkhaar waar zij in militaire dienst moesten komen. Met treinen getrokken door stoomlocomotieven kwamen zij uit alle oorden van het land, naar Deventer. Toen wij in Deventer op het station aankwamen, werd er rondgeroepen dat bij de uitgang militairen aanwezig waren die de recruten kwamen afhalen. We werden gelijk al in het gelid gezet, en marcheerden naar de uitgang van het station waar we door militaire auto’s werden opgehaald, die ons naar Schalkhaar, dat enige kilometers buiten Deventer ligt, brachten.
De kazerne, die nog gedeeltelijk in aanbouw was, is van een dorp op zich: grote gebouwen en lange pleinen. Bij de ingang worden wij ontvangen door een wachtcommandant. Daarna gingen wij naar een luitenant, die onze namen opschreef, en we een reglementenboekje kregen.
Daarna werden we onder de hoede van een wachtmeester gesteld. We kregen gelegenheid het brood wat we van thuis hadden meegebracht op te eten, en kregen we een mok met koffie.
Toen gingen we naar de indelingskamer, verschillende papieren moesten ingevuld en ondertekend worden, rentekaarten en distributiebescheiden inleveren enz. We werden ingedeeld bij een batterij, die weer bestond uit secties, hierna gingen we naar de kantine. Maar we waren daar nog maar net, toen de wachtmeester ons weer ophaalde en ons naar de fourier bracht. Hier kregen we onze

Uitrustingstukken, die allen in een grote zak waren verpakt. We moesten er alles uithalen, om te controleren of alles aanwezig was, o.a. een helm, 2 onderbroeken, 2 hemden, 2 paar sokken, handdoeken, scheerkwast, tandenborstel, laarzen, uniform, haarborstel, riemen, koppel, patroontassen, rugzak, broodzak. Elk stuk moest omhoog gehouden worden om te laten zien, dat we het hadden. Het was een potsierlijk gezicht. Alles moest zorgvuldig bewaard worden, want als je het kwijt was geraakt, moest je het zelf betalen. Verder kregen we diezelfde toen gidsen naar onze kamers, waar we verdere instructies kregen. We kregen een kast en een krib toegewezen waarin een strozak lag. Al onze uitrustingstukken moesten we uit de zak in de kast opbergen.
Daarna gingen we naar de dokter waar we gekeurd werden. Toen we daar vandaan weer waren geweest, trokken we onze uniformen aan, we waren letterlijk en figuurlijk soldaat gemaakt. Toen nog een pasfoto met nummer gemaakt. Daarna aantreden voor avondappel, en zo was de eerste dag in ons militaire leven voorbij. In de eetzaal kregen wij hutspot en pudding. Het slapen was nog onwennig op zo’n harde strozak, maar na de drukke dag vielen we snel in slaap.

Dinsdag 7 Januari 1947 Schalkhaar
½ 7 opstaan. Dit wordt aangegeven door een sirene. Wassen – aankleden – wolletje opmaken, dat is volgens voorgeschreven model de dekens opvouwen. Daarna appel voor de bedden, en wordt gekeken of je korrekt bent aangelkleed. De korporaal van de kamerwacht, die heeft de zorg dat de kamer keurig schoon is en moet de gehele dag op de kamer blijven. We liggen met 12 jongens…

Op een kamer en er heerst een fijne sfeer. Na het eten appèl, toen daarna met een korporaal terrein verkennen, ook moesten we naar een tandarts waar ons gebit werd gekeurd. Ook kregen we exercitie, sectie halt, rechtop, op de plaats rust, op, klonken onophoudelijk. Alles gaat hier uniform, en volgens strenge discipline, maar je went overal aan. Het eten laten wij ons goed smaken. We hebben vandaag ook onderricht gehad in rangen en standen zodat wij een korporaal van een generaal kunnen onderscheiden.
We krijgen ook opleiding voor chauffeur-seiner. Daartoe zijn ook al een paar man aangewezen die in dienst geweest, dan de kanonnier en andere functies bij de artillerie. Deze week mogen we nog niet de kazerne uit. Dus zitten we ’s avonds wat met elkaar te praten op de kamer. Ruimen onze kast nog eens wat beter op, en om ½ 10 is ’s avonds weer avondappèl, daarna aantreden voor de krib.

Woensdag 8 jan. 1948 Schalkhaar
De tijd vliegt gewoon om, allemaal nieuw indrukken en belevenissen. Vandaag hebben we alle knopen en gespen van koper gepoetst. Dat is nog een werk voor de eerste keer. Want het was goed, maar glanzen als goud. Op de kamer is het erg gezellig en we kunnen het goed met elkaar vinden. Buiten is het guur weer. Regen en wind. Om ½ 7 worden we ’s morgens gewekt, dan vlug wassen, aankleden, schoenen poetsen. Voor we moeten we keurig gekleed voor de krib staan voor appèl. Als de wachtmeester de kamer binnenkomt roept de kamerwacht “Orde P.P.!” waarna we allen in de houding

voor ons bed staan, we slapen 2 hoog. Nadat alles is geïnspecteerd, gaan we eten, en om ½ 8 op de appèlplaats waar de instructeurs ieder met een sectie staat aangetreden. Het is een mooi gericht iets, gaat er gedisciplineerd aan toe. Daarna is er exercitie, dat valt niet mee, vooral in de koude getrokken. Je moet wennen aan al die bevelen, om ze correct op te volgen. Maar we vinden het allen toch wel leuk, vooral als bij het commando “links uit de flank” er zijn die rechts afslaan, of rechtdoor lopen. Je moet wennen, en je kan in 2 dagen ook geen volbloed militair zijn. Het eten smaakt daarna des te lekker als we de gehele dag zo in de weer zijn. Vanmorgen hadden we brood met worst en thee, vanmiddag brood met kaas en koffie, vanavond aardappel, appelmoes en vlees. Vandaag hebben we onze eerste wapeninstructie gehad, met het rapen van generaal Bren, lader richten, vuur – P.P. alles op commando. Ook hebben wij theorielessen in rangen en Maleise taal. We tellen al van 1–10 in het Maleis:
Satoe – doea – tika – ampat – lima – anam – toetoeh – delapan – sepeloh.

Donderdag 8 jan. 1948 Schalkhaar
De dag verloopt bijna hetzelfde als gisteren, dus is er niet veel aan toe te voegen. Alles gaat volgens strenge discipline en regelmaat, en alles gaat in een snel tempo zodat je veel te verwerken krijgt en een dag 20 uur omslaat.

Vrijdag 9 jan. 1948 Schalkhaar
Van ½ 7 opstaan tot 7 voor de bedden is altijd haast je rep. Daarna van 7.30 eten (gerst/roompap), die bestaat uit een mess tin (broodtrommeltje), ‘krees’-mes en vork om ½ 8 op de appèlplaats. Daarna krijgen we

lessen in hygiëne, rangen leren, wapenkunde en natuurlijk exerceren. Vanmiddag aten wij aardappelen – en omdat het vrijdag is vis en appelmoes. We kregen vandaag ook onze eerste soldij: 1,25 per week. We hebben vandaag ook een veldtocht gemaakt. Ze hebben hier in de omgeving prachtige bossen. Zo’n veldtocht gaat recht door het doolhof, dus door velden en bossen maar ook over sloten en hekken, en andere versperringen. ’s Avonds hebben we weer zitten koperpoetsen.

Zaterdag 10 januari 1948 Schalkhaar
’s Morgens gewone dienst, om 12 uur eten we swert en panne. ’s Middags zijn we vrij. Om 2 uur was er een begroetingsbijeenkomst met de veldprediker, we hebben met elkaar psalmen en gezangen gezongen en daarna een korte meditatie. Het vriest nu weer, dus zijn we daarna onder leiding van een korporaal, want zonder leiding mogen we niet weg, naar buiten, een wandeling wezen maken. We hebben ± 7 km gelopen in de mooie bosrijke omgeving.

Zondag 11 januari 1948 Schalkhaar
Om ½ 10 was er in de kantine een kerkdienst. Om ½ 12 waren we geëindigd, dus hadden een uur lange middag slapen. ’s Middags hebben we onze zondagse tenue aan, want we hebben een openkapuniform. Daarna waren we vrij. Om ½ 11 hervormde dienst in kantine voor protestanten, om 8 uur was er een dienst geweest voor katholieken. Het psalmgezang wordt begeleid door een piano. Mooie en prachtige preek door geestelijke, dominee Meule, Johannes Evangelie, over de geschiedenis van de Heere Jezus in de tempel, op 12-jarige leeftijd.

Er werd aandachtig geluisterd. Verder hebben we de dag doorgebracht op de kamer, want we mochten de poort niet uit. ’s Avonds was er gelegenheid om naar het militaire tehuis te gaan. Er zijn geen katholieke of protestantse tehuizen, de meeste jongens gingen naar het katholieke tehuis, waar een R.K. avond werd gegeven, een soort cabaret. Toch gingen er ook nog veel naar het protestantse tehuis.
Om 8 uur ’s avonds moesten we in 2 groepen opstellen waarna we het exercitieterrein op gingen, waar we door militaire vrachtauto’s werden opgehaald. In iedere groep in 3 auto’s werden we naar Deventer gebracht. Het protestants militair tehuis was een verdiepingen tellend oud huis, in een smalle straat, je kwam in een huiselijke gezellige kamer, met tafeltjes, boeken, tijdschriften, spelletjes enz. Ook was er een orgel, waarop we heel wat psalmen en gezangen zongen. Het was er reuze gezellig. Captain Kersbergen zei: “ik voel de vader en moeder van het tehuis.” Waren eenvoudige mensen, je voelde je er gelijk thuis. Om 11 uur ’s avonds werden we weer opgehaald door 2 auto’s, en naar de kazerne gebracht.

Maandag 12 januari 1948 Schalkhaar
De gebruikelijke dagelijkse gang van zaken, we hebben ook alweer exercitie, wat in ’t begin erg moeilijk is, alles moet in een flits gebeuren.
“Presenteer geweer!” → in de arm geweer! → over de schouder geweer! → zet af geweer! Voor al dit laatste is altijd weer een hoogtepunt. Als al die geweren met een klap worden neergezet. Vanmiddag hebben we leuk geoefend: we gingen op stormbaan, klauteren over een sloot heen, aan houten schutting van 2.50 meter hoog. Daarna overhellen, weer in sloot, dan een lange boomstam over, een zogenaamde

evenwichtsbalk over een vijver, dus als je het niet haalt, ga je lopend onder. 3 jongens gingen dan ook het water in. Trouwens na zo’n stormbaan zie je van top tot teen onder de modder, en dan vooral als je het spat, het is een koude bedoening voor als je te water komt.

Dinsdag 13 januari 1948 Schalkhaar
Het is regenachtig weer, verder wordt het dagelijks schema, zoals eerder beschreven afgewerkt, alleen de kamerwachten boffen, want hoewel zij ervoor zorgen dat de kamer er piekfijn en schoon uitziet, zitten zij droog en warm binnen. Alleen de adjudant kijkt erg nauw bij de inspectie, dus het is nog geen lichte taak.

Woensdag 14 januari 1948 Schalkhaar
Vandaag met de mes A batterij naar Amsterdam geweest voor bloedgroepbepaling.

Donderdag 15 januari t/m zondag 18 januari
Rustige, eentonige dagen.

Zondag 18 januari
3 Zondagen met verlof naar huis geweest.

Maandag 19 januari 1948 Schalkhaar
Om 1 uur ’s middags waren allen weer terug van verlof, en om ½ 2 begon de dienst weer dus veel rust wordt er niet genoten. Bren-oefeningen, instructie en sport. Weer springen en theorie over krijgstucht, vuurgevecht enz. ’s Middags ½ 6 appèl, en ’s avonds nog wat lopen poetsen of geweer schoonmaken.

Dinsdag 20 januari 1948 Schalkhaar
Vanmorgen 2 km hardlopen gehad, wie eerst binnen was kreeg punten. De zon te voorschijn, te houden. 3 jongens waren binnen de 9 minuten binnen.

Woensdag 21 januari 1948 Schalkhaar
Er is vannacht heel wat sneeuw gevallen

Maar al gauw ging het dooien, zodat het een vieze rommel is buiten, en dat vlot niet mee als je, zoals vanmorgen, weer de stormbaan op moet. Er waren er maar 2 die van de evenwichtsbalk te water gingen, dus dat viel nog aardig mee. Verder hebben we een lange mars gemaakt, en dan verder nog veel theorielessen. Ook hebben we onze weekgelden, soldij, ƒ 2,25 weer ontvangen.

11 februari 1948 Schalkhaar
Zoals je ziet is er geen groot gedeelte datum tussen, want naarmate de gang van zaken dagelijks hetzelfde is, valt er niet veel te vermelden. De oefeningen worden steeds realistischer, er wordt met losse flodders geschoten. Dit is niet gevaarlijk, maar de veldlessen krijgen wel een grimmiger karakter en worden er bij gebracht, dat je in een snel tempo wordt klaargestoomd voor de werkelijke dienst. Zodoende vechten we zijn niet eenvoudig en hopelijk behoeven we dit nooit in werkelijkheid te doen. In dagen wordt dit door in een strozak te slapen, maar in werkelijkheid is het dan geen medemens.

Vrijdag 14 februari 1948 Schalkhaar
Gisteren zijn we naar de schietbaan geweest in Wezep. Nadat we met de trein gestopt hebben. ’s Morgens was het regen en wind, dus dat viel niet mee op die vlakke hei, maar ’s middags klaarde het weer op. Toen we in Oldebroek aankwamen, waar we geweer-schieten hadden, schoten 20 man. Om 1 uur waren we terug in de kazerne en hadden we geestelijke verzorging. De veldprediker mediteerde over Daniël in de leeuwenkuil en het gebed van Daniël, ondanks

het bevel van koning Darius dat dit niet mocht. Zo zien we dat wij, wat de geestelijke zaken betreft, God meer gehoorzaam moeten zijn dan de mensen. ’s Avonds hebben we onze wapens schoon gemaakt en zijn naar een instructiefilm geweest over schieten en bajonetvechten. Dit was gisteren 13/2. Vandaag zijn we allen nat teruggekomen van een velddienst. Dat kwam zo: we moesten een bos besluipen, over een open stuk hei, vol met poelen en plassen. In het bos zaten een paar korporaals met geweren, wij begonnen met losse flodders, en werden gecommandeerd “dekken P.P.!” We vielen natuurlijk allemaal plat neer, maar daar die poelen en plassen nogal diep waren, schoten we vooruit in ’t water. Het was een komisch gezicht, toen wij druipnat weer overeind gekrabbel waren, 20 jongens kregen hier voor de lol wat 25 in hun zakdoek, maar ondanks het natte pak stompen we verder. We zijn ook voor de medische keuring geweest. Eén van de jongens heeft niet geklaagd, tenminste dat vermoeden wij. Het is nog niet zeker, maar toch moesten wij 3 maal daags een pilletje innemen. Hoe droevig het ook is, toch moesten we lachen, want we hoorden op appèlplaats aantreden met een veldfles water. Alle jongens diverse gissingen werden gemaakt, want wij wisten nog van niets. Maar weldra werd dan bekend gemaakt waarom het was. En even later stond een ieder, van soldaat tot kapitein, een tablet naar binnen te slikken, allemaal gewoon op bevel op de veldfles, pijnlijk mond. Het was een cool gezicht.

Zaterdag 15 februari 1948 Schalkhaar

Alle gaan met week-end verlof, behalve de jongens die niet op zondag reizen en de kamerwachten waar-nemen. Nadat de opleiding in de luchtdoelartillerie kazerne Schalkhaar was beëindigd, werden we overgeplaatst naar Ede, waar we verdere opleiding zouden krijgen met de andere veldartilleristen.

In maart onder de warmen boden komen, in maart verhuisden we met alle jongens van de vooropleiding naar Ede, een echte garnizoensplaats met vele kazernes. Wij komen in de Elias Beeckmankazerne. De seiners en chauffeursseiners en verdere specialisten worden overgebracht bij de 2e specialistenbatterij in gebouw F. We zijn de hele dag bezig geweest met bouwen en schrobben van kamers, tafels, banken enz. om de jongens op te vangen die hier in dienst komen, dus best wel 41 R.V.A. En daarna moest alles voor in orde worden gemaakt. Het is een mooie grote kazerne, dat moet ik wel, want er komen 4000 jongens te legeren. Het leger is prachtig.

Donderdag 5 maart 1948 Ede
Vandaag is de nieuwe lichting opgekomen, zoals wij op 6 januari waren. Ontvangen ging het ook nu toe, alleen waren wij, die de jongens van de trein haalden en hen rondleidden en wegwijs maakten.

Zondag 7 maart 1948 Ede
’s Zaterdags in de kazerne een hele drukte, al de 800 jongens die van de week zijn opgekomen lopen nog in burger rond, want er zijn geen voldoende uniformen. Nu mogen ze toch de eerste 10 dagen de poort niet uit. Maar hier op het kazerneterrein is het ook mooi, met bossen en hei, waar je heerlijk kunt kuieren op zaterdags. Veel jongens lopen hand in hand te wandelen, die net terug zijn van hun commandant op het kazerneterrein mogen komen. Alleen de jongens die in januari zijn opgekomen […]

…zijn met week-end verlof naar huis, uitgezonderd de kamerwachten, koks, en de wachtposten bij munitie- en kledingmagazijnen, en de poortwacht.

12 maart 1948 Ede
De nieuwe lichting wordt aardig vertrouwd met het militaire leven, door herkennig dat het opgaat schieten dat men naar Indië gaan. We krijgen alweer injecties tegen tropische ziekten, en alles wat tot 4 I.R.V.A. behoort is nu onder de wapenen.

Woensdag 31 maart 1948 Ede
Vanmorgen regende het, maar na de middag was het weer droog. Het is een hele bedrijvigheid in de kazerne. Ieder op zijn eigen terrein is bezig, de seiners met radio’s en telefoons, de chauffeurs van auto en brencarriers zijn aan het sleutelen. Verder zijn er de exercities en theorielessen, en krijgen we instructies, die het soldatenleven in alle facetten doen worden geleerd.

Donderdag 1 april 1948 Ede
Het is buiig weer. ’t Ene moment schijnt de zon, even later klettert er weer een bui, maar weer of geen weer, de oefeningen gaan gewoon door. En na afloop smaakt de maaltijd des te lekkerder. Vandaag bestond het menu uit aardappelen, witlof en vlees.

Zaterdag 3 april 1948 Ede
Vanmorgen inspectie gehad van onze uitrusting, alles moest tiptop in orde zijn.
’s Avonds zitten poetsen, dat is wel een gezellige bezigheid zo met elkaar. Er worden dan heel wat soldatenwijsjes gezongen onder begeleiding van een harmonica. Vandaag mochten we weer met week-end verlof.

21 april 1948 Ede
Het is vandaag erg warm, we hebben ook al een zware oefeening gehad. Vanmorgen was er bezoek van een generaal. De meeste jongens waren met 36 auto’s naar het loonwerk, de naturen op de Veluwe nu in’t voorjaar overwegend mooi, en we genieten er dan ook van, zelfs tijdens de zware velddiensten.

29 april 1948 Ede
Vandaag zijn 36 jongens naar Breda vertrokken voor de haveropleiding. Trouwens door allen wordt ernstig gestudeerd en geoefend, want de artillerie is een omvangrijke wapen met zijn stuksbediening, verbindingsdienst, autorail en brencarriers, keuken, munitie- en materiaalwagens, aan- en afvoer. Overal moeten we voor worden opgeleid. Vooral de chauffeurs zijn altijd waarneer niet te binden op de oefenwegen en in het terrein. Trouwens de kabel- en telegraptdienst, hun draadverspreiders, hebben het heel wat af. 10 jongens hebben al bericht gehad dat zij als kwartiermakers naar Indië gaan. En krijgen 6 daags inschepingsverlof. Een dezer dagen is er ook een onderdag geweest met demonstraties, exerceren en sport. Ook met de kanonnen werden demonstraties gegeven. Het was jammer dat het af regende. Desondanks de parade van gewoon doch wordt in Wageningen gehouden voor een auditie generaal. Er was een militaire muziekkapel die artilleriemarsen speelde.

26 mei 1948 Ede
Vandaag weer enige jongens in dienst gekomen die ook een vooropleiding krijgen voor seiner, die zij dan tijdens vertrek door cursus moeten afsluiten. Als wij 4-I R.V.A. vertrekt naar Indië, verder is er elke dag hetzelfde programma af te werken.

We zijn bijna aan ’t eind, ook wat de theorielessen betreft, en gaan binnenkort naar Oldenbroek om het geleerde in praktijk te brengen.
2 Juni 1949 Ede
Elke dag regen, dat vat niet mee, dagelijks zijn we dan ook door nat, ondanks de regencape.
8 Juni 1949 Ede
Het weer is prachtig, vandaag zelfs erg warm, we zijn nu aan ’t oefenen in patrouilleloopen. Dat is leuk werk om zo met 6 jongens en een luitenant ’s nachts op verkenning uit te gaan.
14 Juni 1949 Ede
Dagelijks wordt er nu geoefend ook in batterij en afdelingsverband, alles practisch en theoretisch. De stukbediening bij de kanonnen, de verbinding mannen met hun radio’s en telefoontoestellen. De chauffeurs van de artillerietrekkers, chefs en gunners, bren carriers enz. Ieder op zijn eigen taak is gegeven dagtaak toonen.
Naar tusschen door nog eens naar de tandarts en zoo vliegen de dagen om.
23 Juli 1949 Ede
We zijn nu ingedeeld bij een oorlogs onderdeel en hebben ook ander kader personeel gekregen. De dienst die we nu doen is strenger en zwaarder dan de vorige tijd is geweest. We hebben onze oude spullen ingeleverd en nieuwe uniformen gekregen, ook onze tropenuitrusting zoals kleding – kampboe enz. Ook heeft elke chauffeur zijn auto of brencarrier gekregen waarop hij organisatorisch is ingedeeld, dat geld voor alle jongens, iedereen dolblij dat zij aanonnen weer nieuwe ordelijke moo inhaalt. We zijn ook nog eens naar Utrecht geweest voor longfoto’s en dergelijke, het is elke dag mooi weer.

24 juli 1948 Oldebroek
Vandaag een drukke dag. Vanmorgen met een colonne van ±120 voertuigen uit Ede naar Oldebroek vertrokken. Er zijn ook veel vakantiegangers op de Veluwe, het is ook prachtig weer. We zijn ondergebracht in barakken wat vroeger paardenstallen waren. Het is er gloeiend warm. Het is hier een groot schietkamp ± 20 km². Het ligt boven op een hoge heuvel, dus hebben we een prachtig uitzicht, in de verte is de Zuiderzee te zien.

4 augustus 1948 Oldebroek
Regelmatig weer met oefeningen, dagelijks oefenen met instelling Bren-gun van de kanonnen, de artilleristen noemen dit de stuksleden. Ook de verbindingsdienst heeft het druk met het aanleggen van telefoonverbindingen en het per radio doorgeven van berichten. Ook wordt er veel geschoten, het is een oorverdovend lawaai. De granaten zien en hoort ontploffen.

8 augustus 1948 Oldebroek
Dagelijks gaan de oefeningen door, ook in samenwerking met verkenningsvliegtuigjes, wat een hele bedrijvigheid geeft. We schieten met brisantgranaten lading 3 en rookgranaten, het is knap warm, voor P.O.’s zie je in de verte de inslag van de granaten. Onophoudelijk dreunen de salvo’s, om een voorbeeld te geven hoe alles in grote lijnen werkt, het navolgende: Met een brencarrier wordt naar het voorterrein gereden, waarin een bunker, de officier waarnemer met zijn gegevens, die door verkenningsvliegtuigjes vanaf deze verkenningspost wordt per radio of veldtelefoon doorgegeven, geven de inslag van de granaten op het doel.

En zonodig correcties ten opzichte van de precieze granaatinslag gegeven. Dit alles vereist in nauwe samenwerking tussen waarnemingpost en geschutopstelling.

21 sept. 1948 Oldebroek
De oefeningen zijn nu voorbij, en alles wordt voorbereid om de reis naar Indië te aanvaarden. De reis begint op vrijdag 24 sept.

23 sept. 1948 Oldebroek
Een dag van inpakken en klaarmaken voor afmars. Nog één nacht in Holland, waarin trouwens weinig geslapen wordt.

VERSLAG ZEEREIS – NEDERLAND–INDIË
Vrijdag 24 sept. 1948

Om 3 uur opgestaan. Nadat we gegeten hadden hebben we de bagage bij elkaar gezocht en op de goes gezet waarna wij buiten verzamelden. Een druilerige regen viel neer, toen we stonden aangetreden om naar het station gebracht te worden. Toen wij daar aankwamen was de drumband al gearriveerd die enige nummers ten gehore bracht. Om 7 uur vertrok de trein stampvol met militairen. In Amsterdam aangekomen waren er vele ouders en bekenden op het emplacement om nog een laatste afscheid te nemen. In de grote loodsen van de Mij. Holland werden we op koek en koffie onthaald, ook kregen we 2 pakjes sigaretten. Waarna we aan boord gingen van de Johan van Oldenbarnevelt. Het was een geweldig schip: 5 dekken en alles zo mooi. Het schip is 180 meter lang en 35 meter breed en ongeveer 100 meter hoog. Dus een reusachtig schip van 20.000 ton. Ook vielen direct op de vele Javaanse bedienden met hun kleurige hoofddoeken. Het gaf al echt een Indische indruk. Er zijn ongeveer 3.000 man aan boord, dus gaf dit een hele drukte. Bij het aan boord gaan stond er op de kade een muziekkorps van de Infanterie die voor vrolijke marsen zorgde. Ook was er een radiowagen opgesteld. ’s Middags om half vijf werd er aanstalte gemaakt om het schip te laten vertrekken. En om vijf uur verwijderde het schip zich onder het spelen van het Wilhelmus van de kade. Hierna klonken een donderslag en een hoera op en onder het overvloedend getoeter van schepen en het gefluit van treinen: vereen de haven uit, omringd door vele bootjes met familieleden. De wijvende met doeken de aandacht wilde trekken. Het was een bont tafereel. Langs de kade stonden ook duizenden toeschouwers en het gejuich was niet van de lucht. Langzaam kreeg het schip meer vaart en stuwenden wij door Noordzeekanaal. Toen wij Velsen passeerden moesten wij al ruimte om ons klaar te maken voor sloeproef. Hierna begaven wij ons naar de eetzaal, waarin wij aardappels, spinazie, vlees en pudding kregen opgediend door Javaanse bedienden. Het smaakte prima. Toen wij gegeten hadden lag het schip inmiddels in de sluizen van IJmuiden. Enige duizenden familieleden en bekenden hadden zich hier weer op de kade verzameld en er werden weer vele laatste groeten gewisseld. Nogmaals klonk een oorverdovend gejuich en een gezwaai van petten en shawls. Langzaam voeren wij tussen de pieren uit: zagen we Holland verdwijnen en alles wat tot afscheid zwaaiden de lichten van de vuurtoren over ons heen. Een vermoeiende dag zochten we onze slaapplaatsen (de bedsteden uit kleine ramen waar tussen zeldoek gespannen was) op. We liggen 3 boven elkaar en 2 naast elkaar. Alleen het dreunen der motoren is hoorbaar, anders zou je je niet kunnen voorstellen op een schip te zijn. Zo vaart de Johan van Oldenbarnevelt steeds verder van Holland af met 1000 jonge mannen aan boord naar een onbekende verte.

Zaterdag 25 september 1948
7 uur opgestaan nadat we ons gewassen en gekleed hebben zijn we aan dek geweest. Schitterend gezicht. De opgaande zon begroet ons reeds en het beloofd een stralende dag te worden. Aan de horizon passeren enige schepen ook zien we het lichtschip “Callaop” liggen. Om half acht eten, steeds weer valt de zindelijkheid op, waarmee hier wordt gewerkt. Elke pan of schaal wordt afs… gehaald. De eetzaal is ook prachtig. We aten witte broodstroop en pap na. Daarna zijn we aan dek gegaan waar we kennis maakten met de andere jongens. We passeerden de kust van Engeland. Duidelijk zijn de krijtrotsen te zien en steden zoals Dover enz. We hebben reeds 180 mijl afgelegd. We passeren veel oceaanschepen en andere kleinere vaartuigen. Er heerst een opgewekte stemming aan boord en er zijn gelukkig ook nog geen echte zeezieken, hoewel de langzaamheid in de Golf van Biskaje komen het schip begint te deinen. Om 12 uur eten we aardappelen met worteltjes vis-soep en pap. Bovendien krijgen we een peer. Om 10 uur vanmorgen is er een sloepenrol geweest, dan moet iedereen zo vlug mogelijk zich met een zwemvest om aan de hem aangewezen sloep begeven. Gelukkig het maar een oefening maar we moeten op alles voorbereid zijn want dergelijk veelvuldens losslaande mijnen. Verder is er niet veel te doen. We turen wat naar de Engelse kust die inmiddels uit het gezicht verdwijnt. Velen zitten te schrijven of zijn foto’s aan het maken. We varen met een snelheid van ongeveer 15 mijl per uur. De drumband speelt op het sloependek en is naast de 1ste en 2de schoorsteen. Het klinkt prachtig over het wijde water. Om 5 uur passeren we een eiland met hoge rotsen en zitten we in het kanaal. Het is prachtig stil water. Om kwart over 6 is het weer etenstijd. Aardappels haché brood kaas en stroop. Na het eten begeven we ons weer aan dek.

Het is, daar er toch 3.000 man aan boord zijn heel rustig. We zitten wat te kletsen met elkaar of doen een spelletje. We zitten nu op de hoogte van Brest. ’s Avonds is er dagsluiting. Dat is voortaan elke dag zo. Het is een rijke zegen om de almachtige Heer te mogen danken voor zijn weldaden. Er zijn veel jongens die hier naar toe gaan. Bij het zingen van de psalmen worden we begeleid door hoornblazers. Zo is de eerste dag aan boord ook weer verstreken.

Zondag 26 september 1948
Als we wakker worden merken we dat het schip langzamer vaart en ook harder stampt. Als we aan dek komen merken we dat wij in een mistbank zitten. Op het ogenblik zitten we in de Golf van Biscaye. De zee is buitengewoon rustig. Als je weet dat het hier ook tamelijk kan spoken. 17.15 gaan we eten wit brood stroop worst en pap.
Om 9 uur en 11 uur is er een kerkdienst. Omdat niet alle jongens die naar de kerk willen tegelijk in de zaal kunnen. Er zijn 4 dominees aan boord. En zodoende is er steeds een ander die de dienst leidt. Om 9 uur werd gepreekt uit Handelingen 1:10. Het was een rijke prediking die ons geestelijk versterkte en bemoedigde. Om 10 uur werd chocolade melk uitgereikt. Om 11 uur was de 2e kerkdienst waarin dominee preekte over Openb. 4. Er werden ook veel psalmen gezongen. De mist was inmiddels opgetrokken. En we varen met volle kracht vooruit. Er zitten dus ook onderdelen aan boord. Zoals infanterie, rode kruis troepen, aan en afvoer troepen, artillerie enz. We zien nu niets aan water rondom ons. Er passeren ook niet veel schepen meer. Om 7 uur vanmorgen zagen we een woon vuurtoren. Het is erg rustig aan boord. In de manschappenzaal zitten honderden te schrijven. Om 12 uur was het weer etenstijd. Dat zijn altijd weer hoogtepunten van de dag. We eten aardappelen kool vlees en pudding na. Er wordt in vier groepen (zittingen noemen ze dat) gegeten. Elke groep bestaat uit 800 man. Dus je kunt wel begrijpen dat daar enorm veel eten voor nodig is. Om 5 uur is er een kerkdienst die geleid wordt door onze aalmoezenier veldprediker Kramer. Er waren ongeveer 300 jongens. Vandaag kregen we nog een krantje met de radioberichten. Van alles wat zo blijf je toch een beetje met het wereld gebeuren op de hoogte. Vanavond aten we witbrood kaas en bruinebonensoep. Om half acht hoorden we de radio-uitzending naar Holland waar het schip zich bevind, hoe het weer is enz. We zitten nog steeds in de Golf van Biscaye dus het deint lichtjes. Om 9 uur was er weer dagsluiting. Dominee had een mooi onderwerp. Hij was onder de indruk van de machtige schepping Gods, en hoe wij nu tot die God mogen gaan in het gebed, of hij ons wil bewaren.

Maandag 27 september 1948
Het is weer tamelijk mistig dus varen we weer langzaam. We varen op de hoogte van Portugal. We zitten allemaal aan dek, want de schoonmaakploegen zijn bezig de ruimen op orde te brengen en daar er ook eerst inspectie is voor je weer naar beneden mag blijft alles boven, tot dit voorbij is. Vanmorgen aten we witbrood vis stroop en pap. Je ziet dat het menu dagelijks bijna het zelfde is. Tegen de middag trekt de mist op. Maar de zee is erg rumoerig. Je kunt goed zien dat we op de Atlantische oceaan varen. We passeren om 2 uur Oporto en morgenochtend 4 uur hopen wij op de hoogte van Lissabon te zijn. Om 12 uur aten wij aardappelen vis capucijners haché en pap. We laten het ons aller goed smaken. We passeren juist een Zwitserse boot, ook hebben wij de scheepscourant weer ontvangen een klein scheepje ter ondersteuning uit Nederland. Om 4 uur ontvangst van onze Cadi. 100 Engelse granaten 1 rep chocolade 1 ons toffees 1 pak stroopwafels 5 koeken en 2 rol pepermunt plus pakje lucifers. Zodoende ontbreekt het ons aan niets. Het avondeten bestond uit brood kaas stroop aardappelen haché. Velen begaven zich daarna weer aan dek want het was heerlijk weer. 9 uur dagsluiting en veel jongens die daarheen gingen. Dat was altijd heerlijk dat ook maar geestelijk voedsel begeerte is. Vele jongens hebben hun vuile wasgoed in emmertjes water en de week gezet om morgen te wassen. Om een uur of tien gaat alles weer naar kooi en vaart het schip steeds maar verder.

Dinsdag 28 september 1948
Om half 7 rollen we alweer uit onze hangmat. Na gewassen en gekleed te zijn, hebben we ons vuile wasgoed vernieuwd. We hebben zoutwaterzeep gekregen. Gewone zeep lost niet op in zoutwater. Op 1 lijn die over het dek gespannen zijn wordt alles te drogen gehangen. Het is een bont gezicht al die honderden hemden en broeken te zien wapperen. Het is schitterend weer ook passeren er weer enkele schepen. Om 7.15 uur is het etenstijd en zoals altijd is het menu weer prima brood en jam pap en koffie. Om 8.30 uur zien we grote school dolfijnen die met het schip mee zwemmen. Om 9 uur hebben we Maleise les. We leren het trouwens al aardig, door ook eens een praatje te maken met de Indische bedienden. Om 10 uur zien de majestueuze rotswanden van Kaap Vincent. Het is een fantastisch gezicht. Kleurrijk en op 9 uur afstand maar ook dichtbij dorpen met witte huizen en boven op de Kaap een grafkerk en een klooster met vuurtoren. Reusachtig mooi is de branding.

Er zijn grote holen onder in de rots. En daar loeit en brult de golfslag in. Zodat je het op de boot zelfs hoort. Boven op de rots zien we mensen staan als stipjes, maar weldra is dit mooie weer voorbij gevaren en bevinden we ons rondom in het water, en hoewel dit nooit verveelt, want het is een imponerend gezicht die eindeloze altijd bewegelijke watermassa. Ook zien we enige vissersbootjes rond dobberen die hun netten overboord hebben gezet.
We varen dus nu op de Atlantische oceaan. De temp. wordt ook aanmerkelijk warmer, daardoor merk je dat je steeds zuidelijker komt. Om half 12 eten we aardappelen vis kolen aardappel pap. Als we aan dek komen zien we zwermen meeuwen een teken dat we alweer dichter onder het land komen.
Hoewel deze nog niet te zien is. Het is rustig aan dek, alles zit zon beetje te slapen, of te schrijven of te lezen. Alles in een ontspannen sfeer. Het lijkt wel een vacantiereis op een cruiseschip. Om 4 uur krijgen we een vorstelijk maal aardappel brood stroop kaas en pap. Na het eten was alles weer aan dek.
De koers die Noord-zuid was geweest werd nu meer oostelijker.
Om half acht hadden we een schitterende zonsondergang. Het water heeft hier een prachtige blauwe kleur, dat we tot nu toe nog niet hebben gezien, want het was steeds bruin of groen geweest. We passeren nu ook weer schepen. Om 8 uur wordt aan de horizon land zichtbaar, ook zien we het aan en uitflitsen van een vuurtoren. Dit is een stukje van Noord-Afrika wat we zien. Ligt een 6 à 8 bezeffen hoe ver je van huis bent. Er doemen reusachtige silhouetten van de Afrikaanse kust voor ons op. Het is jammer dat het donker is want bij daglicht hadden we hier vast weer een prachtig schouwspel gezien. Maar dit wordt toch weer vergoed als we Tanger naderen, een reusachtige lichtzee van lampjes, ook liggen hier in zee veel boeien met lichtjes erop, die de vaargeul aangeven. Ook varen er een paar kleine bootjes rond het schip heen. Ook links van ons verheffen zich reusachtige rotsgevaarten. Een zwarte massa tegen de heldere sterrenhemel.
Ook hebben we een pracht gezicht op de stad Gibraltar zijn duizenden lampjes. Jammer dat we door de duisternis niet meer van de beroemde rots van Gibraltar kunnen zien. Langzaam verdwijnt dit alles aan de horizon en varen we op de Middellandse zee. Ook prachtig om ze te zien is het zogenaamde lichten van de zee, dan lijkt het wel of onder water een licht schijnt. Dit wordt veroorzaakt door miljarden diertjes. Om 10 uur begeeft zich alles weer naar de slaapplaatsen.

29 September 1948
Om half zes worden we gewekt door de prachtige tonen van de trompetten die Reveille blazen. Vlug wassen en aankleden en naar het dek. Uit zee zien we Kaap Gata oprijzen. Verder is er niet veel te zien. Het is al aardig warm. Ook deint het schip nogal wat het schrijven bemoeilijkt.
Het ontbijt bestaat uit witbrood (bruinbrood hebben we de gehele reis niet gekregen) postkroop en rijst.
Van de horizon zien we af en toe land van de Afrikaanse kust die bestaat uit rotsen. De Middellandse zee licht te blakeren in de zon. Om 11 uur begeven we ons naar de eetzaal waar we aardappelen pap vlees en spinazie naar binnen werken. Als we aan dek komen zien we als een enorme wolkenbank het atlasgebergte aan de horizon oprijzen. Er was ook een mogelijkheid om een radiotelegram te versturen met groeten voor luisteraars in Nederland waar door velen gebruik werd gemaakt.
Om 4 uur naderde we de kust en om 5 uur passeren we vlak onder de kust Terge. In een woord prachtig. Beschenen door de zon, verrezen daar de machtige rotsgevaarten waarvan de toppen tot in de wolken reikte. Halverwege tegen de helling lag een stadje van witte gebouwen met een vuurtoren.
Het was aan dek in de avondschemering heerlijk toeven, overal zaten groepjes gezellig te praten het is een reusige sfeer aan boord.
Vandaag hadden we ook medische keuring gehad. O.a. voor hoe we reageerden op de klimaatsverandering.
Zoals elke avond gaan er ook weer velen naar de dagsluiting waar in gebed, meditatie en het zingen van God de eer wordt toegebracht voor alle weldaden.

30 September 1948
Wanneer de Reveille geblazen is gaan we ons wassen en kleden en nadat we brood worst stroop en pap hebben genuttigd gaan we aan dek, vannacht zijn we Algiers gepasseerd.
Het weer is schitterend en rondom ons de diepblauwe Middellandse zee. Om ongeveer 11 uur doemen weer de machtige rotsstukken van Noord-Afrika op. Zo reusachtig hoog als hier hadden we ze nog niet gezien. De hellingen zijn op sommige plaatsen begroeid en hier en daar hangt als een zwaluwnest een gebouw of vuurtoren. We zitten nu op de hoogte van Kaap Bon. Het is precies 12 uur als die punt passeerden. Het weer een bonten bedoening van al het wasgoed want dagelijks zijn we je wassen. Het drogen is geen probleem want dat is met het mooie weer zo gebeurd.
Vanmorgen weer Malies les gehad. Hij vertelde ons iets over Soekaboemi waarheen we zouden gaan als we in Indië komen.
Wees op de prachtige bergen die we zojuist passeerden. En vertelde dat de bergen in Indië nog zo hoog waren. 2000 à 3000 meter als dat van de “daarover d.v.” 3 weken kunnen aankomen. Er zijn door het mooie weer al tot nu toe gehad hebben nog steeds geen zeezieken. Vanmorgen passeerden we de vulkaan, Kris die op de thuistreis was, Aan boord is ook een winkel waar je vanalles kunt kopen, ook een zwembad. En vele mooie zalen die je aan land misschien in een club zou aantreffen.

Als je zo alles ziet, waan je je niet op een boot. 2× daags krijgen we nu in verband met de warmte limonade. We naderen het eiland Malta. We varen nog steeds langs de machtige berggevaarten van de Noord-Afrikaanse kust, om 4 uur passeren we Sicilië.

Vrijdag 1 oktober 1948
Wanneer we aan dek komen is er van land niets meer te bespeuren. Het is stralend weer. Vannacht is de klok 11 minuten vooruit gezet. De zon staat bijna loodrecht boven ons. Het is knap warm. Het eten smaakt ons alleen nog prima dus dat betekent dat we gezond zijn.
Vanmiddag aten we aard. vlees kool soep en pap. Om half 12 passeerde er 7 Italiaanse oorlogsschepen. Vandaag moet de post worden ingeleverd, die in Port-Saïd zal worden opgestuurd. Nu als je ziet wat er is afgeschreven aan boord, dan zal de post in Holland wel overuren moeten maken om alles te bezorgen.
Vanmorgen kwamen we er achter dat de weg die we hadden afgelegd hadden genoteerd. Dit moest zijn per dag wordt er gemiddeld 380 mijl gevaren. 7 dagen maakt 7 × 380 = 2.660 mijl. Dagelijks werd op een grote landkaart een vlagje verzet die aangaf waar we ons bevonden alsmede de graden van Noordbreedte en Westerlengte enz. Ook het afgelegde aantal mijlen.
Het is vandaag precies een week geleden dat we uit Holland zijn vertrokken. We passeerden enige bootjes waarin we bezig waren met vissen van spons. Om 3 uur kregen we limonade. Dat smaakt best met de warmte. Er is aan boord een bibliotheek met duizenden boeken. Velen zitten dan ook te lezen. Ook zijn er diverse spelen zoals tafeltennis damspel schaak enz.
Momenteel is er aan dek niks anders te zien als water. Vannacht wordt de klok weer 31 minuten vooruit gezet. Dus leven we in totaal 3 kwartier later als in Holland.

Zaterdag 2 oktober 1948
Het weer is schitterend, maar tamelijk warm, onder ons dreunen de machtige machines van de boot, en varen we steeds verder, water, water en nog eens water, toch raakt het drinkwater op. En daarom is het maar goed dat we morgen in Port-Saïd zijn. Vandaag moest de post ingeleverd worden. Vandaag konden we weer limonade aan dek kopen, we krijgen wel limonade maar dat is gegarandeerd en aangezien we nogal eens dorstig zijn door de warmte is dat een heerlijke verfrissing. Elke dag wassen we onze kleren vuil worden we niet maar wel bezweet.
Vannacht wordt de tijd weer 19 minuten vooruitgezet en zijn we 1 uur en 11 minuten later dan in Holland.
We zitten nu ongeveer op de hoogte van Kreta-eiland Noordelijker in de Middellandse zee. Van land is niets meer te bespeuren.
Het is heerlijk dat je elke avond aan dek kan staan, zo verfrist naar bed te gaan.

Zondag 3 oktober 1948
Stralend weer, maar een ruwe zee. Het schip schommelde dan ook erg. Maar we zijn het nu al gewend, we laat haast niet meer merken. Om 6 uur worden we gewekt door de hoornblazers die ons met de Franse Reveille wakker maken omdat het zondag is zeker.
Het is een lange en deftig geblazen mars, als waren we alleen klaargewaakt.
Vandaag is alles in tropenkleding gestoken, de bemanning loopt ook in mooie witte uniformen rond.
Er waren weer 2 kerkdiensten, beide zeer goed bezocht, onze commandant wekt hiertoe dan ook goed op. Ds. Kramer preekte over de tekst “Komt tot mij alle die vermoeid en belast zijn en ik zal U rust geven” en voegde wij ons oproep voor catehesaties.
Vandaag aten we Hutsspot in verband met Leidens ontzet op 3 oktober wat op deze datum herdacht wordt. Het smaakte ondanks de warmte toch lekker.
Vanavond aten we in het wirohok ook al ter ere van Leidens ontzet.
’s Avonds 9 uur weer de dagelijkse afsluiting. Toen wij er over dachten om naar bed te gaan kwam Port-Saïd in zicht. Weldra was het dan ook een drukte van jewelste aan dek want hier werd in de eerste plaats post verwacht en ook eindelijk weer eens in de bewoonde wereld terecht te komen.
We passeerden enige betonde die met gejuich begroet werden.
We moesten helaas nog een uur wachten voor de loods aan boord was en al die tijd hebben we stil gelegen. Toen we eindelijk weer begonnen te varen was het een oorverdovend lawaai. We voerentussen een lange rij bakens door, aan de ene kant rood licht en aan de andere kant groen licht.
Even later voeren wij tussen de lange pijpen door die als golfbrekers door de haven fungeerde. Zo rustig als de zee de gehele dag was geweest zo kalm was het water nu.
Het was jammer dat het nacht was maar een volle maan zorgde ervoor dat het helder licht was. Direct vielen de oosterse gebouwen op en de prachtig verlichte straat en hun met palmen beplante oosterse bomen.
In de haven lagen reusachtige oceaanstomers en andere bootjes. Ook vielen de honderd zeilbootjes op hun scheefstaande driehoekige zeilen. In de straten zag men de mensen lopen in lange witte gewaden en rode fesjes. Ook andere typisch oosterse klederdrachten waren zichtbaar. Telkens als een oceaanstomer gepasseerd werd ging de sirene af geblèrd. Ook van de andere boten werd dan gezwaaid. In de mand van de haven kwam de Egyptische douane ons peloton aan boord. Gewapend met karabijn en sabel. Ze hadden bruine gezichten en een rode fes op. Ook zagen we grote gebouwen staan van de K.L.M. dat deed echt Hollands aan in die tropische omgeving.

Bij de ESSO (Egyptian Oil Maatschappij) ging het schip voor anker om te tanken. Toen de boot stil lag, het was toen 2 uur in de nacht, brak het tumult los. Niemand was naar bed gegaan maar ging over de railing om te kijken naar het bonte gekrioel op het water van tientallen bootjes die uit alle hoeken en gaten van de haven, zich naar de Johan van Oldenbarnevelt op weg waren met koopwaar. Weldra was er dan ook een bloeiende handel tot stand gekomen.
Beneden in de bootjes die in oosterse gewaden gehulde Arabieren met hun rode fes en aan boord duizenden Hollandse jongens. In gebroken Hollands Frans of Engels werden de waren aangeprezen. Vele krenten werden verhoord. Er werd heel wat afgelachen om al dit vreemde en koddige gedoe. Het leek wel een sprookje uit duizend en één nacht. Er was gewaarschuwd dat die lui de bedriegerden en beliegen. Dus in het begin werd er dan ook niet veel gekocht. Maar na verloop van tijd werd er dan toch zaken gedaan. Tussen portefeuilles dadels pinda’s verwisselden van eigenaar. Dit gebeurde door een meterslang touw met een mandje eraan dat verbinding tot stand bracht tussen het hoge scheepsdek en het kleine bootje.
Dit gaf nogal eens grote hilariteit. Want de jongens willen eerst hun artikelen hebben. En de Arabieren eerst hun geld. Maar alles ging nogal gemoedelijk en die Arabieren maar schreeuwen “dadik dadik moese dadik (dadels)” of “pinda pinda”, ook “sendels, ja, loe mooie sendels (sandalen)”. In elk ruim is een extra wacht gezet om die luitjes uit de patrijspoort te houden want er wordt gestolen als raven als die lui aan boord komen. Ze zijn zo vlug als water. (Vier hadden ze er al gesnapt.)

Maandag 4 oktober 1948
Sommige jongens gingen om een uur of 4 naar bed, maar de meesten bleven aan dek, waar het bonte rumoer voortging een onvergetelijke nacht. Ook was de post aan boord gekomen. Dus hadden we weer wat nieuws uit Holland. Het was nog maar een week geleden dat we uit Holland waren maar toch was het fijn weer wat te vernemen. Aan boord ging de bedrijvigheid onverminderd voort. Velen kochten ook nog pinda’s. Zodat het dek weldra vol lag met pinda-doppen. Toen de dag was aangebroken had je ook vanaf het hoogste dek het (sloependek) een prachtig uitzicht over de havens en de stad met hier en daar een moskee met zijn spitse minaret. Daar we nogal ver van de stad aflagen was er niet zoveel van het gebeuren in de straten te bespeuren.
Er werd olie drinkwater vruchten groenten rijst enz. aan boord gebracht. Als de haven in zicht strekte het Suezkanaal zich niet voor ons uit. Ook zagen we een grote zandvlakte er waren ook mooie palmbojes te bewonderen. Verderop zagen wij een meer met honderden zeilbootjes met hun driehoekige zeilen. Aan dek was een goochelaar verschenen die ongelooflijke kunststukjes uitvoerde. Zo toverde hij o.a. veel kuikentjes uit zijn broek, die hij met een (kietje kietje kom) weer net zo vlug liet verdwijnen.
Om 12 uur werden de touwen losgegooid en zette het schip onverbroken tocht voort. Het Suezkanaal is prachtig, een schitterend glooiingen en verder een enorme zandvlakte aan de linkerkant.
Bespeuren hier en daar een Arabier op zijn kameel en de eindeloze zandvlakte. Op de weg langs het kanaal zien we af en toe een auto. Langzaam begint de zon te zinken en zien we een fantastische zonsondergang nu niet op zee maar in de woestijn.
Vanmiddag om 4 uur hebben we weer Cadi gehad bestaande uit 100 sigaretten, 2 rol pepermunt, 2 repen chocolade, 5 koeken en toffees. Om 10 uur doemden de lichten van Suez op maar wij daar waren lagen de meesten al in bed. In de verte zagen wij nog enige vliegtuigen op een vliegveld landen. Maar verder was er niet veel te zien in die zandvlakte.

Dinsdag 5 oktober 1948
Vannacht is de tijd 24 minuten vooruitgezet dus hadden wij een uur minder nachtrust. Als wij aan dek komen merken wij dat we in de Rode Zee varen. Het is mooi lichtblauw water. Aan beide zijden verheffen zich reusachtige zandbergen afgewisseld door zandvlakte. Dat zien we zo de gehele dag. Links van ons bevindt zich het heilige land. Om 9 uur zien we in de verte de berg Sinai. Om 9 uur begint de dienst, dat wil zeggen we hebben appel en daarna Maleise les.
We hebben ook een reusachtige sprinkhaan gevangen. Die was zeker aan boord gekomen toen we door de woestijn voeren. Het eten smaakt ons ondanks de warmte nog prima. Vele jongens zitten alweer te schrijven ze hebben allemaal post van huis ontvangen en die zitten ze te beantwoorden.
De stemming aan boord is fantastisch. Gelukkig is niemand ziek. De Reede maakt tot nu toe nog alles wel. We hebben de laatste 24 uur, dus van gisteren 12 uur tot vandaag 12 uur (dan worden dagelijks de bekendmakingen gedaan) 130 mijl afgelegd. We hebben nu nog 4.189 mijl te varen. Dus nu nog ongeveer 2 × 4.189 = 8.378 km. Vanavond wordt de klok weer 15 minuten vooruitgezet en leven we 100 minuten later dan in Holland. Aan dek is zelden gespannen voor de brandende zon. In de schaduw zitten veel jongens heerlijk te luieren of te lezen.
Alhoewel we wat warmte het in het Suezkanaal het warm hier op zee. Vooral nu we weer rondom in het water zitten en er van de kust niets meer te zien is.
Vanmiddag bestond het eten uit aard., vlees pudding en soep. Dus worden we nog steeds goed bediend. Vanavond op de dagsluiting sprak Ds. over de reis van de Israëlieten door de woestijn. Je kunt het nu veel beter begrijpen als toen je in Holland was.

Woensdag 6 oktober 1948
Het is prachtig, de zee is woelig er staat een stevig briesje. Aan dek is het zoals dagelijks weer wasdag. Er hangen kledingstukken en badhanddoeken te wapperen aan de lijn.
Er kan niet gezegd worden dat de Hollandse jongens niet zindelijk zijn.
Om 8 uur hadden we zwemmen in het zwembad. Je zou niet zeggen dat je zoiets aan boord van een schip kan aantreffen. Het is prachtig. Heerlijk water, alleen nu het schip nogal schommeld merk je dit door dat het water heen en weer gaat. De zee is erg woest en flinke golven slaan tegen het schip. Het is een fantastisch gezicht.
Vanavond onder het eten beleefden we nog een spektakel. Doordat er een golfje door de patrijspoort heen spoort werden zo’n 80 jongens drijfnat en spoelde het eten van de tafel en dreef op de grond.
Direct waren de Javanen bedienden erbij om de rommel op te ruimen maar dat viel niet mee want door de deining van het schip spoelde dit van links naar rechts over de grond. Om half 7 passeerden wij de “Grote Beer” die op de terugreis was naar Holland. Door de duisternis was er helaas niet veel van te zien.
Vannacht wordt de klok weer 14 minuten vooruitgezet. We hebben van gisteren 12 uur tot vandaag 12 uur 368 mijl afgelegd, dus hebben we een tamelijke snelheid.

Donderdag 7 oktober 1948
Om half 7 worden wij gewekt. Om 7:15 genieten wij van ons ontbijt witbrood en stroop en pap. Enige jongens die de kunst van haarknippen verstaan zijn bezig om de haardossen van ons te knippen. De zee is niet zo woelig meer.
Maar de temp. is knap warm en menige zweetdruppel wordt gevoeld. Er zwemmen ook weer hele scholen dolfijnen met het schip heen. Het is een leuk gezicht die grote vissen uit de zee zien opspringen.
Vanmiddag is er weer medische inspectie. Zo nu en dan hebben we theoretische lessen over gevechtstactiek. Zo kregen we vandaag les over het omsingelen van een kampong. Komende nacht wordt de klok weer 15 minuten vooruitgezet, zodat we 2 uur en 18 minuten later zijn dan in Holland.

Vrijdag 8 oktober 1948
Wanneer we wakker worden en gewassen en gekleed zijn gaan we meestal eerst even aan dek kijken. Er staat een lekker fris windje. Het is tenminste niet zo warm als gisteren.
Allen lopen in korte broek aan dek. De kust is ook weer zichtbaar. Grote rotsen rijzen uit zee op. Het water is niet zo mooi lichtblauw zoals we de laatste dagen gezien hebben. Het heeft de kleur van de Noordzee.
We varen nu in de golf van Aden. Er zwemmen zo nu en dan grote vissen om het schip heen. Haaien? was de vraag om 8 uur eet appel en daarna Perim. Om 9 uur appel en daarna spinazie pap en gebak. Wel een rare combinatie maar het smaakte prima.
Om 2 uur hadden we les in troepenhygiëne. We varen nu in de Indische oceaan.
Het is een prachtige reis. Nog steeds zien we veel vissen zwemmen. Aan boord heerst een gezellige rustige sfeer. De dag wordt doorgebracht met lezen, schrijven of door groepjes die onderlinge gesprekken zitten te voeren.
Zo nu en dan zien we een rotsachtig eilandje uit zee oprijzen. Maar onverminderd dreunen de machines en voeren ons steeds verder van Holland.
We kregen zojuist te horen wat er lazen dat het in Holland guur en regenachtig weer was. Nu wij lopen in korte broek een tropenjasje en we hebben het nog warm een heel verschil.

Zaterdag 9 oktober 1948
Na een goede nachtrust weer vlug aan dek om de frisse lucht te happen want ondanks airco is het beneden benauwd.
Vannacht is de tijd weer 26 minuten vooruitgezet. Om 10 uur zagen we in de hele vaag de kust. Waarschijnlijk was dit het eiland Guiana, maar nu zitten we dan midden op de Indische oceaan. Rondom water en nog eens water. Zo nu en dan zien we een haai, of ander soort vis opschieten.
Vanmorgen hadden we een uur sport en daarna zijn we weer vrij.
Ondanks dat we niet veel hoeven te doen vliegt de tijd en het is al weer dagen geleden dat wij uit Holland vertrokken.
We hebben allen nog een goede eetlust, dat komt zeker door de gezonde zeelucht.
Want we laten ons de aard. rode kool vlees jus pudding en pruimen goed smaken. Vanmiddag passeerden wij Kaap Guiardafui.
Een reusachtig mooi gebergte en grote zandvlakte. We voeren dicht onder de kust zodat wij er een prachtig gezicht op hadden.
Maar toen we om 4 uur gepasseerd waren zaten we werkelijk op de Indische oceaan. Er staat een flinke bries, doch is het water tamelijk kalm. Het schip schommeld flink.
Vanavond aten we witbrood met jam boter en erwtensoep.
Echte winterkost ook al varen we in tropische wateren.
Zoals gebruikelijk komen we ’s avonds om 9 uur naar dagsluiting, toch geestelijk voedsel, uit de rijkdom van Gods woord ons niet wordt onthouden.

Zondag 10 oktober 1948
We worden omdat het zondag is gewekt door de Franse Reveille. Hoewel alle dagen hetzelfde zijn is er toch van de zondag, de dag des Heeren, een aparte sfeer.
Alles getuigd van vrede en stilte. Een zacht deinende waterglakte en een stralende zon die uit de zee oprijst.
Om 9 uur is er kerkdienst op het sportdek.
Dit is een groot vlakbij de schoorsteen en zijn ongeveer 700 jongens die begeleid door drie trompetters van de drumband hun psalmen en gezangen

doen klinken over de wijde wateren tot eer van God. De Ds. preekte over Math. 22:1–3.
Na deze dienst was er een dienst voor de Katholieken die geleid wordt door de aalmoezenier.
We zien zo nu en dan zwermen vliegende vissen, eerst dachten wij dat het zwaluwen waren, want daar lijkt het op. Om 4:15 uur hadden we weer kerkdienst. Ds. preekte over Hebr. 13:28.
Het was een stralende mooie dag geweest. ’s Avonds genoten wij van een fantastische zonsondergang. Heel de dag zagen we zwermen vliegende vissen, ook zien we enorm veel kwallen.

Maandag 11 oktober 1948
Een buitengewoon kalme zee en stralend weer. Er staat wel een deining maar daar zijn we wel aan gewoon. We krijgen al echte zeebenen. Vandaag moest een onze Hollandse plunje inleveren dus die hoeven we niet meer mee te sjouwen.
Om 11 uur hadden we les over Indische diersoorten en hun gevaren. Ja, zodoende worden we op alles voorbereid en dat is meer dan nuttig want we komen straks in een heel ander leefklimaat.
We zien nog steeds vliegende vissen en ook dolfijnen verheffen zich zo nu en dan uit zee om als het ware te kijken waar of de boot met zijn duizenden jongens naartoe gaat.
Vanmiddag Cadi ontvangen 100 sigaretten, 2 repen, 2 rol pepermunt, 2 doosjes Lucifers, 10 ons toffee’s.
Vannacht wordt de tijd weer 23 minuten vooruitgezet.

Dinsdag 12 oktober 1948
Heerlijk weer, maar weinig zon, want de lucht is nogal bewolkt, de zee is erg rustig en wij genieten volop van de mooie reis. Vanmorgen passeerden we nog een boot maar verder niets dan water.
9 uur zoals gewoonlijk appel daarna een uur les over Indië. Daarna een film en voorlichting van de dokter over de seksuele gevaren die er in Indië zijn. Het was een ernstige waarschuwing en zeer leerzaam.
De temp. wordt door aircondition aan boord lekker koel gehouden, in de salon waar we veel zitten te schrijven zitten grote draaiende propellers die een heerlijk windje geven.
Aan boord zijn ook ansichtkaarten te krijgen o.a. van Ceylon dat we morgen passeren.
Vannacht wordt de klok weer 23 minuten vooruitgezet. In het scheepskrantje lazen we dat het overal in de wereld rumoerig is. Frankrijk en Duitsland stakingen, onlusten enz.
Aan boord is van dit alles niets te gewaar en het is niets dan rust en vrede.

Woensdag 13 oktober 1948
Het weer is buiig, zo nu en dan regen, maar tegen de middag klaart de lucht toch weer op.
Vanmorgen hebben we weer een ei bij het ontbijt gekregen, dat is de vijfde keer dat we er één krijgen.
Een eenvoudig rekensommetje vertelt ons dat 5 × 3.000 ofte 15.000 eieren zijn gegeten. Wat moet er toch veel aan boord zijn om die hongerige magen elke dag eten te geven.
Vanmorgen weer lekker gezwommen in het zwembad, daar knap je lekker van op met al dat gezweet. We krijgen nu ook elke dag Malariatabetten deze zijn geel, en erg bitter. Dit moeten we doen onder toezicht van een officier want iedereen moet ze innemen.
Vanmiddag sport gehad, maar het was zo warm dat het zweet met straaltjes van het lichaam liep.
Vannacht wordt de klok weer 23 minuten vooruitgezet dus zijn we al ruim 4 uur later als in Holland.

Donderdag 14 oktober 1948
Toen we vanmorgen aan dek kwamen goot het van de regen. Maar nu is het weer droog, alhoewel erg bewolkt.
Om 9 uur kwamen de zon te voorschijn en wordt het een stralende dag. Alleen erg warm. Om 8 uur naderen wij Ceylon en tot half 12 voeren we langs de kust.
Het was een schitterend gezicht, prachtige bossen en mooie stad Colombo met op de achtergrond machtige berggevaarten. Ook is de zee vanmorgen bezaaid met ontzaglijk kleine ranke zeilbootjes met vissers. Met honderden zwermen ze hier rond.
Ze gaan erg snel. Sommigen naderen dicht tot de boot en we zien er bruine kereltjes in zitten. De benen hebben ze buiten boord hangen zo smal zijn de bootjes. Ook zitten er aan weerszijden nog een steun aan om het omslaan te voorkomen.
Ook passeren we hier een paar zeeboten. Dus er is afwisseling genoeg. Sommige jongens houden bokswedstrijden, dit geeft ook wat afwisseling.
Verder hebben we onze malariapillen weer geslikt. Dit moeten we 6 weken lang doen, dus dat komt op 84 pillen.

Vrijdag 15 oktober 1948
Elke morgen wordt er een corveeploeg samengesteld om de slaapzaal en douche + toiletruimte schoon te houden.
Bij het ontbijt komt ieder aan bod. Dit is een werkje maar de inspectie van de kapitein is streng en weer dat dan ook graag.
De maaltijden zijn overvloedig en lekker.
De vanden vanmorgen verwend met wit brood, jam boter en pap. De middagpot bestond uit bruine bonen. Stevige kost met het warme weer maar het smaakt prima.
Vanmiddag pillen slikken en medische inspectie.
Verdere bezigheden zijn kleding wassen wat trouwens niet veel werk is.
Want we hebben weinig kleding aan en het is zo gewassen en droog. Ook het nasjeerklom wat aan pas want er moet wel eens een knoop aangezet worden enz.
Vannacht weer 25 minuten korter slapen daar de klok weer vooruitgezet wordt.

Zaterdag 16 oktober 1948
Mooi weer, iets bewolkt, erg warm en een rustige zee, dat constateren we als we aan dek komen.
Om 9 uur appel en daarna mars met geluiden. Om 10 uur was het tateren uitreiken aan de corveeploegen die de gehele reis voor het schoonhouden van de dekken gezorgd hadden.
We hebben ook ons rantsoen limonade weer ontvangen. Dat is een lekker opfrissertje.
Vandaag hebben wij ons tropentenue in orde gebracht. Want morgen hopen we weer voet aan land te kunnen zetten. We naderen Sabang met rasse schreden.
Vanavond 11 uur hopen wij de haven binnen te lopen. Er is een opgewekte stemming aan boord. De kapitein van de boot zei dat hij nog nooit zo’n mooie en voorspoedige reis had meegemaakt. De Heere alleen zij hiervoor geprezen.
Vannacht wordt de tijd met 32 minuten vooruitgezet, dus dat is heel wat.

Zondag 17 oktober 1948
Gisteravond 9 uur voeren we de haven van Sabang binnen een schitterend mooie baai, omsloten door hoge bergen. Begroeid met mooie bossen met palmen en andere bomen.
Het was een schitterend gezicht. Daar alles nog beschenen werd door een volle maan. Tegen de heuvel aangebouwd flonkerden de lichtjes uit de huizen ons tegen. Toen we aan de kade kwamen stonden daar heel wat mensen.
Europeanen Hollandse en Indische militairen en Indische bevolking. Nadat er enige autoriteiten aan boord waren gekomen verliet de drumband van 1-41 R.V.A. het schip en bliezen op de kade pittige marsen. Daarna het “Wilt heden nu treden”, “voor God de Heere” en het “Wilhelmus”. Het klonk prachtig in de tropische nacht.
We kregen toen bananen en zijn daarna naar bed gegaan.
Toen we vanmorgen aan dek kwamen waren er veel inlanders op de kade. De vrouwen in hun kleurige sarongs en de mannen in hun geruite jasjes en veel kleurige hoofddoeken.
Om 9 uur is er appel op de kade, daarna marcheren we af met de drumband voorop.
Na een minuut of 5 gelopen te hebben waren wij in groepjes verdeeld om het eiland te gaan verkennen. De meeste jongens bleven in de buurt van de haven.
Maar die een verdere tocht maakten konden genieten van overweldigende mooie natuur, zo mooi dat dit niet te beschrijven is. Prachtige palmbossen van klapperbomen, waaraan duizenden coconoten groeien enzovoelvel bananenbomen.
Langs de kusten lopen en lagunelik rondscharrelend tussen koralen en fossielen waarmee het strand bezaaid is. Prachtige zeedieren en schelpen waaronder pracht exemplaren, lagen als koraalsteek klimmen of afblonken.
Verder groeien er duizenden planten en lekker geurende bloemen die bloeien en groeien in het wild, heel hoog. Bepaalde bomen steken hun toppen omhoog ook een vulkaan die niet meer in werking is, werpt met zijn rookpluimen uit opstijgen.
Er is ook een prachtig kratermeer, alles is hier onbeschrijfelijk mooi. Kleine bruine kinderen lopen om sigaretten en snoep te bedelen. In je oren aldoor een wirwar van Maleis gebrabbel verstaan.
Overal staan oude mannetjes op de “Pasar’s” (Indische winkeltjes) waar je van alles kunt kopen maar we waren gewaarschuwd om geen etenswaren of wat dan ook te kopen wegens groot besmettingsgevaar van Diphterie.
Aan een inland die bezig was klappers te verzamelen werd gevraagd of hij een klapper wilde openhakken terwijl pakte hij een groot mes (“Golok”) en sneed er een paar open waar wij ons verfristen met heerlijke koele klappermelk. Het is vandaag zondag maar aan boord kon de één nog merken maar hier is het een gewone dag.
Het is wel jammer. We konden aan de Johan van Oldenbarnevelt ook veel te zien. Het zijn grote houten huizen waar veel families bijéén wonen, ook wat wij kerkdienst zouden noemen zijn zij Linga’s.
Ze liggen verspreid, alleen bij de haven, het is meer een baai, liggen de open steegjes. Heel het eiland is bergachtig, vlakke weten ze niet wat dat is. Je moest steil klimmen of afdalen.
’s Avonds kregen we voor de hele dag brood met eieren spek kaas en jam, maar er werden bananen en pinda’s gegeten, die we hier volop konden kopen.
Dus dat stilde de honger.
Om 4 uur was er weer appel, dan moet alles weer aan boord zijn. Van alle kanten zien we de jongens aankomen. Als bijen naar de korf, om langs de statietrap het schip te betreden.
Het is een heel gekrioel die 3.000 man. Allen zijn beladen met bananen en coconoten. Ze hebben er allen van genoten na 4 weken varen. In Sabang legeren ongeveer 500 militairen meest Ambonezen.
Mooie kazerne’s met luchtige veranda’s er om heen. Als we allemaal weer aan boord zijn worden de patatten op krentenbrogjes en thee.
Weldra vertrekken we ook weer. De bruggen worden ingehaald. De kabels losgegooid, een paar forse stoten op de stoomfluit en dan verheugd zich het langzaam van de kade om met volle kracht de baai van Sabang uit te varen. De steeprand van Malakka.
En langzaam verdwijnen de reusachtige berggevaarten en onze laatste ontmoeting met Indië is weer achter de rug.
6 uur eet tijd alhoewel wij geen honger hadden gingen wij toch aan tafel en genoten van de pudding met vruchten en heerlijke aardbeien met slagroom een waar Hollandse jongen kan veel verzwelgen.
’s Avonds 8 uur in rusting aan boord ieder zit vermoeid de belevenissen zijn wederwaardigheden op te schrijven.
Om half 9 is er kerkdienst aan boord zodat deze zondag nog waardig wordt afgesloten. Ds. preekte over de rijkdom van de bijbel, dat daar alles in beschreven is, wat nodig is tot onze zaligheid. Na de psalmen werden gezongen met begeleiding van de hoornblazers.
Er waren veel jongens die op het sportdek rondom de dominee waren gezeten belicht door een scheepslantaarn.
Vannacht wordt de tijd 21 minuten vooruitgezet.

Maandag 18 oktober 1948
Wanneer we gewekt worden door de hoornblazers kijken we door de patrijspoort en zien en horen we dat we stilliggen.
We hebben ongeveer 1 uur stilgelegen wegens defect aan de motor, maar nu varen we weer door de straat van Malakka. Het is een regenachtige dag wat op deze breedte altijd zo is want in Sabang valt er per jaar ongeveer 2½ meter neerslag.
Aan de horizon passeren enige schepen, die ook hun streven hebben gevat naar het zuiden.
Vanmiddag kregen we onze Cadi 100 sigaretten, 2 rol pepermunt, 2 reep chocolade, toffee’s en koeken.
Van lege limonadeblik worden voorraadbussen gemaakt door de jongens om hun voorraad sigaretten in te bewaren want we hebben gehoord dat de kwaliteit sigaretten in Indië slecht is.
Vanmiddag zijn we een paar kleine eilanden gepasseerd.
Dagelijks slikken we onze Malariapillen. Verder gaat alles erop wijzen dat we Indië steeds dichter naderen.
Vooral nadat we in Sabang aan land zijn geweest verlangen we des te meer naar vaste grond onder de voeten.
Vannacht wordt de tijd weer 20 minuten vooruitgezet.

Dinsdag 19 oktober 1948
Als we om half 7 gewekt worden vlug wassen en aankleden en dan vlug aan dek of er weer wat valt te bespeuren.
En jawel, links zien we de mooie bergachtige kust van het schiereiland Malakka. We spreken trouwens aan boord niet van links of rechts maar van bakboord- of stuurboordzijde.
Het is een prachtige heldere lucht en de zon rijst als een rode bol uit zee op. Het was een prachtig schouwspel, maar we moesten weer naar beneden voor het ontbijt.
Wit brood worst en pap. Als we weer aan boord komen is de kust met zijn groene bossen duidelijk zichtbaar ook het water heeft een mooie groene kleur.
Aan bakboordzijde zien we dus Malakka terwijl aan stuurboordzijde kleine eilandengroepjes zichtbaar waren.
Overal zien we kleine vissersbootjes varen.
Op de kust van Malakka maar ook op de eilandjes is een weelderige groei van bomen en palmen.
Het is tot nu toe een van de mooiste panorama’s die we passeren. In één woord prachtig.
’s Middags kwamen we op de Reede van Singapore. We gaan hier voor anker, hier geen enkele mens van boord die met een motorbootje worden afgehaald.
Ook varen er wat bootjes met koopwaren om het schip maar er wordt niet zoveel aandacht aan besteed als in Port Said.
Vanmorgen 10 uur waren we het schip “Sumatra” gepasseerd, die ook van de Mij. “Nederland” is.
Dus voeren we kort langs elkaar en luiden gedurend weerklonken ook werden vlaggeseinen gewisseld.
De stad Singapore waar we een mooi gezicht op hebben is mooi; flinke gebouwen en een paar loodsen of fabrieken. Er liggen ook veel zeeboten voor anker.
Het water is erg helder, zodat je diep kunt kijken er zwemmen wat vissen.
Om 12 uur arriveren wij, en nadat er groenten en vruchten door bootjes waren aangevoerd en aan dek gebracht vertrokken we om ongeveer 7 uur ’s avonds.
Het is hier erg warm en ondanks we niet veel te doen hebben loopt het zweet van het lichaam.
Morgenochtend 9 uur moeten we de post inleveren die vanuit Batavia verzonden wordt dus vele jongens zitten nog wat te schrijven er ligt heel wat bagage aan dek van passagiers die aan boord zijn gekomen in Singapore.
Om half 8 zagen we de lichten van Singapore weer aan de horizon verdwijnen.
Om 9 uur weer de dagelijkse dagsluiting Ds. behandelde Ps. 20.

Woensdag 20 oktober 1948
We varen op het ogenblik weer midden op zee. Het is een bewolkte regenachtige lucht en een zeer woelige zee.
Het is vandaag een sportdag aan boord omdat we de evenaar passeren.
Alle soorten sport worden beoefend touwtrekken, klimmen, hindernisbaan, hardlopen enz.
’s Avonds passeren we de eilanden Banka en Billiton.
Veel is er niet te zien want het is donker.
Vanavond hebben we de dagafsluiting aan boord. Ds. had een plechtig afscheidswoord en we hebben met elkaar gebeden om Gods bescherming in de onbekende toekomst met zijn vele gevaren en gedankt voor de buitengewoon voorspoedige reis die wij gemaakt hadden.

Donderdag 21 oktober 1948
Een stralende dag een warme dag een emotievolle dag.
Als we aan dek komen passeren we aan stuurboord enige eilandjes, als we na het ontbijt weer aan dek komen zien we aan de boeg de kust van Java naderen.
Om 9 uur varen we de prachtige haven van Tandjong Priok binnen.
We werden begroet door een watervliegtuig dat enige malen rakelings over de boot vloog.
In de havenmond lagen enige torpedoboten en dreven een paar watervliegtuigen.
Langzaam wenden we door 2 sleepboten naar de kade getrokken.
Waar honderden militairen stonden op te wachten op berichten van vrienden en kennissen. De drumband speelde pittige marsen aan boord.
Overal lagen prachtige zeeboten afgemeerd.
Grote havenloodsen vol met goederen en op de kaden en in de loods een gekrioel van inlandse havenarbeiders.
Achter de stad zagen we een uitgestrekt landschap met een Hollandse polder.
Ook het havenhoofd dat aan een miniatuur Amsterdam denken.
Op de kade stond een muziekkorps van het K.N.I.L. die ons met pittige marsmuziek verwelkomde.
Toen de boot was afgemeerd weerklonk het aloude “Wilhelmus”.
Het was doordringend en ieder was ontroerd.
Aan de jongens op de kade werden sigaretten toegeworpen maar de Javanen zijn zo rap als water slepen die meesten in de wacht.
We hadden zo een poosje naar dat bonte gewemel op de kade

staan kijken, toen de post aan boord werd gebracht, weldra zag je de jongens verdiept in hun brieven zitten lezen.
De laatste maaltijd aan boord bestond uit aardappeltjes en pudding.
We zullen nog weleens terugdenken aan de heerlijke maaltijden die wij de gehele reis gehad hebben.
We liggen voor een grote loods van de Mij. “Holland” er liggen nog enige zusterschepen van de “Johan van Oldenbarnevelt”.
Om 2 uur hebben wij appel en zoals gebruikelijk onze malariapillen slikkerij.
Er werd bekend gemaakt dat we morgen 7 uur naar Batavia gaan en om 9 uur naar Soekaboemi vertrekken.
Deze dag wordt nog aan boord doorgebracht.
Er bleven nog eens lezen, spullen bij elkaar zoeken en dan is deze laatste dag aan boord ook weer voorbij.

Vrijdag 22 oktober 1948
Om 4 uur worden we gewekt, daarna vlug wassen en kleden en ontbijten.
Wij krijgen voor de gehele dag brood mee en kunnen onze veldflessen met koffie vullen voor onderweg.
Om 5 uur gaat de afdeling van boord die naar Soebang gaat.
Wij hadden om half 7 appel.
Toen bleek dat er een ontbrak.
Alles werd afgezochet tot ze hem rustig slapend op bed te vonden en verwonderd opkeek dat allen al reisvaardig en op de auto’s waren gezet.
Om 7:15 vertrokken we bij de boot vandaan om onze reis naar een onbekende toekomst aan te vangen.
Eerst reden we door Tandjong.
Je zag honderden Koelie’s die achter elkaar aanliepen, naar hun werk, of afgeladen met koopwaar o.a. vruchten, die ze in manden die gebonden waren aan een bamboestok op de schouder droegen (“pikolan”) naar de passar (markt) brachten.
Het land is hier aan de kust vlak er zijn gede rstruatewegen.
Wij reden in kolonne ook op een mooie weg. Rechts liep een mooie vaart en links van de weg een spoorlijn. Ook moeten we wennen aan het linksverkeer.
Om 8 uur reden wij Batavia binnen een mooie grote stad. Mooie wijken met prachtige huizen maar ook krottenwijken. Vooral het Chinese wijk was verre van zindelijk.
Het station was ook een mooie gebouw. Alle gebouwen zijn bijna wit.
Om 8:20 waren we op het perron, er lopen hier veel motieven te bekijken.
Nadat onze plunjezakken in de trein hadden geladen, hebben we nog een poosje naar de drumband gekeken en geluisterd die met luid tromgeroffel en hoorn geschal het stationsplein over marcheerde.
Om 9 uur hebben we onze plaats in de trein weer ingenomen.
Het zijn behoorlijk ruime wagons met banken van ongeverlochten bamboe of rotan. Nadat er een rij wagons was aangekoppeld voor het vervoer van burgerpassagiers vertrokken we om 9:05.
Het was een mooie reis. Alhoewel we zeker 50x gestopt zijn bij een stationnetje.
We reden eerst een tijd lang door Batavia.
We kregen nu ook een mooi indruk van de stad.
Veel huizen en staten ook zagen we 1000’en inlanders in hun kleurijke kleding lopen en redderen, ook veel ponywagentjes.
En ook een echt Indisch tafereeltje, wat op ons allen een overstelpende indruk maakte.
Ook fantastisch mooi was het landschap waar we door reden, prachtige vergezichten over Sawah’s en palmbossen.
Bananen groeiden hier bij duizenden, ook vlak langs de spoorbanen zagen we veel bananenbomen.
Bij elk stationnetje liepen inlanders met vruchten te venten langs de trein.
Toen we in buitenzorg arriveerden hebben we een kwartier motieven vertsaan, zo konden onze veldflessen met arieue vullen.
De electrische locomotieven werden vervangen door 2 stoomlocomotieven.
Daarmee nu het gebergte ingingen, nu dat hij de bergen ging, adembenemend mooi, hoge bergvaarten dicht begroeid met bossen, met diepe ravijnen, waardoor heel in de diepte het water stroomde, dat met een wat watervallen naar beneden kwam.
Overal lagen reusachtige keien in de Kali’s maar ook op de kant.
Op sommige plaatsen zag je de inlandse vrouwen bij een water de was doen terwijl de kinderen in het water ploeterden.
Om half 5 arriveerden we in Soekaboemi wat een mooi indruk maakte.
Het is een aardig stadje tegen de helling van de vulkaan Gedeh.
We werden afgehaald door auto’s die ons naar de kazerne brachten.
We hebben het best getroffen mooie luchtige kamers, we liggen met 12 man op een kamer.
Er is een stenen vloer en een mooie varanda voor de kamer.
In een half uur hadden we ons geïnstalleerd.
Dat gaat zo vlug in dienst, in een ogenblik hadden we onze veldbedden in elkaar gezet, de klamboe gespannen.
Om 5 uur hadden we appel nadat we ons heerlijk warm wezen wassen (mandiëren).
Heerlijk koel bergwater in grote bakken staat in de mandi kamers.
Je pakt een emmer water en giet die over je heen daarna wassen met zeep en dan nog eens een emmer water over je heen geslingerd, daar knap je heerlijk van op.
Hierna kregen we onze eerste Indische hap: Nasi Goreng dat best uit gebroken rijst met bonen komkommer sambal en rijstpeda op.
Het smaakte best.
We hadden geen wapens niet meegenomen en het was heerlijk om zonder wapen buiten de kazerne te staan.
Dus bleven we in het kampenement.
Langs de wanden van de kamer lopen de vliegen teek’s (die hun eigen naam preken Tokek Tokek).
Op vliegengaas en onze klamboe’s hebben we ook goed ingestopt als we gaan slapen want er zijn hier veel insecten.

Zaterdag 23 oktober 1948
Om 6 uur Reveille, en daarna mandiëren en aankleden.
Het is hier een heerlijk klimaat, lekkere frisse berglucht.
Daarna gingen we bij de keuken ons ontbijt halen.
Dat bestond uit witbrood, bruine plunjezakken en pindakaas.
Daarna appel en daarna met munitie.
Ons wasgoed konden we met bont meegeven.
Die wasvrouwen naaien strijken voor ons.
Verder hebben we een goed jongens.
Dit is een mansuise van alles.
Poetst de schoenen wast de eblensblokken af en houdt omzend.
Deze dag hebben we niet veel te doen alleen maken de

Verblijf in Indië tot en met vertrek naar Holland

Vervolg zaterdag 23 okt. 1948 Soekaboemi
Vandaag hebben we de tijd om te schrijven naar huis, wat te lezen, en in Soekaboemi te gaan wandelen.
Het is een gezellig stadje, met zijn toko’s en pasar’s.
Het is hier klein Indië, schoon in tegenstelling met Batavia.
Gebouwd op de helling van de Gedeh, in hoge vulkaan.
En daar wij nog moeten wennen aan het klimaat, heb ik het al gauw warm, maar je geniet zo van de het bezienswaardige dat je er geen last van hebt, dat heb je meer van de geuren, want overgeal ruik je de tjemara uit.
Trouwens in het kamp stinken de apen, bun en hanenbergen en ’s nachts ligt het naast de onder de klamboe.
Het was vandaag weer nasi goreng, wat we te eten kregen.
Het is wel lekker, maar met al die kruiden erin, behoorlijk panas, oftewel branderig heet op de tong.
Maar dan dring je maar weer een mok thee uit.
Wat we hier met liters drinken, want water mag je niet drinken, in verband met typhus gevaar.

Zondag 24 okt. 1948 Soekaboemi
Om 7 uur reveille door de hoornblazers.
Het ontbijt bestond uit witbrood, ei, kaas en boter.
Daarna konden degenen die dat wilden, naar de kerk.
Er is hier een klein wit kerkje waar ook burgers dan de planters in de omgeving ter kerke gaan.
Het zijn er niet veel, maar met de militairen erbij is de kerk nog goed gevuld.
De dominee preekte over de tekst uit Psalm 23 “De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken”.
Er was ook een wonder dat gepreekt werd.
Iedereen kreeg een loflied mee, zoals “Zondag”, net als in de Nege, gaat het zingen gewoon door, de toko’s zijn open, en langs de weg.

staan de vele kampongs waar van alles te koop is.
Dus zondag rust, geen echte rust, zoals we dat in Holland nog gewend waren.
Ook de kerkdienst is met al die gewapende militairen.
Zei de dominee, toch gewend, geen bedoelde zondagspunten, maar toch gelukkig in Indië Gods woord geloofd worden wat alleen de ware rust kan geven.
We kregen vanmiddag Hollands kost, aardappels, worteltjes, vlees, jus en pap na.
Het is buiig weer met regen en onweer.
Dit is het begin van de natte moeson.
’s Avonds regen we witbrood en kaas.

Maandag 25 okt. 1948 Soekaboemi
Om 6 uur reveille, daarna gegeten brood, koffie, kaas en worst + 1 banaan.
Dit alles moesten we bij de dienders ophalen.
Na het eten appel, daarna werd bekendgemaakt dat we ’s avonds een injectie kregen tegen de pest.
Daarna begon de medische keuring tegen verdere ziekten, daarna gemeten we worden, tussen diverse gebouwen, daar wij werken voor de verbindingsdienst.
Zo kreeg ieder wat te doen.
’s Avonds kregen we een injectie van de dokter tegen de pest.
Daar in Soekaboemi heerst, dat zagen een hele werk ± 600 ramen.
’s Middags was er nog een jongen van een andere onderdeel met malaria gestorven.
’s Morgens bij was verongelukt en hernam door een Japanse jeep, die op de afmondsluiting die op hier elke avond hebben oversprak, was nog onder de indruk.
Hij weet op de kor stond hij, heel van het leven.
Voordat we 20 doden vangen opruim zijn.

Dinsdag 26 okt. 1948 Soekaboemi
’s Morgens exercities, weer andere jongens zijn bezig met telefoonverbindingen gaan leggen.
Om 11 uur is het koffietijd met koffie en koek.
Om half 12 speelde de drumband, diverse

muziekstukken, o.a. het “Wilhelmus”.
We hadden dit al vaker gehoord en gezien, maar op de weg die langs het kampenement loopt, stonden vele inlanders.
Ook schouws pel, want sterven.
Om 12 is “hete eten”: rijst, aardappels, bonen, komkommer, worteltjes en vlees.
Je staat er van verbaasd hoe de kok op zijn veldkeuken zoiets kan bereiden.
Het smaakt uitstekend.
Om 16.15 avond is er appel, daarna eten.
’s Middags was het wassen, schoonmaken.
Het is weer gaan regenen en onweren, dat is meestal zo na de middag.
Ook is het hier vlug en vroeg donker, schemer is er niet.

Woensdag 27 okt. 1948 Soekaboemi
Het is mooi weer, op het appel worden de instructies voor reisdag weer gegeven.
En graan hier over tot de rest opgelegd, maar ’s middags eten we stamppot, toch smaakte het heerlijk.
Om 2 uur ’s middags stonden we voor de 2e keer in 2 dagen met gepresenteerd geweer langs de weg voor ons kampenement opgesteld, om een rouwstoet van militairen te zien passeren, die hun gesneuvelde kameraad ten grave brachten.
’s Avonds na 8 weer dagsluiting wordt aangevangen door een hoornblazer die de eerste regel speelt van het lied “wij knielen voor God den Heere”.
Dit is een passende afsluiting.
Vanavond was er een fakkeloptocht met de drumband, en een taptoe voor het A.M.V.D.-gebouw.
In de stad is veel bedrijvigheid, troep, nieuw aangekomen zijn om te vechten, maar de orde en vrede te herstellen.
Alhoewel dit soms met zwaar geweld moet gebeuren.

Donderdag 28 oktober 1948 Soekaboemi

Om 6 uur reveille, dan wassen met ijskoud water in het mandie-hole, en aankleden.
Zo als elke morgen wordt ons wasgoed door de baboes opgehaald, en ’s avonds keurig gestreken teruggebracht.
Zowat heeft de jongens geen Indië geworden, wij als in toen bestaand bataljon.
Na het appel moesten we onze tropenhoed en kwartier muts ophalen.
Aangezien we weinig op doorgang zijn, want ons rayon, Riete Hoedensee, was haast puur de regior-pet.
Hierna zijn we op patrouille geweest, dwars door de heuvelachtige rimboe, het was een fantastische, maar erg zware tocht over smalle savannepaden en langs diepe ravijnen, door de modder, maar ook door de krajes en kampongs, het leger had de tocht in goede indruk van het Indische landschap gekregen.
Toen we weer in het kamp aangekomen eerst heerlijk handen en schoen goed aan trekken, daarna onze sok op de lijn ophangen, ook kregen we nog geweerinspectie.
Al met al een drukke dag.
’s Middags appel, waarna eten, en na het werk in de avond, minder zware karweitjes.
Vanavond kwam een weeralarm van 1 uur, nu andere zitten, door kapkapen elektrische stroom uitviel, de hinder van paraplappers was op de kamer gauw opgeruimd, zodat we toch konden lezen of schrijven.
Om 10 uur ging alles onder de klamboe en werd er klonk het slaaptijd.

Vrijdag 29 oktober Soekaboemi
Om 6 uur reveille, straks weer op het appel voor de nodige beleering gekregen voor de kolonne, als we naar de stormschool moeten.
Enige jongens van de verbindingsdienst moesten nog wat telefoon-

ChatGPT zei:

verbindingen maken. Het eten is haast zoals elke dag prima, witbrood, ei en spek.
Om half 9 hadden wij een parade/mars door Soekaboemi, met de drumband voorop, aangestaard door honderden Chinezen en Javanen.
We kregen nog nooit zoveel handen gezien.
’s Avonds zijn we in de stad geweest, het rijtje was een aparte gewaarwording.
Al die vele en oosterse geluiden, dat bonte oosterse leven, ook al de verschillende kleurige geuren, geven een aparte bekoring.
Het handelen gaat hier ook anders.
Als je naar versterkingen gegaan zijn, pas je bijvoorbeeld een tropenpak koopt, vragen ze verlopen b.v.
Doen ze dit eerst 2 gulden, toon wat pantomime, ander betalen half prijs.
Maar nu we al een paar dagen in Indië zijn, hebben we geleerd om te tapan, afpingelen, betalen dus, en betaal je maar bv. 1,50, ze roepen “ja, goed”, en heb je tenminste een gulden verdiend.
Terwijl de verkoop per dag nog goedkoper wordt.
In ons zijn betogers van Kasih Toean, sada banjroest, dat is hun heerslag, ik ga terug naar Holland, wat later neerkomt dat het daggeld van een soldaat was, waarvoor hij 24,25 uur in dienst was.

Zaterdag 30 okt. Soekaboemi 1948
Wapeninspectie en voorbereiding en treffen voor de verkenning naar de stormschool in Damping logon.
Veel van Soekaboemi bij een landelijk lappen- en harnasgraf.
Kamp bij de roepia, dat is een rupee, maar je komt je haar niet vooruit slaan.
Trouwens de voorschriften dienaangaande zijn streng.
Vanavond de laatste dagsluiting met onze eigen veldprediker dominee Kramer, die naar een andere plaats gaat.
We zullen hem missen, maar vanuit Holland zijn we met 14 jongens onderweg geweest.
Vanavond zijn we nog even de stad in geweest, om onze laatste sigaretten die we van de K.N.I.L. krijgen, en niet te roken zijn, te verkopen.
Dan brengen ze nog 3¼ setalpie op.

en dat is 100% winst.

Zondag 31 okt. 19.40 Soela Boeh!
Stralend weer, het eten was brak, dat is hier goed. Er waren namelijk weer die naar de kerk gingen.
Verder bracht ieder deze dag door naar zijn eigen zin. Behalve de jongens die wachtdienst hadden.
Die hadden dienst, 12 uur lang, 2 uur op, 2 uur af. Zoals we 3 toerbeurten allen moeten doen. Ook
werd deze dag al veel ingepakt, want morgen gaan we verhuizen.

Maandag 1 november 19.00 Soela Boeh – Oemampang
Om 7 uur alles bij elkaar op de wagens gegooid, zoals ronde zeil, veldbed, rugzak, broodzak, patronentas en geweer.
En nadat de auto’s met ±150 man vol waren, zijn we om ongeveer 8 uur van start gegaan.
Hier in dit kamp is gelegen in een mooi natuurlijk landschap, met zijn bergachtige bossen, als was het Lampoeng,
en het ging naar het zuiden. We reden over een tamelijk goede weg, maar vol scherpe bochten, soms was je bijna op het
zelfde punt na een kwartier. Voor prachtige dieptedalen, begroeid met oerbos, aan de overzijde hingen huizen waar we
op de plaats van bestemming kwamen, bestaande uit bamboehuizen, de wanden en het dak alles bamboe, echte kamponghuizen.
We hadden de tocht veilig volbracht, 14 kilometer in 1 uur tijd.

Radiotrans gezet. Wij kwamen met 15 man in een huisje te liggen. Er stonden een paar oude kasten, een paar gammele tafels en…

stoelen, alles even primitief. De wasgelegenheid is een diepe put met water, waaruit je met een blikken bus aan een bamboestok water put. De W.C. bestaat uit een kuil in de grond waarvoor geen paar bamboe’s, waarop je probeert in evenwicht te blijven bij het doen van een grote boodschap. Veel rust was er ook niet, vooral ’s nachts moesten er elke uur 2 man op wacht, die elkaar aflosten, en al deed de nog zo voorzichtig, de bamboe vloer kreunde en kraakte, en alles wiebelde. De eerste nacht goot het buiten van de regen en aanvankelijk ook het dak, waardoor het was alsof het veldbed nogal eens verzette, om niet onder de drup te liggen, ook het uur dat je in de modderklei in de gietregen in een totaal onbekend en glibberig, met bamboe begroeid, bijna onbegaanbaar terrein, vol kuilen en waterpoelen wacht moest lopen, was geen pretje. En dan die vele tropische geluiden, telkens weer te luisteren, soms met de ruggen tegen elkaar, om niet overhoeds van achteren te worden aangevallen. Je zag in het pikdonker absoluut niets. Maar een curieus gauw dag, en liefst nat ging je de volgende 2 man wekken, en bij het licht van een kaarsvlammetje trok je de door natte kleding uit, wrong de broek ongeveer angstwekkend uit, en kroop je weer gauw onder de klamboe, om nog een uurtje rust te genieten. ’s Morgens kwam de tot ontdekking dat de ratten een rol pepermunt die je zuinig had bewaard, uit de kunde zak had opgevreten, en ook aan een paar handen zitten knagen.

Dinsdag 2 november 19.40 Oemampang Koeloens
Onze eerste dag in Oemampang Koeloens is een sombere dag, regen en nog eens regen. De…

kleding, doordat we geen gelegenheid om het te drogen. Om ½ 6 reveille, daarna begon de dienst.
De is hier niet mis, alles even streng, maar om dat we deze opleiding nodig hebben, om met de jongens weer goed vertrouwd te raken, stellen we ons erin. We beginnen met exercitie, daarna wapendles, dan onderricht van de kapitein over toestanden in Indië. ’s Middags 3 uur wapenoefening, les en het herhalen en dergelijke, zodoende dit alles in de stromende regen. Dus zaten we van top tot teen onder de modder. We moesten ons zo goed en zo kwaad als ’t ging, onze kledding van vorige dag, nog niet helemaal droog was, hebben we half nat maar weer aangetrokken. Maar in dienst is er ook geen medelijden meer. We hebben in het kampement een speel- en regenapparaat staan, dus tot 10 uur hebben we geëxerceerd, daarna is het ploegen op wachtposten, alvorens op bed. Vooral met dit sombere regenachtige weer.

Woensdag 3 nov. 19.40 Oemampang Koeloen
Om ½ 6 reveille. Het is heerlijk weer en de zon komt al stralend boven de palmbomen omhoog. Om 8 uur appèl en vervolgens parade.
De tocht die even later volgde, was wondermooi in de rimboe, de driekleur ziet wapperen en van begin de dienst, die hier best zwaar is. We beginnen met de stormbaan, in looppas.
Toch wordt alles gaaf hier in looppas, omdat ze uithoudingsvermogen te trainen. Zo worden de spieren in gereedheid gebracht, daarna kregen we bergklimmen en afdalingskwesties.
We hadden vanaf de top een schitterend panorama over het omringende land, ver aan

de horizon zagen we vaag de Indische Oceaan.
Nadat we in looppas weer naar beneden waren gerend, kregen we het opvullen door in sawah, over de smalle dijkjes, of dwars door de modder, en als de man geholpen werd, dekking op frontje, de man naast je, een klassiek sprookje op aan de grond.
’s Middags wapendril, het is hier al half 12, de zon schijnt zo droog. Om ½ 2 hadden we een paar uur vrij, daarna na theorie van een dokter, een leerpaar Maleis en sport.

Donderdag 4 nov. 19.40 Oemampang Koeloen
We beginnen met het doordraven in berichten met de hand tijdens de patrouille, want dan mag er niet gesproken worden. Om 10 uur vulden we onze veldflessen met thee, gewapend met geweer en gevoelig bandelier met patronen, gaan we op patrouille, wat we eerst theoretisch hadden gekregen, werd nu in praktijk gebracht. Door bossen, over de sawah’s en langs hellingen, vele stromen en poeltjes van een kampong enz. Nadat we 3 uur hadden gelopen, hebben we in een kampong wat uitgerust, en gezien door een inlander wat klappers uit de boom halen, om onze dorst te lessen.
Daarna zijn we weer verder gegaan, door bossen, over heuvels. En ook waren we weer niet geheel nat, naar de kamp, en hebben we weer schoon gemaakt, zoals geweer, sten gun en benen. Om 10 uur ’s avonds hadden we een nachtelijke patrouilletocht, dat uitmaakt over vier duisternis, door onbekend terrein.
Om 3 uur waren we weer terug, waarna we bij het licht van een kaarsje ons van het ergste vuil hebben ontdaan, daarna onder de klamboe zijn gekropen om nog een paar uur nachtrust te genieten. Die voor sommigen nog onderbroken werd door het uur wachtlopen.

Vrijdag 5 nov. 19.40 Oemampang Koeloen
Schitterend weer, maar ook warm. We beginnen al aardig aan het klimaat te wennen, ook de zware dienst begin te wennen. Alhoewel de eerste dagen knap stijf en slap geweest waren van al dat klimmen en klauteren, en dan de camera’s.
Overdag krijgen we afwisselend theorie, zoals b.v. camoufleren enz. Dat daarna weer in de praktijk gebracht wordt. Verder les in Maleis, wat we trouwens al aardig leren verstaan en spreken. Verder oefeningen in sport, en dan natuurlijk elke nacht een uur op wacht. Maar dan komt de onder de beloning van de mooie sterrenhemel en die romantische blik vol heimwee in de tropen met zijn duizenden geluiden. Het is net of de hele wereld slaapt.
Onze rust, om 2 uur en half goed licht boven de straat, vlak naast onze kampong, huisjes staat een poskleen, waar 4 man tegelijk op de tong-tong een volle boomstam met een weergalm overgaan, wordt geslagen. Dit is een holl geluid. ’s Morgens om 4 uur, 2 uur en 6 uur, de zonsondergang gaan de inlanders dien de kampong wonen, bidden met het gezicht naar het oosten. Op de loepen-loepen, dat is een klep voor de poskleen, werd vanavond een film vertoond. Het was voor de militairen, maar ook veel van de inlanders, die zoiets nog nooit hadden gezien, waren aanwezig.

Zaterdag 6 nov. 19.40 Oemampang Koeloen
Vanmorgen begint de dienst om 7 uur, nadat we ons ontbijt weer hadden genuttigd, dage-

lijks witte brood, kaas, worst of sardines in olie. Alleen gekleed in sportbroek begonnen we meteen aan een veldloop. Dat is recht toe recht aan door de rimboe helling, door klapies, sawah’s en andere hindernissen. Na een uur zijn we terug, dan vlug uniform aan en loop mars naar de kantine voor Maleise les, daarna kaartlezen, eerst theorie, en dan in praktijk, om aan de hand van kaarten en kompas een opgegeven punt te vinden. Dat vat in ’t begin in deze Rimboe niet mee. ’s Middags geweer schoonmaken, medische inspectie en schietoefening. ’s Middags was de cantinewagen gerarriveerd, en konden we wat koelen en zo lopen. De wagen was onderweg nog beschoten, wat ons er weer bij bepaalde dat hetgeen we hier in de opleiding leren bittere ernst was. Nadat we een heerlijke maaltijd hadden genoten, trokken we onze khaki-uniformen aan, om van 8 uur tot 9 uur te rusten. Dat was ter afsluiting zaterdagavond, en we waren de gehele week klaar. 20 uur per dag in de weer geweest.
’s Avonds houden we onder met een paar jongens dagsluiting. Dat tilt de weer boven al het materialistische uit, om samen uit Gods woord te lezen, en met elkaar te overleggen, bidden en te danken voor de 24 uur zegeningen.

Zondag 7 november 19.40 Oemampang Koeloen
Het is vandaag een rustdag. ’s Morgens houden wij met wat jongens kerkdienst, verder wordt de dag doorgebracht met lezen, schrijven, wandelen of luieren. De middag grotendeels uit aardappelen schillen voor de hele compagnie. ’s Avonds heeft de Oemampang band wat muziekstukken gespeeld, ook was er nog een korte gelegenheid, door een veldprediker die in buitenposten langs ging.

Maandag 8 nov. 1948 Oemampang Koeloen
Even regende het, maar weldra brak de zon door.
We begonnen met exercitie, daarna theorie in het uitzetten van hinderlagen, wat we daarna praktisch moesten beoefenen. We kregen opdracht klaar over een spoorpad. Links en rechts dichtbegroeid en heuvelachtig. Een tiental jongens hadden zich in hinderlaag gelegd. Die, toen wij passeerden, plotseling met losse patronen begonnen te schieten, en reusachtige ontploffingen veroorzaakten door het gras sprong op van vuur, rook en ontplofte napalm. Realistisch werd met alle mogelijke omstandigheden van veldslag worden vetrouw gemaakt.
’s Middags kregen we les in het gevangen nemen, fouilleren, binden en verhoren van extremisten. Alles praktisch want we hadden wat in kaart gebracht, proefkonijn gebruikt werden die napalm op de gewapende papieren wapens tussen hun kleding of bagage verborgen.

Dinsdag 9 nov. 1948 Oemampang Koeloen
We beginnen met exercitie, daarna pakken we onze wapens en munitie en gaan de zeeuws de Rimboe in, met een bevel gekregen om daar realistische oefeningen te houden. In het aanleggen van bicycle stellingen. We maakten een prachtige tocht met 3 auto’s op een bepaald punt moesten we met een gammele veerpont overgezet. Een vlot op olievaten, waarna een ophaalbrug werd overtrokken, daar zaten mooi bebouwde huizen.
Dit is voor extremisten om onder voor te nemen, de geslepen plooien onder de uiterste waakzaamheid van de soldaten. Hier wordt het schieten geoefend. Op de oefeningen zo realistisch mogelijk te

maken, met een m. tracer, wordt op behoorlijke hoogte, om niemand te raken, boven de hoofden van de jongens, die stormloopend een bepaald punt op een heuvel moesten innemen. Het was een zware en warme oefening, door al hollende en schietende tegen een heuvel op te rennen.
Maar na een week zulk training zijn we aan zulke dingen al aardig gewend. Trouwens rust wordt je niet veel geschonken, want toen we in het kampement terugkwamen, kregen we weer sport, en na het eten ’s avonds nog eens stormbaan, 24 uur voortdurende bezigheid. En dan ’s nachts altijd nog 1 uur wachtlopen.

Woensdag 10 nov. 1948 Oemampang Koeloen
Zoals elke dag om ½ 6 reveille, om 7 uur appèl en dan naar de stormbaan, daarna een flinke mars door het prachtige landschap, onderweg zagen we uit de onderling mooie bloemranken, waaronder de enige zeldzame geelvogels, op ons kamponghuisjes wat op de heuvels liggen, en verder algemeen zonnig, maar af en toe liet zich een echte slagregen neer, en alles herschapen in een modderpoel en zijn de kale woeste stromen gered, gelukkig hadden we tussen 2 plensbuien Maleise les, dat zit de geweldig droog.

Donderdag 11 nov. 1948 Oemampang Koeloen
Nadat we ons ontbijt, witte brood, suiker, worst en sardientjes hebben genuttigd, gaan we om kwart voor 7 weer aan de slag, een veldloop, dwars door de kletsnatte bosjes en sawahs, die na de overvloedige regen extra vol water staan. Na ongeveer 2 kwartier gelopen te hebben, waarna op appèl zijn al onze gaten plomp, zodoende op patrouille gegaan. De zon droogde ons weer vlug op, zo ging het weer berg op, berg af.

door klapies en over smalle sawahdijkjes, in een kampong, hebben we onze dorst gestild aan wat klappers. Ook hebben we nog een kampong doorzocht, en een huis omringd, op aanwijzing van verdacht uitziende kerels, wapens te hebben, en de wapens gecontroleerd, zijn we weer verder getrokken.
10 uur ’s avonds hadden we nachtpatrouille. Het was een zware tocht, onderweg 7 gevangenen, die zich verdacht hadden gedragen, door de inlichtingendienst te worden ondervraagd.

Vrijdag 12 nov. 19.40 Oemampang Koeloen
Het was geen zware dag, wat theorie en Bren schieten, wapens schoonmaken enz. Het eten echte Hollandse kost, snert met spek smaakte heerlijk.

Zaterdag 13 nov. 1948 Oemampang Koeloen
7 uur exercitie na het gebruikelijke appèl en gymnastiek. Daarna oefening. Met op kompas lopen, op het kompas zoeken we een kampong op 8 km verderop, dat gaat achter het kompas aan, en recht toe recht aan, dwars door bos en veld. Het is interessant werk. Vanmiddag zijn we met een stel jongens naar een waterval in de buurt geweest, waar we een natuurlijk bad hebben genomen, want elke dag dat water uit de regenton is ook niet zo schoon, maar bij de waterval was het heerlijk schoon en fris water zo uit de bergen. Ook hebben we onze kleding wat hersteld, zodra geen knoop aanzet, te herstellen enz.

Zondag 14 nov. 1948 Oemampang Koeloen
Als zitten we dan midden in de rimboe, toch houdt iedereen op zijn manier nog zondag.

We trekken ons khaky uniform aan, dat is feestelijker dan ons veldtenue. Het is stralend weer. Het wap ook in feestelijke maatijd die we kregen. Op gebraden aardappelen pure, want echte Hollandse aardappelen zijn het niet. Maar de aardappel uit Bali, die evenwel toch heerlijk smaakt, want meestal eten we Indische kost, verder namen we bonen, die hier mee groeien, en pap, vlees in blikvorm. Na het eten begint het te gieten van de regen, en in een oogwenk staat alles blank. De smalle lap, die voor het huisje waarin we verblijven stroomt, is een ogenblik in een razende bergstroom veranderd. Op 7 uur logeren veel predikanten en leeken dienst. Houden, hij preekt over Johannes 5:3 e.v. en wijst ons er op, om standvastig in het geloof te blijven, onder alle omstandigheden ons aan de Heere toe te voegen vertrouwen.
Maandag 15 nov. 1948 Dampang Logoon.
Door de hevige regenval van gisteren is alles nog erg modderig, maar door de stralende zon is op 10 uur alles al weer opgedroogd. Maar toen hadden we al weer een hinderbaan op zitten. Om de oefeningen te evenaren wordt er met rookgranaten en plastic handgranaten gegooid, die wel exploderen maar geen scherfwerking hebben. Daarna zijn we op patrouille gegaan, dwars door de sawa’s, die zwaarder dan ook een modderpad uit het hoofd, ook erg zwaar, door de vele modder, en gedurig met de stelling zoeken en toch proberen je geweer droog te houden, door het boven je hoofd te houden. Na de oefening hebben we bij een wak ons zo goed mogelijk schoon gehaald, door onze bemodderde kleding even met water rond te spoelen, en daarna weer op weg naar het kampement. Onderweg droogde je wel weer op. Verder

en nog schieten met mortiergranaten en handgranaten werpen, en toen weer even naar de waterval in Belpah, om je heerlijk te wassen.
Dinsdag 16 nov. 1948 Dampang Logoon.
Vandaag handgranaat gooien in praktijk gebracht op een afgelegen terrein, waar de indeling kon gaan. Na het trekken van de granaat, die een lont had van 6 seconden, dun zoodra mogelijk moest worden weggeworpen, zo’n 3 à 4 sec. telde men na, om de granaat niet te werpen achter een aardwal.
’s Avonds gingen we verbranding van springstoffen aanbrengen en zagen ontploffen — al met al een lawaaierige dag.
Woensdag 17 nov. 1948 Dampang Logoon.
Is stralende dag, na appèl en exercitie om 8 uur klaar maken voor patrouille, dat houdt in onze wapens en munitie, en natuurlijk voedsel, mee op marsch. Even voor een pleziertochtje, maar wel door de zon door het een zware, maar tevens, wat natuurschoon betreft een schitterende tocht. We gingen op kompas naar een opgegeven punt, dus ging het dwars door het terrein, en over de trots, door 2½ m tamelijk hoge heuvels, waarin we klauterend, gleden, hierlangs en herlangs. ’s Avonds toen we weer in het kampement waren teruggekomen, kregen we malaria les en een E.H.B.O. cursus, 8 avonden.
Konden we ons rantsoen gaan voor de maand november ophalen, die bestond uit rogge sigaretten, 8 stuks, chocolade, schoensmeer, en zeep.

Donderdag 18 nov. 1948 Dampang Logoon.

Eerst een veldloop, daarna theorie in het omringen en doorzoeken van een kampong.
Er was instructie enzovoort. Vandaag kregen we 10 gulden voorschot op onze soldij, om 4 uur ’s avonds wachtersoefening.
Vrijdag 19 nov. 1948 Dampang Logoon.
Na een zware nachtelijke patrouille komen we om 5 uur in het kampement terug. Tot 11 uur waren we vrij, in die tijd konden we ons wassen, andere kleding aantrekken, en eten. Verder was er voetsalgen tot ½ 11, verder nog wat theorie. Dun als er een zware nacht oefening is geweest, wordt daar overdag wel rekening mee gehouden.
Zaterdag 20 nov. 1948 Dampang Logoon.
Na het appèl exercitie, dan krijgen we theorie plots aanval, die we daarna in praktijk gaan beoefenen. ’s Middags trekken we ons khaky uniform, dat is ons beste pak, aan en hebben vrij. De vuile was geven we aan de baboe, die er voor zorgt dat het schoon gewassen en gestreken terugkomt. Na strijken geen pers, met gewoon strijkijzer, waarin een houtskool vuurtje zit. Je snapt niet dat er niet meer schroeivlekken in de kleding zit.
Zondag 21 nov. 1948 Dampang Logoon.
Op zondag kan je lekker uitslapen en hebben de eerste om ½ 6 uur appèl, is er in de cantine, vervolgens dat van zegge een korporaal leest een preek voor uit een preekboek, er is niet altijd een veldprediker want er zijn zoveel buitenposten. Maar ook

Op deze wijze kunnen we de dag des Heeren vieren. ’s Avonds om 7 uur hebben we nog een dagsluiting, met het lezen van een meditatie en het zingen van enkele psalmen en gebed.
Zo brengt iedere zondag een wijze de zeer heerlijke vrije dag door.
Maandag 22 nov. 1948 Dampang Logoon.
Vandaag een theorie en praktijk in het opslaan en bewaken van een bivak. Het regende behoorlijk vandaag. We hebben gelukkig veel theorielessen, en geen velddienst.
Dinsdag 23 nov. 1948 Dampang Logoon.
Eerst stormbaan. Er was enige hilariteit doordat een van de jongens, die boven op een hindernis zat, hoogtevrees kreeg, en niet meer voor of achteruit durfde, maar toch tenslotte na 10 minuten naar beneden kwam.
Daarna kregen we theorie in het overgaan van een praam. Dat is een uitgeholde boomstam. Na de theorie vertrokken we met 20 man en een auto naar een grote lake, 7 kolom ver hierop waar zich een buitenpost van 10 jongens bevond. Nadat we ons van pagajans hadden voorzien, gingen we de heerlijk pracht van het landschap, huisje van die jongens stroomaf, waar 6 prauwen lagen. Schitterend en ruig was daar de omgeving, steil rezen de berggevaarten omhoog, tot aan de toppen begroeid met oerbos. Nadat we om ± 4 uur met zo’n prauw de rivier waren opgegaan, zijn we eind 4 uur gevaren tot net bij een prachtige waterval kwamen, daar na weer terug gevaren, en na een heel mooie tocht weer in ons kampement gearriveerd.

’s Maandags regende het, maar we hadden les in het magazijn, dus zaten we droog.
Woensdag 24 nov. 1948 Dampang Logoon.
’s Morgens koeler weer, ’s middags geten van de regen, des nachts ratten procession zo het weer van als dag. Vandaag eerst weer een stevige mars, daarna een tent van al hetgeen we tot nu toe al geleerd hebben. Want alles wat men hier op de story-school doet is om ons in een korte tijd bekwaam te maken voor onze eigenlijke taak in Indië, het onderhouden van het terrein, en herstellen van orde en vrede.
We verleven ook geen paradijs. We horen dat de vulkan. Geregen voor een pas regen vol gr.
Zorg is soelaas. ’s Nachts hadden we veel last van ratten onder de veldbedden die zochten zeker beschutting tegen het natte weer.
Donderdag 25 nov. 1948 Dampang Logoon.
We lopen aan het eind van onze jungle training. De dienst is niet zo erg zwaar meer. Vanmorgen eerst een mars, daarna schietoefening met de stengun, ’s middags geten van de regen. Gelukkig hebben we theorie en instructie voor de nachtoefening die we vannacht hebben.
Vrijdag 26 nov. 1948 Dampang Logoon.
Na een nacht oefening hebben we even geen velddienst, daarna een voetbalwedstrijd gespeeld tussen soldaten en officieren van R.V.P.A. die met 2–0 gewonnen werd door de soldaten. Door de drumband liet weer van zich horen. Want de jongens van de militaire kapel houden hier hun opleiding. Want ze zijn een onderdeel van het regiment R.V.P.A. In de middag mars naar koorspelen.
Vrijdags is het zondag voor de inlanders hier in de kampong, en we zien ze dan ook gezellig in hun beste

sarongs en paajes naar de moskee gaan.
Zaterdag 27 nov. 1948 Dampang Logoon.
Vanmorgen een voetbalwedstrijd tussen grenadiers en R.V.P.A. die door R.V.P.A. gewonnen werd met 3–2. ’s Avonds kregen we een wild zwijn geschoten, dus het begon weer vers spek. We krijgen hier voornamelijk Indische kost, maar zo nu en dan ’s zondags Hollandse kost.
Zondag 28 nov. 1948 Dampang Logoon.
Om 9 uur aantreden voor het inontvangen nemen van extra munitie en handgranaten voor een 2-daagse patrouille die morgen begint.
Om 9 uur was er een kerkdienst in de cantine met de veldprediker. ’s Avonds spullen inpakken en de rugzak die we nodig op patrouille.
Maandag 29 nov. 1948 Dampang Logoon.
Om 4 uur blaasth reveille, in het patrouiljekamp wassen en aankleden en ontbijt, pakketten halen. Om 4½ aantreden voor het indelen van de pelotons, 3 met mitrailleurs, 10 koelees, die voor 2 dagen proviand en dergelijke aan hun pikols moesten vervoeren. Er zijn 3 pelotons elk peloton gaat een andere weg, en zo beginnen we de 2-daagse patrouille van 50 km. Het was weer mooi, maar ook zware tocht door bergachtig gebied. We zijn een paar diepe en brede kalies overgestoken, zodat we dor natte voeten hadden, maar die droogden vrij wel in de stralende zon. Enige kampongs werden door Japanners doorzocht, maar de meeste waren verlaten, de bewoners vluchtten. Enige punten werden gericht beschoten door de artillerie, die voor ondersteuning zorgde.

Dit waren artilleristen van de 7 December Divisie, die al eerder naar Indië waren gegaan, en wier taak, na, na onze opleiding, moesten overnemen. We hadden intussen wel begrepen dat we geen oefening, maar ook met de werkelijke gelegenheid maken hadden, en deel namen aan een zuivering. ’s Avonds om 5 uur sloegen we ons bivak op in een kampong, die temidden van de sawah’s lag.
Dus hadden we geen goed schootsveld, indien iets op zou doen. Er werden 4 wachtposten uitgezet. Ook werd voor veiligheid nog een patrouille voor de nacht uitgezonden, maar die heeft niets bespeuren want alles was de bergen in gevlucht. We hebben wat stro op een hoop gegooid in een kamponghuisje, om op te kunnen slapen. Nadat we ons in een kali wat hebben gewassen, hebben we onze kletsnatte plunje weer aangetrokken en geprobeerd wat te slapen. We haalden water, kookten wat water, gekookt voor thee en enige blikken sardientjes, open gemaakt en opgegeten. Van slapen kwam niet veel die nacht.
Dinsdag 30 nov. 1948 — ergens op patrouille in Zuid-Java.
Om 7 uur hingen we onze uitrustingstullen weer om, en voerden onze verplaatsing met het bataljon. De vorige dag hadden we veel dorst gehad. De tocht ging weer over sawahvlakten en door bos en veld, met zijn heuvelachtig terrein. We liepen met behoorlijke snelheid, zodat we 25 à 30 km per dag aflegden. De bende extremisten, waar we achteraan zaten, hadden zich in het zuiden van Java teruggetrokken, zodat we na volbrachte zaken naar het kampement in Dampang Logoon teruggingen.

Woensdag 1 dec. 1948 Dampang Logoon – Soekaboemi.
Nadat we gegeten hebben onze rommel zakken, veldbed en andere uitrusting, stullen bij elkaar gehaald, en om 9 uur met 7 trucks vertrokken naar Soekaboemi. De afstand was ± 170 kilometer. De tocht heen was erg stoffig, en de kolonne van 75 auto’s gaf veel stof op, waarin zodat we geen hand voor ogen zagen. Maar om 3 uur kwamen we in Soekaboemi aan, waar we wederom schoon gewassen ons tijdelijk logement opzoeken in Soekaboemi. We hadden 2 dagen geen warm eten gehad, zodat we ons de warme maaltijd goed lieten smaken.
In Soekaboemi was er dagelijks weer een geregeld leven: nachtlopen, patrouilles, en nog veel andere dingen die het militaire leven mee brengt, zoals het bewaken van plantages, op de strategische centrals, en het zorgen voor verbindingen die met het Hollandse leger te maken hebben te verzorgen. Ook de trieste dingen maken je mee, zoals het sneuvelen van een kameraad, die bij de beveiliging van een theeplantage door terroristen werd doodgeschoten. Nadat een periode van verschillende oefeningen en marsen was verlopen, gaan we weer verder met de dagelijkse belevenissen.
9/3/1949 Soekaboemi.
Vandaag worden de auto’s, stukken geschut en bagage op een trein geladen. Vanmiddag is deze vertrokken naar Madjalengka bij Cheribon. Ook is er een sectie van de hoge bergwacht naar de vlakte aan zee.
15/3/1949 Soekaboemi.
De jongens die bij de opleiding voor de verbin-

dingdienst in detropen, in paleis Buiten Zorg, hebben gezeten, zijn ook vandaar vertrokken. Met 2 auto’s vertrokken zij uit Buiten Zorg, toch volgeladen, want alle gereedschappen waren er nog, geen motorrijwielen, karren, mandjes met wapens, kisten munitie, en verbindingsmateriaal opgeladen. Op de voorste wagen waar niet veel vracht op zat, zaten 10 jongens, allen zwaar bewapend met eigen bewapening + 2 brens, en op de 2e wagen 6 jongens met 3 brens. We hadden dan ook een rit van 300 km voor de boeg, ging het naar Soekaboemi via Toji Teroek–Toji Badal–en Toji Sat. In Soekaboemi gegeten en een verplaatsblad van de auto gekregen.
Er was die nacht een zware beschieting in Soekaboemi en enige toko’s in de pas gelegen. Ook de plantages in de omgeving werden geteisterd door extremisten en omgelegde gewapende bendes.
’s Morgens om 3 uur vertrokken we naar Bandoeng.
Het was warm weer en de wegen erg stoffig, zodat we op die open auto’s eruit zagen als moeren.
De omgeving waar we doorheen reden was van ongeëvenaarde schoonheid met zijn bossige bergen, afgewisseld door sawah’s en kampongs. Maar aangezien op verschillende plekken de weg nogal druk was door beschietingen, was er grote aandacht waarop geconcentreerd, maar er deden zich gelukkig geen moeilijkheden voor, zodat we veilig op de bestemming aankwamen.
Waar de kok, onder dank het laarzen vuil nog, voor een heerlijke maaltijd zorgde. Die bestond uit hutspot. Nadat die was opgelost, en ons kamp was opgeslagen, was napten we een heerlijke verfrissende bad, waarna wij ons onder de klamboe kropen.
Kalas is een aardig plaatsje, we zijn gelegerd in

Een groot kampement, een vroegere kazerne van het K.N.I.L. In de omgeving verheffen zich enige bergen, maar verder is het hier vlak. Het is er dan ook snikheet.
19/3/1949 Madjalengka
De batterijen gaan een paar dagen de bergen in, dat zogezegd. ’s Morgens uitrukken en ’s avonds weer terug, terwijl de jongens van de verbindingsdienst ook hun taak hebben. ’s Avonds ½ 8 batterij en op in het kamp met het aanleggen van telefoonverbindingen of radio en wachten op doorseinen. We hebben vanaf ons bivak weer het uitzicht op een vulkaan, was in het vorige kamp Soekaboemi de vulkaan Gedeh en Salak die de omgeving beheerste, hier is het de Tjibermai, die in het landschap domineert.
Zondag 20 maart 1949 Madjalengka
Vandaag kerkdienst meegemaakt met de kruis en onze veldprediker, die een kerkdienst in de cantine hield. De aalmoezenier hield in een ander gebouw de dienst. Uit alle posten uit de omgeving waren de jongens gekomen, want de dominee hield maar één dienst. Ze kwamen met auto’s en carriers, het zijn in die zo, dat er paar jongens op een buitenpost zitten, die noodgedwongen de toestand onder controle houden. Vanuit die buitenpost wordt dan in de omgeving patrouille gelopen. Vanuit de grotere plaatsen, waar meestal meerdere militairen zijn gelegerd, worden ze bevoorraad en van tijd tot tijd afgelost. We hebben hier ’s nachts een rode gloed zichtbaar van een brandende oliebron, die al een jaar lang

en niet meer geblust kan worden, zodat de olie die zich daarin bevindt op moet branden.
Vanmiddag gaan de batterijen en de helft van de staf naar Linggadjatie. Eerst ging het van Madjalengka naar Cheribon, een grote drukke stad gelegen aan zee. Het lag er zeer vlak met uitgestrekte sawah’s en suikerplantages.
Onderweg waren we getuigen van de Toedjmai-berg, waar de jongens hellingen van de Toedjmai er zand uitgestrekte sawah’s en suiker, veel suikerrietvelden. Het zijn grote zware wagens die de chauffeurs al veel problemen hebben gegeven. In Cheribon wordt in fabrieken het sap van suikerriet tot suiker verwerkt.
Maar op de tocht van Linggadjatie terug, te lopen via Cheribon. We rusten nog langs een kerkhof met honderden graven en een Chinees kerkhof, want er zijn in de steden veel Chinezen, die geboren Indische zijn, en hun eigen toko’s en restaurants exploiteren.
De tocht ging verder weer de bergen in, het is hier een gebied waar door de republiekers veel sabotage en terreur wordt uitgeoefend. We zagen dan ook veel telefoonpalen waar de draden van waren vernield. Verder zagen we veel Indische bruggen waarin grote gaten zaten, die provisioneel met planken waren gerepareerd.
Een klein detachement genie-troepen, die steeds bezig zijn bruggen en wegen te herstellen. Op deze tocht begon het te gieten van de regen, zodat we op de open wagens spoedig drijfnat waren.
In Linggadjatie aangekomen, heeft de jongens die daar bleven hun pulling gekregen. Wij moesten die avond daarop de jongens voor bewaking weer 3 uur terug rijden naar Madjalengka in de stromende regen, zodat ze ’s avonds vuil en nat

aankwamen.
23/3/1949 In een gecharterd woonhuis even buiten Cheribon vlak bij kamp Lossambi, ook weer een oud KNIL-kampement, is door de verbindingsdienst een commandopost ingericht, wat tevens het hoofdkwartier is van het R.V.P.A. De helft van de jongens van de staf is nu ingekwartierd in kamp Lossambi gelegd. Om alles in orde te halen voor de 3 batterijen die in dit kamp gelegerd worden, is men op volledige oorlogsterkte.
De verbindingsdienst is bezig met aanleggen van telefoonlijnen die de onderlinge gebouwen verbindt. En ook verbonden zijn met het buiten het kamp gelegen commandopost.
Zondag 27 maart 1949
Vanmorgen was er gelegenheid om naar de kerk in Cheribon te gaan. Er is maar één dienst, want de veldprediker en ook de aalmoezenier moeten ook nog posten de omgang houden. Voor de Hollandse militairen de gelegenheid om weer eens verlevend voor de burgerbevolking die in het Mares wordt gehouden door een Hollandse predikant.
Het is een fleurig gezicht al die mensen in hun beste plunje uit de gelederen zien komen.
Dinsdag 29 maart 1949 Cheribon.
’s Avonds hebben we hagelbuien, wij noemden het stuiters, een paar keer sneeuw gegeven, de loon want de bevolking, dat nog nooit had gehoord, want allen liepen met bange gezichten rond. Die wisten natuurlijk niet wat er gebeurde. Alles stond te trillen. Dat stuiteren wordt gegeven om de leiding bepaalde gebieden te beveiligen tegen terrorisme, vooral de waterleiding uit de bergen naar Cheribon is een vitaal punt, wat beveiligd moet worden.

Terroriseren worden er op willekeurige uren granaten afgeschoten. Bevolking woont daar niet, en de extremisten worden afgeschrikt zich in dat gebied te wagen.
30 mrt 1949 Cheribon.
Cheribon is een grote stad, er zijn wel mooie stenen gebouwen, maar het merendeel bestaat uit bamboe of lemen huisjes. De bevolking is van een ander slag als menig op West-Java had gezien. Hier zijn veel Javanen en Soenda negers. De Soendanezen zijn vriendelijk en beleefd, terwijl de Javanen er maar stoffig bijlopen. De natuur is hier vergeleken met West-Java erg dor. Hier groeien naast pisangs en palmen ook veel andere gewassen, dat is een kleinst soort sinaasappels. Verder groeit hier in de vlakte het suikerriet. Het zijn lange stengels met een mooie witte bloem, ook hier grote troepen jongens en meisjes, die met roeden volgen en stukken suikerriet binnen halen.
De uitgestrekte velden, het is een vrolijk gezicht zo’n 100 waggelende ezels onder leiding van een Javaans jongetje te zien lopen. In het kamp hebben wij ook wat ezels, die voor de nodige rijvoer zorgen. Afgezien we die, in verband tplyfpas gevaar, 10 minuten moeten koelen. Bakkerijen is niet toegestaan. In Cheribon zijn het toch de meeste door Chinezen opgerichte winkels, ook diverse fabrieken, waarin linnen, ijs, brood enz. wordt vervaardigd. Ook is er een Amerikaanse tabakfabriek. De temperatuur is hier erg warm, maar meestal is er een verkoelende zeewind, vooral ’s avonds.
1 april 1949 Cheribon.
Vandaag weer geld gehad, 30 roepia’s, dat is een roepia à 50 cts, 1 setatie gewaarborgd per dag. Dus in Hollands geld omgerekend 1,25 per dag.

5 april 1949 Cheribon.
Vandaag zijn de batterijen die nu ook in kamp Lossambi zijn gelegerd uitgewerkt. De toestand is vrij rustig, maar zo nu en dan zijn er onlusten, die nog moeten worden ingedrukt, en dan wordt een kleine zuiveringsactie gehouden, waar de artillerie voor ondersteuning van de infanterie ook bij is betrokken.
6 april 1949 Cheribon.
Vandaag hoorden wij dat op Goalpara, dat is een theeplantage bij Soekaboemi, een beschieting had plaatsgevonden, waarbij ook onze eerste gedecoreerde makker omgekomen is bij een beschieting.
7 april 1949 Cheribon.
’s Avonds maken wij een wandelingetje door Cheribon. Uiteraad bewondering, want hoe we het hier allemaal ruiken, is een van alles geurend. Het is een stad vol leven en gezellig drukte, met al die stalletjes met loofwaar, bij een walmend olielampje. Het stinkt er behoorlijk naar pisang goreng, sateh en andere Indische kostjes, die hier op straat of in de roemah makan worden verkocht.
Er zijn ook toko’s van goudsmeden en klagers, waar allerlei siervoorwerpen, halsbanden, armbanden, kettingen van worden gemaakt. Ook sarongs, en gebatikte wandkleden voor een doel kopers, en dan niet te vergeten het vele mooie houtsnijwerk. Maar alles is erg duur, voor een gebruikte doel betaalt men te veel.
Maar daar kan dan ook niets op afding worden.
Verder hier in de marsj, liggen aan elkaar, mooi, ook zie je veel stalletjes met sigaretten. Amerikaanse, Engelse, Egyptische

en Hollandse, maar ook erg duur, zodat we het maar doen met hetgeen we van de Kadi ontvangen.
10 april 1949 Cheribon.
Buiten Cheribon loopt een pier ± 1 km in zee. Het is een mooi gezicht als je vanaf het puntje van de pier landinwaarts kijkt, met op de voorgrond Cheribon, en op de achtergrond de vulkaan Tjeremai, met het daarlangs behorende berglandschap.
Meer in de verte zie je ook nog vulkanen, o.a. de Papandajan, die nog werkt en lava’s uitstoot. Als je wacht loopt op de pier wordt je geconfronteerd met het bonte leven aan het water.
Vissers zijn bezig om vis of crabben te vangen. Ook zitten hier grote kreeften.
Verder is er de levendigheid op het water, waar schepen van allerlei makelij passeren, de Chinese jonken met hun vierkante zeilen, domineren, verder zijn er schoeners met 2 of 3 masten vol tuigage, prauwen en complete vissersboten.
Er is hier een wachtpost van onze afdeling, om o.a. op de scheepvaart te letten, want er wordt hier veel gesmokkeld, ook in wapens. Verder zijn er opslagloodsen van de militairen, die bewaakt moeten worden.
12 april 1949 Cheribon.
Na Indische kost krijgen we ook van tijd tot tijd Hollandse kost. Gisteren aten wij erwtensoep met rookworst, dat smaakte best, het weer was ook Hollands, zwaar bewolkt en af en toe regen. Vandaag was het aardappelen met bloemkool en bruine bonensoep.
Elke keer is het vlees een hoogtepunt. Als er post uit Holland arriveert, wat gelukkig met enige uitzonderingen nogal regelmatig gebeurt.

Dat geeft afwisseling in het dagelijks leven wat bestaat uit wachtlopen en patrouilles geven in en rond Cheribon. Want de brieven van thuis worden gretig gelezen, en wederom, voor zover de dienst het toelaat, zijn er lessen op luchtpostpapier, zijn bevindingen te schrijven.
14 april 1949 Cheribon.
Vandaag voor een zuiveringsactie de bergen in geweest. Het was in de brandende zon een vermoeiende tocht van 5 avond, ’s avonds terug.
De andere dag, voor in de middag, het was een grote actie waaraan 3 volle batterijen waren betrokken. Verder infanterie onderdelen, mortierbataljons, en mariniers, om rond Linggadjati een gebied te zuiveren. Gisteravond 7 uur vertrokken we uit het kampement, terug in het actiegebied, alvorens we kwamen kregen we een paar uur rust, want we kwamen vannacht om 2 uur aan. Maar tegen de morgen begonnen we pas in actie te komen. Die tijd probeerden we zo goed en zo kalm als het ging te benutten om iets te slapen.
De kanonniers lagen op ± 300 m schietstand bij de infanterie, en op hun post. De verbindingsdienst lag gestrekt om te rusten, want onophoudelijke kwakkers via de radio of veldtelefoon de berichten binnen. Die moesten verzonden worden. De officieren zaten op muntwielen bij het licht, verzonden naar het artilleriegeschut. Moest worden, het was fris in de bergen, de verbindingsmensen hadden het druk met het spannen van antennes tussen 2 klapper

bomen, en het uitrollen van telefoondraad. En dat alles in een vlug tempo want om 7 uur vanmorgen werd met een donderslag lawaai de eerste granaten naar het doel gestuurd, waar de artillerie waarnemingsofficier het zijn verbindingsman de nodige correcties doorgaf.
Dan is de artillerist in zijn element, want dat in- of patrouille lopen wat men in Cheribon deed is geen artilleristenwerk, die houdt meer van het zware werk.
De resultaten van deze actie was, dat een vrij grote bende extremisten gedood of gevangen zijn genomen, en een groot gebied weer in vrede en rust werd gebracht, zodat de landbouw, bevolking niet werd geterroriseerd, en hun dagelijkse arbeid konden verrichten.
17–19 april 1949 Dagen in Cheribon.
We worden verwend met krentenbrood en ’s middags aardappelen met bloemkool, oer-Hollandse kost in een tropisch klimaat. We hebben 2 rustige dagen, want alleen de wachtposten hebben dienst.
Die rust in het bevolkingsleven naar de kerk, verder wat wandelen of in groepjes wat met elkaar zitten praten, of brieven schrijven. De spanning is dan ook aanmerkelijk meer.
Ook blijven de meesten maar in het kamp.
21 april 1949 Cheribon.
Gisteren weer op actie geweest. Om 9 uur ’s avonds is het al donker, moest alles in allerijl voorbereid gemaakt, voor vertrek. Verbindingswagens, trekkers met de stukken geschut, munitiewagens, vrachtauto’s, alles in kolonne opgesteld klaar voor vertrek.
Om 12 uur ’s nachts alles klaar voor vertrek, en marswaardig, maar

Daar we pas om 2 uur mogen vertrekken, hadden we nog even tijd om wat te slapen.
Om 2 uur vertrekken we vanuit de vlakte naar het berggebergte. Het was niet een gemakkelijke weg, bergwegen vol kronkels, achter kop aan kop ging de stoet door de pilonnegers wacht.
Na 2 uur rijden kwamen we in een woest berggebied aan, aan de voet van de Tjeremai. Bij Tjimhoes daar het inmiddels dag begon te worden.
Hadden wij, waar de plaats waar de stukken artillerie werden gebracht, een schitterend panorama, achter de prachtige hoge hellingen van de Tjeremai, wiens top al in het zonlicht baadde, en beneden en rondom de bergen en dalen, waarin het nog schemerig was.
En verder op de vlakte tot aan de Javazee met hier en daar een dessa of kampong, en in de verte Cheribon. We hadden ons niet vergist, het was een heerlijk schoon uitzicht, want de landouwen waren suikerkaal gemaakt, de waarnemer en zijner ging met infanterie onderdelen het voorterrein in, en zo nu en dan klonk het ratelen van de mitrailleurs of de droge knallen van geweren.
Perer voor contact was met de terroristen.
De kanonniers bleven gelukkig maar een enkele granaat af te vuren, wat veel veiliger was voor de eigen troepen die in het voorterrein zaten.
En alleen door radiobinding hun positie op konden geven.
Om 8 uur ’s avonds was de actie afgelopen, en waren we om 10 uur weer in Cheribon.
Om onze natte plunje uit te trekken.
Want het had ons een hele dag geregend, en tegen 12 hebben we een schoon kleeren aangetrokken, je hebt dan kroop we heerlijk onder de klamboe, om na

36 uur actieve dienst. Lekker te gaan slapen.

22 april 1949 Cheribon
Vandaag zijn er enige officieren beëdigd, en is er, met de drumband voorop, een mars door de stad gemaakt.
Daar het avond was, droegen wij fakkels, die bestonden uit een bamboehouder met een prop benzine erin.
Het was een sprookjesachtig gezicht.

23 april 1949 Cheribon
Je ziet de inlanders vaak vliegeren, ze doen dat met vliegers, waarvan de draad is ingesmeerd met fijngeslepen glas.
En dan proberen zij met handige beweging elkaars draad door te snijden.
Wat een boeiend gezicht is.

24 april 1949 Cheribon
Enige jongens zijn op korte termijn nacht geneest.
De ziekte is hun aan—sucht, dus morgen hebben we weer verspost.
Vandaag eten wij hutspot, wat weer eens wat anders is dan de Indische kost.

29 april 1949 Cheribon
Vandaag is onze uitrusting uitgebreid met een Amerikaanse helm, dus hebben wij op wacht en patrouille weer wat anders op ons hoofd.
Want het is verplicht een helm te dragen.
Wij dragen meestal een polopet, die er aardig uitziet, maar gemakkelijk is, met bijbehorend tropenhemd, baretten, kaki mutsje dat we spelen op zetten, het halfslachtig uniform.
Verder een helm, en dan natuurlijk het ploegpetretter, dat we zeker vijf uur dragen in oud of Hollands Indië.
We hebben ook een legermaker, dus die fietst dat wel even.
We hebben ook een zilverkleurig metalen schild, een bronzen schildje met daarop een klaverblad met daar doorheen in bajonet.

30 april 1949 Cheribon

Het is vandaag Koninginnedag. Vanmorgen wordt er eerst parade gehouden.
Voorop 3 rijen Hollandse militairen, daarachter een rij K.N.I.L.-militairen, en daarachter de wagens van 4-1 R.V.A.
Met de stuks geschut.
We defileerden voor de hoge autoriteiten van Cheribon, voor officieren.
Daarna was er een stoetdefilé van scholen, onderen, het was een uur van honderden leerlingen, het was een levendig en fleurig gezicht.
Al die donkere looptjes met prachtig zwart haar en kleurige kleding.
Hierna begon de volksspelen.
Door het motorgeronk van auto’s en wagens ook nog motorwedstrijden gehouden.
En ’s avonds met stalen lons 8 tulipest zien.

1 mei 1949 Cheribon
Zondag, vandaag kregen we weer Hollandse kost, dat is meestal op ’s zondags.
Nu was het aardappelen, vleesjus, boontjes en pudding.
Ook kregen wij in verband met Koninginnedag 1 pakje shag + 2 pakjes kauwgom.
Een toestand, dit in de alerten van vorige week.
Verder rustig, in het kampement zie je ook leuke tafereeltjes.
Een baboes, die voor onze bed was verzorgd, zit op een houten stoel, voertje pisang te pellen.
Een andere baboes zit een lontong te maken, die ze telkens probeert zodat horen en zien vergaat.
Ook kochten zo nu en dan een spatie koopman bij de ingang van het kampement zijn waar, zijn draagbaar keukentje, waarin ze voor 3e per al roepen: “sate, asam, asam klip”.

2 mei 1949 Cheribon
De dienst bestaat nog steeds in wachtlopen, zowel in het kamp als op diverse punten in Cheribon.
Verder gewone dienst.
Patrouilles onderweg, die wordt per auto naar een bepaald punt gebracht en na zo’n 8 à 10 km. gelopen te hebben.

Ben weer opgehaald op een van tevoren afgesproken plaats. Zo maak je een flinke mars en tevens beveilig je dat gebied door je aanwezigheid.
Zo kon de ketenring militairen een groot gebied onder controle houden. Het contact met de vijand is niet groot, want zodra die in een bepaald gebied hoort de tongsi tongsi (gongs) slaan, die van kampong tot kampong doorgeven dat er militairen in aantocht zijn, en zodoende zijn de extremisten gewaarschuwd en gevlucht.
We noemen dit de “klamboe-telegraaf”.
’s Avonds ben je vaak uitgeput, maar bezig.
’s Nachts slapen van 21 tot 7 uur.
Eigen rust en eten, en dan weer op patrouille.
Het is maar goed dat je gelukkig gezond mag wezen, want het vergt soms veel van de uithouding en het zenuwgestel.

4 mei 1949 Cheribon
Vanmorgen hebben we op de appelplaats 1 minuut stilte gehouden voor de herdenking van de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog en Indië.

6 mei 1949 Cheribon
Bij een patrouille die ook voorbij ging, tijdens brood bakken, was een beschieting, zodat er enige jongens daarna toe zijn gestuurd voor beveiliging.
Na een uur is wat meer gerust, zijn ze weer naar het kamp teruggekeerd.
’s Nachts liep er weer een wachttrein, hebben gelegen.

10 mei 1949 Cheribon
Daar wij rondom in de sawahs zitten en daar ook grote krabben in zitten, water weerspiegelt, een der baboes binnen de afdeling die het hoofd van het gezinspoedig is vermoord.
Ook zijn er sawah-slangen die door de jongens wel eens worden gevangen.
Een jongen wiens vader een schoen- en tassenfabriek heeft in Vlissingen, die evenveel waarde heeft als hier kippen houden, die hij naar Holland stuurt, waar ze weer dienen voor versiering van schoenen of tassen, ook zitten er grote kikkers.

Des nachts, als je op wacht staat, een heel concert geven, in samenwering met de krekels en andere nachtdieren.

9 mei 1949 Cheribon
De taniem zijn rondom het kamp volop met het rijstoogst bezig, dat is een groot werk, want tegen voor een hecten de halmen worden afgesneden.
Het is een vijfde streekwijze, dus werk genoeg.
Het wordt allemaal door vrouwen gedaan, die met hun breedgerande hoeden en fleurige badjoes en sarongs, je vaak een aardig aanzien geven.
Zaaien en oogsten gaat hier steeds door, want als de oogst gereed is worden de nieuwe planten in de padie (de akkers) gedaan.
Voorrecht dat de mensen dit hier in de omgeving in alle rust kunnen doen, onder de veilige hoede van het wapenbestuur, want op andere plaatsen waar geen militaire post is, worden veel van de oogst geroofd of in brand gestoken door de rovers.

12 mei 1949 Cheribon
De stukken geschut die op de rand van het kampement staan vuren zo af en toe een paar schoten af.
Dan trilt het hele kamp, dat gaat zo dagen en nachten door.
Maar omdat we ’s avonds veel zijn, slapen we er vast doorheen.
Om ½ 7 vanmorgen viel het laatste schot, want de bendes extremisten waren teruggetrokken in de bergen en ze waren de drachtige niet.
Geen rog actief geweest in de omgeving, maar nog door het storingsvuur verdwenen veel wegen waar ook kleine gemalen en bruggen vernield.
Niet door de inslag van de granaten want die komen terecht in een onbewoond stuk niemandsland, maar doordat jongen meestal beschutting zoeken voor de willekeurig aanslaande granaten, want je weet nooit waar hij terechtkomt.

Ook de waterleiding, die vanuit de bergen naar de stad loopt, was door de extremisten met springstof beschadigd.
Dus moesten er weer patrouilles mee, met de mensen die dit alles weer gingen repareren.
We moesten veel lopen, omdat de auto’s niet lonen gingen vanwege de slechte wegen.
Ook de hoge golf ging het zeer auto, en verrekte voet, waarin de wanden niet meeliepen.
Bij geruchten vernam men, dat er in Batavia een andere overheid komt; was gesloten. Dus we zullen maar afwachten wat dit weer inhoudt.

12 mei 1949 Cheribon
In de stad Cheribon is de avondklok ingesteld van 12.00 ’s avonds tot ’s morgens ½ 7.
Mag niemand zich meer op straat begeven, behalve de militaire patrouilles.
Enige jongens die ballen van beroep zijn, werken nu in de militaire ballen, in de stad en zwaaien dan tegelijk voor de bewaking, om onlusten direct de kop in te drukken.

16 mei 1949 Cheribon
Vandaag hadden we Indische kost: rijst met kool, boontjes, rauwe komkommer, vlees en ei.
Alles door elkaar, net smaakte lekker.
Het valt voor de kok ook niet mee om voor al die jongens een menu samen te stellen.
Er zijn deze week wat gelegen, en de dienst is zwaar, dus de eetlust groot.

17 mei 1949
Er wordt sinds ’s avonds en ’s nachts gepatrouilleerd, gelegen in de verlaten stad, en verder rijdt er ook nog een pantserde verkenningswagen.
Als je de stad in de straten en stegen doorkruist, zie je pas hoe groot die stad wel is.
Ook nu dan komt je een Indische man op patrouille tegen, dat hij de nieuwsgierigheid ontkomt, want de bevolking moet binnenblijven op straffe van doodgeschoten te worden.

Bij het stafkwartier, wat aan een belangrijke toegangsweg naar de stad ligt, is het ’s morgens voor ½ 12 al een hele drukte van inlanders die met hun koks met koopwaar, die ze vanuit hun kampong naar Cheribon brengen, of op de pasar verkopen.
Maar moeten wachten tot de sperring, d.w.z. de versperring, om ½ 12 wordt weggehaald en zij de stad binnen mogen.
Het is interessant om bij de versperring op wacht te staan, want het geeft een gezellige drukte.

25 mei 1949 Cheribon
’s Morgens onbestendig weer, veel regen en onweer, wat hier, in vergelijking met Holland, hevig is.
Bliksem en ratelende donderslagen zijn soms tegelijk, zo dicht zijn de buienbouw bij, en dan valt de regen met bakken uit de lucht, zodat alles in een ogenblik blank staat.
Ook in de straatkolken legt het dan, want de straatafbedekking is niet zo erg waterdicht.

27 mei 1949 Cheribon
Generaal Spoor is overleden en nu komt zijn zoon per vliegtuig naar Indië om bij de begrafenisplechtigheid aanwezig te zijn.

30 mei 1949 Cheribon
De avondklok is verzet van ½ 10 tot ½ 6 dus in het patrouillelopen in de stad een stuk korter geworden.
Gisteravond was er weer een bende bezig geweest de waterleiding, vanuit de bergen naar Cheribon, onklaar, maar door tijdig ingrijpen, wat wel met een vuurgevecht gepaard ging, kon erger worden voorkomen.

2 juni 1949 Cheribon
Van tijd tot tijd gaan we naar de kapper.
Er zijn ook twee jongens die kapper van beroep…

Pagina 64

Zijn, maar soms gaan we ook naar een inlandse kapper. Dat kost 5 atoer ropiah en aangezien je van dienst 125 per maand krijgt voor kleinigheden, houden we nog een setje dat je een kwartje overhoudt.
We gaan nogal eens naar de passar of sturen een jongen eropuit om diverse etenswaren te halen: een soort sinaas, appel, de gele verfrissende sinaas, ze kosten 20 voor 1 roepiah.

6 juni 1949 Cheribon
Het kamp Kossambi, waar we gelegerd zijn, bestaat uit lange bamboeloodsen op palen, die zijn samengebonden, voor de wanden worden gebruikt het geraamte en de daksparren zijn van dikke bamboestammen.
Het dak bestaat uit atap. Er bevinden zich hier 1.300 militairen, bestaande uit artillerie, infanterie, een afdeling zware mitrailleurs, zogenaamde Vickers die 500 schoten per minuut geven, corpstrekkers zijn gemonteerd op jeeps.
Een afdeling zware mortieren, ook nog een hernoog KNIL-militairen met hun gezinnen.
Er is elke morgen en ook ’s avonds appel.
Het is altijd weer een indrukwekkend gezicht, al die honderden militairen in het gelid.
’s Morgens wordt de Nederlandse driekleur gehesen.
Daarna wordt gebeden en volgt het Wilhelmus.

7 juni 1949
De sawah’s zijn verdekt met een tiergroen waas van de jonge rijstaanplant.
Het is een lust om door dit alles patrouille te lopen.
Alleen is het uitzenden van het uitzicht, want de sawahvloeren glimmen van het water tot aan onder de modder.
Ook de wuivende palmen en bananenplanten met hun prachtige bloemen, of de heerlijke pisangs, zijn een lust

Pagina 65

voor het oog.
Ook de pandelyke rust van de kampongs en dessa’s geeft je soms het gevoel op vakantie te zijn, in een van de mooiste delen van de wereld, hetgeen elk moment kan worden verstoord door het noodlottige schot uit een snuipersgeweer.

9 juni 1949 Cheribon
Vandaag kregen wij 39 gulden uitbetaald voor de twee actiedagen die we hadden.
Dat is voor 48 uur continu dienst in woonwijken onder zeer gevaarlijke omstandigheden wel geen groot bedrag, maar als soldaat ben je overal blij mee.

11 juni 1949 Cheribon
Het is een leuk gezicht als langs de wanden van je kamer de tokai’s, een soort hagedis, rennen om op vliegende torretjes jacht te maken.
Ook hoor je ze af en toe een geluidje uitstoten, alsof je eigen naam roept.
Het is een grote hagedis die zich in holle bamboestengels en bergen terughoudt.
De schemering duurt hier 10 minuten, dus 12.08 is het meestal donker.
Dat is actie 20, want de zon staat hier recht boven de evenaar.

18 juni 1949 Cheribon
Aan de weg Cheribon–Linggadjati–Loemajang zijn een paar houten huizen, de radiopost, waar alle telefoonlijnen vanuit het kamp en stafkwartier in de stad binnenkomen en eruit gaan.
Een soort centrale.
De jongens op de buitenposten zorgen dat er zit op deze post.
De jongens van de verbinding zorgen dat de radiowagens die uitrukken als wat op tactische oefening.
Dan is daarin de commandopost.

Pagina 66

21 juni 1949 Cheribon – Katomboran

Vanmorgen zijn een korporaal en een soldaat van de verbindingsdienst met enige jongens van de infanterie naar Katomboran gegaan, een kampong ± 30 km van Cheribon vandaan, in het gebied waar de waterleiding doorloopt.
Het is een vitaal punt, waar steeds sabotage-daden gebeuren, en zich steeds reboppers ophouden.
Het is dus een vooruitgeschoven post, opdat men tijdig seintjes kan opvangen en weet eer iets ernstigs gebeurt.
Men schrijft niet over het kampleven in Cheribon, zolang wij nog over de buitenpost iets schrijven.

Vanmorgen om 9 uur vertrokken een korporaal en een chauffeur-seiner van de staf 1-4 R.V.A. met enige jongens van de infanterie en afdeling zware mortieren.
Met hun bewapening, radio en verdere benodigdheden.
Daar het bericht kwam dat de weg weer eens was opgebroken, moest deze eerst worden hersteld, zodat zij pas om 2 uur konden vertrekken.
De tocht ging over een weg vol kuilen en gaten, wat veel van de chauffeurs en de wagens vergde.
Daar de kampong ± 300 meter van de weg af lag, en niet met de auto’s bereikbaar was, was het een hele sjouw om de persoonlijke uitrusting, marconic accu’s, radiotoestel en dergelijke daar te krijgen.
De wegen waarvan de bevolking gadesloeg, was gevlucht, dus konden we de kampong nog bereiken.
Als men een buitenpost, indien we meerdere malen hebben meegemaakt, is het altijd weer improviseren, want het alles even dramatisch.
Het eerste werk was dan dolomenta afstelling of iets dergelijks, verkeerd geslagen klinken van radio op te zetten.
Dan nog accu’s aansluiten en antenne spannen.
Er stonden gelukkig bij het huisjes klapper

Pagina 67

bomen, dus was dit gauw gebeurd.

Dan verbinding zoeken met het hoofdpost in Cheribon, en enige berichten versturen en ook ontvangen.
Daarna nader gegevens melden over het eigen kamp dat ze inrichtten.
In het gammele kamponghuisje, wat even te voren door de bewoners was ontvlucht.
Je staat altijd weer versteld hoe sober deze mensen leven.
De kippen scharrelen wat rond en in een bamboeloodje zie je een tortelduifje.
Bij een waterput hebben wij onze mandied, waar je lekker van opknapt, alleen het water in Cheribon was schoner, want hier is water dat van de regen wordt afgevangen of van het grondwater.

Even later kwamen de inlanders, die wel inzagen dat ze van de Hollandse jongens geen kwaad hadden te vrezen, terug.
De kampong, alleen de mensen die in de huisjes woonden die wij hadden gevorderd, moesten tijdelijk bij de buren intrekken.

Maar dit ging alles nogal gemoedelijk toe.
We kochten bij inlanders en waren weer goede vrienden.
De doorsnee-inlander kan het goed vinden met de Hollandse jongens, alleen is het jammer dat er terroristen zijn, die zelfs hun eigen landgenoten terroriseren.
Waar de Hollandse jongens zijn heerst er orde en rust, die de kampongbevolking oplucht.
Kampong Loeloewan is een uitgestrekte kampong waar veel inlanders werken aan de sawah’s.
Deze kampong ligt in een rustig gebied.
Het veld voor het kamponghuisje ligt bezaaid met grote keien, die na een lava-uitbarsting vroeger zijn terechtgekomen.
Rondom de kampong geen dichte begroeiing, maar wel geweldig veel bananenbomen, en daar in het bosrijk.
Inmiddels is het donker geworden en moeten wij bij het licht van een olielamp onze dingen doen.
De klok half negen.

Pagina 68

Des op een houtvuurtje wat koffie gezet, en om 11 uur konden wij, na de laatste berichten verzonden te hebben, over de klamboe kruipen.
Na een behoorlijke druilerig en vermoeiende dag.
We zijn hier met 30 jongens van de infanterie en 2 artilleristen die voor de radiobinding moeten zorgen, en daarom vrijgesteld van wacht- en patrouilledienst.
Ten alle tijden moet er verbinding wezen met de batterijen in geval er artilleriesteun nodig is.
Maar nu wij hier op deze vooruitgeschoven post zitten, is het hier vrij rustig.
Het is breed zitten nu dikbij Cheribon maar buiten de weg.
Is het nog een hele ompad, de wegen door berg- en dalbaar slecht.
Zij en de 2 artilleristen moeten elk uur radiocontact hebben met Cheribon, en daarbij dag en nacht doorgaan is dit nog een niet zekere dienst.

Na een paar dagen zijn we al aan het primitieve leven in het kamponghuisje gewend.
In de huisjes van de artilleristen zitten ook de jongens van de zware mortieren.
Vanuit onze kampong hebben wij een mooi uitzicht op de rijstvelden.
’s Avonds voor ons huisje onder de sterrenhemel zitten en de silhouetten van de palm bomen tegen de lucht afsteken en uit de kamponghuisjes het gekwetter van de inlanderkinderen.
Is het niet of je op een paradijseiland, alleen moest je voortdurend rekening houden om overvallen te worden, want we zitten hier erg kwetsbaar, en in de omgeving zitten veel peloppers.

Met een paar jongens houden wij hier 20 dagen, met elke avond dagsluiting.
En mogen ons veilig weten in de hoede van de Heere God, de Schepper van hemel en aarde, die alles in Zijn hand heeft.
De kok zorgt dagelijks voor heerlijke maaltijden, al helpt hij zich ook met de potten en pannen die we hebben meegenomen.
Op open houtvuurtje alles gaar te krijgen.

Pagina 69

Vanmorgen hebben we een soort schuurtje in elkaar gezet waarin een aggregaat die de politie loopt, staat te brommen om de accu’s voor de radio op te laden.
Daar alles op een buitenpost ontbreekt, wonen we haast primitiever dan ooit.
De dagen in de ronde zijn eentonig, en met bamboematten en atap voor dak bezig.
Nog afgehaakt als de fourage komt, horen wij weer wat nieuws uit de buitenwereld.
Ook de post komt dan mee.
We hebben hier gratis eieren, doordat de kippen, die hier rond scharrelen op een vuilnishoop, rasstiro leggen.
Hun eieren leggen die we koken of bakken op houtvuurtje.

Ook leggen we, nu we op een buitenpost zitten, 150 extra in het gareel en ook extra sigaretten.
De toestand is rustig, dus hebben we weer naar Cheribon terug tot dat we met name een andere buitenpost moesten om de rust te herstellen.

30 juni 1949 Cheribon
Vanmorgen zijn de jongens uit Katomboran weer naar Cheribon teruggetrokken.
Dat was weer 3 dagen met al je barang, 300 meter naar de weg, waar de auto’s stonden om 6 uur begonnen wij en om 8 uur waren de huizen weer ontruimd.
De jongens werden weer door de officier bewoners binnen gezet, die het voordeel hadden dat ze nu in huisjes een schuurtje van 3 bij 6 gezet hebben.
In Indië is een voor een ander net zo party.
Blijft als toen de Hollandse militairen er gelegerd waren.

Vandaag hebben wij ook de can weer gekregen.
Er waren 3 stuks, 1× cor toiletzeep bij, die kunnen wij goed gebruiken, want die zeep die wij tot nu toe hadden was niet veel bijzonders; erg vet, en wel wat schuim.
Aangezien het hier steeds heet weer is en men haast geen bad neemt, is een stuk zeep hard nodig.

Pagina 70

3 juli 1949 Cheribon
Dat de familie in Holland geen begrip heeft over de afstand van een zesreis en de warmte die hier heerst, komt wel eens uit, als de jongens een pakketje ontvangen van de zending of van particulieren, met levensmiddelen die het hete pakketje hoelang solde ook ingepakt, totaal heeft bedorven.
Dat is een grote teleurstelling, vooral als er op zo lang naar was uitgezien.

7 juli 1949
Om 3 uur werden we uit bed gehaald, vlug wassen, aankleden en eten, met een speul op auto’s klaar voor vertrek naar het actiegebied.
Het waren 9 auto’s propvol materiaal.
Om 5 uur vertrokken wij uit het kamp, natuurlijk ging het weer de bergen in.
En wat het meer klimmen en dalen, altijd een hele kunst voor de chauffeurs.
De wegen waren stoffig, en op de open wagens, voor de laatste auto-colonne was de snelheid van 10 tot 12 km per uur.
Bij de beklimming van een berg moesten wij telkens stoppen en wachten tot een van de auto’s zijn vracht had weggebracht en na een half uur de gestrande jongens op kon halen.

Nadat de auto’s niet verder konden vanwege de slechte weg, ging het te voet verder, al maar klauterend 3 km, toen kwamen wij in het actiegebied aan, waar reeds anderen waren, o.a. ook mariniers.
De tocht was zwaar en inspannend, berg op, berg af, en het was alles glibberig.
De artilleristen in het midden, het was bergachtig terrein, dus erg moeilijk en zwaar om op te trekken.

We hadden gelukkig een paar koelies bij ons die de accu’s en radiotoestellen droegen, zelf droegen we onze wapens, munitie, veldflessen met koude thee en rugzak.
Wegens hoogteverschil ook op handen en voeten omhoog.
Zij waren om half 12 ’s avonds waren wij op het eindpunt, waar vanuit alle richtingen de militairen samenstroomden, vanwege het…

Pagina 71

Zweet en de karbies en sawahs die doorgetrokken waren.
We hadden 40 km gelopen, dus waren wij blij dat we ons spullen op de auto’s konden laden, en na een uur gereden te hebben nu zoiets 2 uur of art. naar het kamp bij Bergawaarts.
Nu waren we in kampong Banjoeman.
Stijve van het klimmen en klauteren en lopen.
Toch waren het succes de waterpomp die we troffen, en heerlijk mandiëen, door de gedegen actie waren de terroristen met verlies uit de omgeving verdreven.
Wij hadden geen verliezen geleden.

14 juli 1949 Cheribon
Vandaag vertrekt de laatste bataljon infanterie naar Solo, hier in het kamp was gelegerd.
Alles gisteren al op de auto’s geladen.
Nu zitten hier alleen nog de artillerie en de KNIL-militairen met hun gezinnen, die heel wat vertier in het kamp geven.

15 juli 1949 Cheribon – Tjiamis
Vandaag zijn weer 6 jongens, 2 chauffeurs en 4 seiners naar een buitenpost vertrokken, namelijk naar Tjiamis, wat tegen de helling van de Tjigersaan ligt, in een overwegend hoge bosrijke omgeving.
Ze worden daar voor een rustiger maar niet minder gevaarlijk terrein ingezet.
Er is een Indisch veiligheidsbataljon getrokken, om als verbindingspost contact te houden met de hoofdpost in Cheribon, voor eventuele artillerieondersteuning, en ook om de berichten door te geven of te ontvangen.

Het eten wordt 3× daags uit Cheribon aangevoerd.
Afstand ± 25 km.
Vandaar liggen de vergezichten bergafwaarts, wat gezien onder van het verbrande leger, bestaat geheel uit inlanders.
Ze zijn gelegen in een paar stenen huisjes, de enige die nog overeind staan.

Pagina 72

Want de rest van deze dessa is door peloppers vernield.
Overal liggen de geblakerde resten van wat eens een welvarend dorpje was.
In de lege legering geschuild, waar zij wassen in een bergvijver.
Het is heerlijk fris water, en het vloeit er van de heuvels, in soort gouden letters.
Er is niets als enige Hollanders, tussen de gewone desa-bewoners en Javaanse veldmaatschappen.

Men van anders vertrouwen ze je niet.
Ook moet je hier zelf de kleding wassen, want baboes zijn hier niet, die zijn alleen op de grote kampongpost zoals in Cheribon.
Na 7 dagen wordt deze post gestreken, kunnen we weer naar Cheribon terugkeren.
We hebben er niet voor niets gezeten, want er werd voorkomen dat Tjiamis werd vernield.

Zodra telefoon draden, die hier alleen boven de grond lopen, en telefoonpalen zijn opgehangen, ook zijn door het veiligheid bataljon enige daders in hechtenis genomen.

25 juli 1949 Cheribon
Vandaag weer een grote actie meegemaakt in de bergen.
De batterijen zijn ook mee uitgetrokken.
Het was ’s morgens 4 uur toen wij vertrokken.
Het was tamelijk koel in de vroege morgen.
De stellingen hebben ook nog geschoten, er waren weer diverse onderdeelen, ook infanterie, samen met mariniers en artillerie.
Het is dan een hele drukte bij het stafkwartier, waar diverse radioposten zijn ingericht.

Maar in de loop van de middag konden we al weer inrukken, dan is er in het kamp weer werk voor kanonniers om de stukken gereed te houden.
De chauffeurs, die vaak vuil en stoffig zijn, mogen schrobben.
Elke actie moet alles weer nagezien en startklaar gemaakt worden, voor het geval dat er…

Pagina 73

Weer moordpartijen en plunderbende extremisten in de omgeving worden gesignaleerd.

26 juli 1949 Cheribon
Vandaag is het een beetje feest, omdat het regiment 3 jaar bestaat.
We hebben de drum- en band van het regiment op bezoek, die met hoorngeschal en tromgeroffel voor een muzikale omlijsting zorgen.

Elke nacht wordt er treinpatrouille gereden.
Dit geschiedt bij toerbeurt, dat wil zeggen dat je in de patrouille in acht treinpatrouilles hebt, één dag vrij, en dan weer een dag of nacht wacht.
Een treinpatrouille bestaat uit 10 man, 5 Hollandse militairen en 5 man Indische politie.
Er wordt gereden van 8 avond 9 uur tot ’s morgens 5 uur.
Het treinstel bestaat uit een stoomlocomotief, met daarachter 5 wagons met stenen.
Achter de locomotief een platte wagon met een barricade van zandzakken, waarop de treinpatrouille zit, bewapend met eigen wapen dus geweer of sten gun of lichte mitrailleur.
Ook staat er een zoeklicht op en hebben we handgranaten.

Achter deze wagen zitten nog een paar wagons met stenen.
In wagons met stenen bevinden zich stellingen om als de spoorbaan ondermijnd is of een brug onklaar is gemaakt, het spoor te kunnen herstellen.
Het is een gevaarlijke maar ook interessante tocht.
In Brebes of soms andere stationsnet bezoeken we boerenkampongs, drinken koffie uit veldflessen, die wijn en etensblikken waarin het been gehaald boven het vuur in de locomotief.
Er zitten ook inlandse machinisten en stokers op de trein.

Notitie: Er zitten Hollandse machinisten en stoker op de trein.

27 Juli 1949 Cheribon

Vandaag is het feestdag ter ere van het 1 jarig bestaan van 5-1-R.V.A. ’s Morgens had men weer zoals elke dag appèl, waarbij de Nederlandse vertegenwoordiging was. Deze rumband was van militaire begeleid van de artillerie, ik hoorde regimentscommandant was opgericht, en daarom het paraderapport gehouden. Bij alle eenheden in Indië, waarna een minuut stilte was, om de gevallen kameraden, die in het eerste jaar van het regiment waren gesneuveld te herdenken. ’s Middags was er sportuitvoering, ’s avonds was er een traktatie bestaande uit koffietafel, gebak, limonade en papaja limonjam, wat voor ons pas militair niet iets bijzonders was, want dagelijks is er in Indië wel iets dergelijks. Verder was er een cabaretvoorstelling van jongens ook tot de rumband behooren, waarin ware artisten waren op het gebied van zang en humor. Deze gelegenheid noopte zich lankig supers en heeft bij diverse onderdelen ons planning gebracht.

1 Augustus 1949 Cheribon

Vanmorgen om 4 uur werden wij gewekt, daarna was het verdelen en belegen in allerlei bagage, beneden was broederlijke leiding de keukens en alle afdeelingen voor intochten naar Bantjah op spuiten op te halen bij een onderdeel dat naar Holland vertrekt, om kwart over 5 vertrokken wij uit Cheribon. Het was nog donker, maar langs de weg liepen al lange rijen inlanders met hun rijstloopmand op weg naar de pasar. Hun woongelegenheden waren meestal van bamboe gemaakt en hun rook bevestigt voor verlichtingsdoeleinden. De tocht ging via Soekarnoang waar we het fantastische schoon zien van de brandweerloge, bron weer zagen. Inmiddels…

En kwam de zon op, die alles in een rode gloed zette. De weg vernauwde zich en de prachtige berggevaarte was begroeid met dichte bossen, jungle bestaand weer uit een rotsachtige ballast, een ware gids begroeiing. Dikwijls tussen door kluften en diepe nevelen zijn prachtige bossen. We gingen over de loehto naar een van de wagens, recht kreeg, zodat we daar 1/2 uur oponthoud hadden en daarna de tocht weer werd voortgezet. Gedurig werden we gecontroleerd met in open beschrijving enkele mooie panorama’s, die we vanaf de berg, waarop we afdaalden via Soekasadang, gingen richting naar Bandoeng, waar we een 1/2 uur hebben uitgerust in het A.M.V.D. gebouw, waar we een heerlijke kop koffie hebben genuttigd. Verder ging het over Tjimahi, waar we eerst nog het vliegveld Andir waren gepasseerd naar Djatiasih tegen opzicht voor een verkenning uitvoerig.
Geblindeerde wagens hadden weer pech, door een verstopping benzineleiding wat spoedig verholpen was. Van Tjandjoer ging het toen opnieuw op het hoogste puntige gebergte van Java. We passeerden onder andere Nallipanas, steeds hoger ging het langs duizelingwekkende ravijnen, dat we makelijkerwijs bijna acido regenden. We wegen dan ook gevaarlijk, hevige wagensbuigen, ze zit daar zo hoog dat je door de wolken rijdt, open open wagens ben je dan ook door en door nat.
Vanwege de vele haarspeldbochten, om ½ 5 kwamen we op onze eerste rustplaats aan, waar we enige dagen verbleven. Het gelegenheid lag op de plantsoen en heet Tjipadjoeng, nadat we na gun waren afgeladen, hebben we ons een…

…beetje geïnstalleerd. Onze natte ronde uitgetrokken en gemandied. Buiten giet het van de regen en binnen is het ook niet droog vanwege de lekkages. De volgende ochtend stonden schots en scheef, of nog eens zijn droog te leggen.

2 Augustus 1949 Tjipadjoeng – Tjioeroeg

½ 7 bed uit, machtig verheven uitzicht, links en rechts de hoge bergen, ook zagen we weer de sawa’s en gehucht. Het vertrouwen bestond dat onze in Soekaboemi waren gearriveerd. Om ½ 9 zijn we met een paar jongens naar garage gegaan, waar we de spullen over moesten zetten, radio’s en diverse andere materialen. Daarna zijn we naar Tjioeroeg gegaan, dicht bij Soekaboemi, daar het begin van de radio’s in de wagens zitten monteren die oude waren overgenomen. Om ½ 2 waren we weer in Tjipadjoeng teruggekeerd.

4 Aug. 1949 Tjipadjoeng – Cheribon – Tjioeroeg

7 uur ontbijt, daarna briefing, opladen en eten. Om 9 uur vertrok de colonne naar Cheribon. Auto’s en kanonnen, in geheel, allemaal materiaal wat was overgenomen van een onderdeel dat naar Holland terugkeerde. 3 auto’s met jongens gingen door naar Bantam om nog meer materieel voor ons mee te nemen. Buiten zorg 3½ uur lang terug naar Tjioeroeg, waar we om ½ 4 aankwamen. In tegenstelling met ons vorig adres, ligt dit op plaats in de vlakte, zo koud als we het in het gebergte hadden, zo warm is het hier. Het is wonderlijk rustig geweest op de tocht van Cheribon naar hier. We hebben geen schot hoeven te lossen, hoewel we ruim 14 km, bijna 15 km, reden door een gevaarlijk gebied, waar nog al eens wordt geschoten op konvooien. De laatste 15 km ging het over een hobbelachtige weg…

…die erg stoffig was, zodat we flink vuil waren geworden, maar na een fris bad en schone kleding aangetrokken te hebben, waren we weer opgeknapt.

6 Augustus 1949 Tjioeroeg

Het is zondag, inladen van materiaal in de auto’s, die we hebben overgenomen, o.a. zware G.M.C.’s en Brencarriers. De jongens die hier gelegerd zijn, zijn bezig hun bagage in te pakken, want zij vertrekken binnenkort naar Holland. We hoorden dat de regering een verdrag had ondertekend voor staakt het vuren.

7 Aug. 1949 Tjioeroeg – Cheribon

Om ½ 7 vertrokken we uit Tjioeroeg, met een colonne bestaande uit een 30-tal zware vrachtwagens, radiowagens, motorrijwielen en 7 trekkers met geschut, in totaal 42 wagens. In Tjiampeul herbouw nog koffie, het voelde genuttig in de ruimte boven Djakarta gelegen ongeveer 6 v[?]e [onleesbaar] heuvels bij de kustweg genomen, dan bleven we niet door de bergen, want zoals het zijn deze auto’s ook niet meer. Via Indramajoe ging het naar Cheribon een tocht van 10½ uur, om 5 uur waren wij weer in kamp Kossambi bij Cheribon.

8 Aug. 1949 Cheribon

Er heerst een levendige bedrijvigheid in het kamp om alles spullen die wij hebben overgenomen na te zien op te knappen en te repareren. We hebben volop verbinding- en materiaalauto’s, teruglosgeschut, munitie enz. We zijn nu compleet als organiek onderdeel, met het wagenpark, verbindingsmateriaal en 12 stuks geschut.

13 Aug. 1949 Cheribon

Het is hier wat de toestand aangaat vrij rustig, dat komt misschien door de orde, staakt het vuren. Alhoewel in de omgeving van Soerabaja en Solo, worden nog steeds gevechten gemeld. Hier brengen onze dagen door met wachtlopen en patrouillelopen, want veel tijd vergt, want het is de ene dag wacht en de andere op patrouille, vooral nachtwacht is 24 uur lang, 20 uur op, 2 uur af. Maar ze blijft iedere geval aktief bezig. We hebben in het kampement op 9 punten een wachtpost en dan nog op verscheidene punten in Cheribon.

10 Aug. 1949 Cheribon

Vanmorgen parade gehad voor de beëdiging van een luitenant. Het was een groots gezicht, al die wagens van de afdeling, vooral de trekkers met munitiewagens en stukken geschut zijn imponerend. Verder ciperen nog enige afdelingen K.N.I.L., M.I.C.I., T.A.R.N. en enkele geniebataljons mee.

24 Aug. 1949 Cheribon

Het is hier in omgeving vrij rustig, gisteren is de Ronde Tafel Conferentie begonnen. Het is vandaag stil in het kamp, want de chauffeurs met enige jongens voor autobeveiliging zijn naar Tjilatjap vertrokken om een detachement mariniers op te halen, om hier in de haven van Cheribon met landingsvaartuigen, afkomstig van boord van schepen, gebracht te worden, die op de rede voor anker liggen, omdat de haven niet bewaarbaar is voor grote boten.

29 Aug. 1949 De brigade staf die in Cheribon was gehuisvest wordt overgeplaatst, dus vertrekken er heel wat onderdelen, onze commandant wordt nu bevelhebber van Cheribon onderhoud.

12 Sept. 1949 Gisteren zijn er weer troepen via landingsvaartuigen in Cheribon aan wal gebracht.

…en geëvacueerd naar een andere plaats op Java. Dit zullen wel de laatste troepen zijn die naar Holland komen. Het schip “de Zuiderkruis” moest naar Tandjong Priok, om troepen mee te nemen naar Holland, die voorheen in Djokjakarta verbleven.

17 Sept. 1949 Cheribon

Vanmorgen weer in allerijl, een snel tempo, via Hoegplatie uitgezonden naar de Tjirebon. Er waren gisteren 30 jongens + 4 officieren vertrokken naar Tjiremai om die te beschermen. Eindelijk waren zij nog niet terug, alhoewel zij met 2 uur reeds terug zouden zijn. Nu waren een 30 jongens met voertuigen en anderen reeds uitgezonden richting agitatie vertrokken om te zoeken. Spoedig waren 20 jongens bij, een, en na de draagbare radio voor de verbinding te hebben afgestemd, vertrokken we uitgerust met noodrantsoenen, wapens, deken en lantaren op alles voorbereid. Van Soekaradja ging het naar Madoeigen toe, totdat de auto niet verder kon, daarna ging het verder te voet. Nestonden juist gereed om de tocht naar de bijna 4000 mtr hoge berg Begel met overnood te beginnen toen de gezichten er aankwamen alles was dus nog goed afgelopen, ze waren de weg kwijt geraakt en verdwaald, zo geen dag later teruggekomen.

22 Sept. 1949 Cheribon

Met wat KNIL-militairen is 1-41 R.V.A. het enigste onderdeel Hollandse militairen, waarvan in Cheribon en omgeving is gelegerd.

6 Okt. 1949 Cheribon

Vandaag moesten een batterij stuks demonstatie gaan geven 35 jongens die pas aangekomen zijn, en nu hun troepsopleiding achter de rug hebben. De toestand is erg rustig, hoewel…

Het wachtlopen en patrouilleren onverminderd doorgaat. Soms heb je een nacht terreinpatrouille genaamd en de andere nacht weer loopwacht moet, maar tussen door nog wel testen auto voor beveiliging. Dus het is maar weinig tijd om te slapen, en even te ontspan-nen. Daar de naatie moest op zich para wachten, zijn geslachten rondom het kamp, veranderd in een droge vlakte, enige inlandse jongens hooren hierin wat karbouwen en schapen met ezels, zij koopen de jongensjes meestal naar het hele, wat met voeding, drinken en energie gene wat doorgegeven van eten. Door de radio hooren we dag door en dag roep is pan rondom Soemedang, honderden huizen zijn verbrand, dat gaat hard tegen hard, het is in en de naaste islam liggen nogal een het elkaar overhoop. Nu de Hollanders zich meer en meer uit deze gebieden gaan terugtrekken. De orde en tucht gaan verloren, burgeroorlogen, waar de eenvoudige bevolking de dupe van is. De resten patrouilles gaan ook richting Tjemareng, om daardoor een groter traject te beveiligen.

15 Okt. 1949 Cheribon

Vanmorgen is er voor machtsvertoon, want acties losgewoenst weer gehouden, een colonne vertrok, bestaande uit 6 trekkers met munitiewagens en kanonnen, en enige grote vrachtwagens met militairen. Het is altijd een machtig gezicht om een batterij te zien vertrekken. En het is dan ook de bedoeling dat dit bij de bevolking indruk maakt, want zo af en toe moet de touwen laten zien. Anderen worden met trucks vertrokken naar moed, 30 rijhuizen ook af en toe door Cheribon met de brencarriers, zo’n rustvoering is ook in goede machtsvertoning, om de…

…om de bevolking gerustig te houden.

21 Okt. 1949 Cheribon

Vandaag is het een jaar geleden, dat wij in Probolinggo aankwamen, door bevelen in handen die wij dag ervoor hadden gehad, zijn snel op de rondetafelconferentie zijn al beslissende besluiten genomen. Dus zal de toestand weldra gaan veranderen, en mogen wij na de soevereiniteitsoverdracht weldra weer naar huis.

24 Okt. 1949 Cheribon

Vanmiddag moesten een paar jongens met de verkenningswagen erop uit. Er gingen zes KNIL-militairen mee, op een patrouille link. Militairen, die in een hinderlaag van de para’s Islam waren gelopen, te ontzetten. Maar toen ze op de plaats, waar het gebeurde aankwamen, was de bende gevlucht, met vele gevangenen, onder wie militairen. Ook werden een kampong in brand gestoken. Tot het donker is er nog in de omgeving gepatrouilleerd, maar niets meer gevonden. Bij het doorzoeken van een kampong zijn er nog wat karabijnen en andere stelen wapens buitgemaakt.

25 Okt. 1949 Cheribon

Vandaag is er weer een opsporingspatrouille geweest van bevoorradingswagens en militaire voertuigen door KNIL-militairen, terwijl de Hollandse militairen het gebied afzetten. Gedurig worden berichten, als er een vluchteling in handen wordt gekregen, waar de ontvoerde militairen werden niet gevonden.

26 Okt. 1949 Cheribon

Vandaag weer door KNIL-militairen en jongens van 1-41 R.V.A. gepatrouilleerd, in het gebied waar de para’s Islam…

…een fanatieke Islamitische geloofsgroep, waardoor en plunderend rondtrekt. De bende loopt op de vlucht worden gedrongen, nadat er enige gedood en gevangen waren geraakt, die door inlichtingendienst werden ondervraagd, om iets te weten te komen over de ontvoerde KNIL-militairen.

31 Okt. 1949 Cheribon

Vandaag zijn er wat jongens bevorderd van soldaat 1e soldaat, alles wat weer 10,- meer soldij opgeleverd per maand. Ook zijn er tot korporaal bevorderd.

3 Nov. 1949 Cheribon

Vandaag was er een opgewonden stemming, er was een rede voor de radio van de legercommandant, dat er getracht zal worden, 6 maanden na de soevereiniteitsoverdracht, alle troepen naar Nederland te hebben verscheept. Dus pas alles goed gaat, zou dan ongeveer medio 1950 zijn. Dit is geen geruststellend nieuws, want na 4 jaar ervaring, en 2½ contractwording, voor 1000 rep. per maand naar Holland te verhuizen, zulks afhankelijk van de beschikbare scheepsruimte.

10 Nov. 1949 Cheribon

Vandaag had de T.N.I., dat is het Indonesische republikeinse leger, een feestdag. Overal zie je de rood-witte vlaggen, alleen ons kampement waait de driekleur. De toestand is na de soevereiniteitsoverdracht wel sterk verbeterd, alleen hebben wij nog onze wachtposten bij de gebouwen in de stad, en het kampement, en dan nog elke nacht treinpatrouille om de spoorwegen te beveiligen, en intact te houden voor burgers naar Batavia, militairen vervoeren, tussen materieel naar Nederland. Het leger wordt per trein naar Batavia en Tandjong Priok vervoerd.

1 Dec. 1949 Cheribon

De majoor is in het kampement alles aan ’t ficheren, om de lijst dan naar Holland te versturen. Dan kan hij op donderdag in Amsterdam vertoond worden, de mannen zijn dan in Holland geen zien hoe alles hier reilt en zeilt.

4 December 1949 Cheribon

Vandaag hebben we gebak gehad, bij de koffie, dat was omdat het de verjaardag was van de schutspatroon van de artillerie “St. Barbara”. Het is overal maar low key, maar het gebak smaakte best.

5 Dec. 1949 Cheribon

De toestand is hier nog steeds rustig, de taak van de Hollandse militairen wordt steeds minder. In de kantine hangt een poster met daarop afgebeeld een Nederlandse militair met deze woorden eronder staat beschreven:

Dwing eerbied af, door uw tenue,
uw houding en gedrag.
Vergeet, gij in Indië,
de Groot-Nederlandse zaak,
dat is de zaak die wij in Indië ter harte moeten nemen.

Ook al zullen soms moeilijk zijn om de handen thuis te houden, nu ziet hoe de vijand van eertijds de galens uitdeelt. De majoor heeft ons dienaangaande vanochtend met appèl al toegesproken.
Elke avond wordt er dagsluiting gehouden, die door één jongen wordt bijgewond. Het is een groot voorrecht te weten, gelegd dat God voor ons zorgt, en dat wij dit ook samen mogen beleven, door met elkaar uit de Bijbel te lezen, en voor elkaar te bidden.

12 Dec. 1949 Cheribon

Vandaag een telegram ontvangen van 260 ouders. Bij genoegen een ouderdag in Amsterdam, gehouden door het thuisfront. Het telegram hangt nu in de cantine, zodat iedereen het kan lezen.

15 Dec. 1949 Cheribon

Vandaag zijn er weer jongens in het kamp bijgekomen van 3 R.V.A. die zijn pas 3 maanden in Indië. De komende wachtlopen, zodat wij het wat getallelijker krijgen. Ook zijn er stoot troepen in Cheribon gekomen, die de wachtposten in de stad hebben overgenomen. Het is broeierig weer, alle wegen in en om het kamp zijn modderig ook de sawa’s rondom het kamp staan weer vol water.

17 Dec. 1949 Cheribon

Het is vandaag onrustig in Cheribon. Er wordt veel door de inlanders gestapeld. We hebben vandaag wachts moeten doen op het stations emplacement, omdat het spoorwegpersoneel staakt. Er zijn ook een stel jongens op in boerderij met Hollands rundvee, om te melken en te verzorgen. Omdat ook daar het personeel staakt, verder putjes lossen en goederenwagens. Het heeft alles voor zover het militaire belangen betreft, door onze eigen jongens worden gedaan. Knap voor de burgers, wellicht zeggen want Hollanders betreft, moeten ze het zelf maar uitzoeken. Wij staan op het perron op wacht, om ervoor te zorgen dat de treinen bemand door Hollandse militairen, ongehinderd kunnen laden en lossen. Wat voor de Nederlanders bestemd, burgers mogen wel uitstappen, maar niemand mag instappen. Dus alles loopt als op de rails. Een enkele wilde en dat zijn er honderden, die zich voor het station hebben verzameld, worden teruggestuurd, dat geeft…

…soms rellen, die krachtdadig, soms met een paar schoten in de lucht, moeten worden onderdrukt. De wacht duurt 24 uur, dus dat is lang. Aantal omlading hebben we zo weinig militairen zijn hebben we alle man nodig. Zoals je dat van jongens weet, patrouilles gedraaid, al hebben de Indonesische regering een eigen bewind en handen genomen, vooral de Chineezen maken het ons erg lastig, die willen Cheribon ontvluchten, omdat ze zich niet veilig meer voelen, nu de Nederlandse militairen gaan vertrekken.
De winkels net te tellen nog maar voor het oog, let want ze zijn alleen voor de Nederlanders nog toegankelijk. Het is een drukke tijd voor ons, want er zijn zoveel wachtposten in de stad om de onlusten te onderdrukken, nu de inlanders staken en rond lopen. Meer en meer laaien roepen. We hopen dat dit maar gauw weer gelukken mag worden, want daarna ontstaat opnieuw het afgorden, wij moeten zelf voor de veiligheid zorgen, maar tot nu toe blijft daar nog niets leeg van.

24/12/1949 Cheribon

Vanavond water kerstviering, dienst in de kerk. Er waren veel jongens, wat trouwens elke zondag het geval is, want brengen in innerlijk veel beschouwing onder een in Cheribon, een gaarne zich gevoelig, ook vele van de kerk, er waren zangkoorlingen van een gemilitariseerd en rode kruiszusters die wat kerstliederen ten gehore brachten. In de cantine werden we op chocolade melk en koek getrakteerd, en een kerstverhaal verteld. Het was een mooie avond.

25/12/1949 Cheribon

Vanavond met de gehele afdeling, voor zover…

…niet op wacht of patrouille, kerstfeest gevierd in de kantine. Er werden enige kerstliederen gezongen, er was ook een denneboom, tenminste een boompje erop leek. Het wachtlampaest een versiering van rood papier. Er werden ook pakketjes gekregen van ’t thuisfront en de N.H. Winden goed van pas kwamen, want snoeperij is hier schaars. Na door kapitein Herstervanger een lezing over een lied, een korte toespraak. Hij wees erop dat wij, als n.v. volgend jaar in Holland kerstfeest vieren, nog dank aan de Heer dagen die in tropen zulke terug, word een volgende kerstdagen, die in 1949 waren, we volop in volste gunst leefden.

28/12 De soevereiniteitsoverdracht is nu van kracht geworden. We zijn allen in het kamp bijeen geconcentreerd en mogen het kamp niet uit. We hebben vannacht de laatste tijd een patrouille gereden, dus dat behoort ook tot het verleden. Vandaag werden de wapens overgedragen aan wapens door Soekarno en Mohammed Hatta door Batavia mogen. Het “merdeka” geroep is nu ginds de lont. Ja, we zijn vergeten. We hebben door busbergen en derwood geploeterd, om ze gevangen te nemen en menige zweetdruppel gelaten. En nu hebben ze het hier voor het zeggen gekregen. Het enigste dat onze jongens zijn geleerd, en nooit heeft thuishoren. De resterende tijd die we nog in Indië moeten doorbrengen is door deze gang van zaken weer geheel anders geworden, en daar is heel wat aanpassingsvermogen voor nodig.

4 Januari 1950 Cheribon

Het is rond het kamp weer een hele drukte, want de T.N.I. met hun wapens, 24 uur per dag de sawa’s aan ’t ploegen. Na de regen en onweersbuien die we gehad hebben, is alles weer lekker nat…

…en staat er op de sawa’s weer water. Sommige jongens zijn erg optimistisch want er worden al kisten getimmerd om de spullen mee te nemen naar Holland. Maar dat zal nog wel even duren. We proberen zo hier en daar wat souvernirs te kopen maar alles erg duur. Ook worden er van granaat-hulzen die we voor hebben, na de vele keren dat de mannen vanuit het kamp storingstuur moesten geven, fraaie voorwerpen gemaakt.

5 Jan. 1950 Cheribon

We lopen nog steeds wacht bij het kampement en bij de bruggen en hoofdkwartier buiten Cheribon. Die dagen hoeft men tegen het ijs daar ’s morgens om 5 uur al een grote drukte als de inlanders met hun koopwaar aan de zwervende pilots voorbij, komen op weg naar de pasar in Cheribon. Sommigen moeten daarvoor 10 kilometer lopen, ook zie je vele vrouwen met manden koopwaar zoals vruchten, kippen, groenten enz. Het gaat alles in een ritmische dagelijkse gang voorbij, en menigmaal als ze onze wachtpost passeren, klinkt het tabee toewa. Met de gewone bevolking kunnen we goed overweg, soms krijgen we wat pisangs of andere vruchten aangeboden.

15 Jan. 1950 Cheribon

Het zijn de laatste dagen in Cheribon en veel jongens gaan de stad in om souvenirs te kopen, meestal gebatikte doeken, die ze hier veel zien. We verhuizen weer naar de buitenposten, en daar is niets te doen, als je de inlanders hun gang ziet, die het nuttig leven van de soldaten gaan vertrekken. En zonder het bewind van de T.N.I. komen. Maar het is nu eenmaal beslist, en daar is niets meer aan te…

…doen.

17 Januari 1950 Cheribon

Het is druk in het kamp. De chauffeurs hebben hun auto’s in goede beurt gegeven, voor het vertrek uit Cheribon, wat ter meerdere dagen rap is. Wind. De lange wachten van 24 uur zijn behoort tot 12 uur, dus hebben we meer vrije tijd.

19 Jan. 1950 Cheribon

Vandaag zijn alle wachtposten overgedragen aan het T.N.I., dus daar zijn we tenminste in Cheribon af. Het is een verademing, het was vandaar gaan, want als het regent lekt het dak van de barak op vele plaatsen, dus de gebouwen waar we, als we niet op en buitenpost zaten, 10 maanden gebruik keer hebben worden slecht. Alles staat al ingepakt, maar de verhuizing is weer uitgesteld.

23–1950 Cheribon

Vanmorgen vertrok om 7 uur de eerste colonne jongens van de A. batterij. Het was een lange colonne, artillerie trekkers met de kanonnen en munitiewagens, radiowagens, carrier en vrachtwagens, op weg naar een kampong in de omgeving van Bandoeng. Om ± 10 kwam in het kamp het bericht binnen, dat die colonne niet verder kon aan de bedoelde plaats. In Bandoeng is gevochten weer tussen kapitein Westerling met zijn commando troepen en de T.N.I. Dus alles is weer teruggekeerd in het kamp. Er doen allerlei geruchten de ronde, maar niet waar van de toestand, we zijn hier niet, maar het schijnt dat kapitein Westerling met zijn troepen het niet eens is met het besluit van de regering tot de soevereiniteitsoverdracht. En nu in en om Bandoeng bezit heeft, of doordat nog gehele rol Hollandse militairen het bewind in handen kunnen houden.

25 Jan. 1950 Cheribon

Gisteren is de eerste batterij verhuisd. De toestand in Bandoeng was weer rustig, dus de verhuizing kon doorgaan. Morgen vertrekt er weer een batterij, men testte heden de auto’s weer terug, zijn batterijen nog eens verreden Cheribon–Bandoeng, 200 km. We lopen daar net, zoals in Cheribon, in een kamp. Maar elke batterij op een buitenpost in de omgeving van Bandoeng. Ook de afdelingsstaf vertrekt als laatste uit Cheribon, en gaan naar Soerang, een kampong waar het ’s nachts, maar ook overdag, lekker koel, aangezien zijn hoogte ligging. Verder zijn wij die in Indië aan kamp in deze omgeving van Bandoeng blijven, en nu tot wanneer Tandjong Priok gaan voor inscheping naar Holland.

13 April 1950
Op deze dag verhuist de afdelingsstaf van Soerang naar Tandjong Priok. Ook de batterijen uit de omgeving van Bandoeng maken zich klaar om naar Priok te vertrekken. 1-3-’s afdelingsstaf te blijven, die vertrok ’s morgens om ½ 6 mars via Bandoeng. Het bagage op auto’s te laden. De reis ging eerst in naar Bandoeng, waar benzine werd getankt, en toen ging het in kolonne op Tandjong Priok aan. Het was een mooie reis, over bergen en langs sawa’s en kampongs, adem benemend mooi waren de vergezichten, waarna langs Pelaboehan en Tjioeroeg, Karawang, bij 1-3 R.V.A. gegeten. Aardappelen met spek, om 5 uur waren wij in Tandjong Priok, waar het erg warm was. Het kamp ligt ongeveer een km. buiten Priok, en bestaat uit bamboebarakken. De hele afdeling is hier gelegerd om straks in te schepen, nadat Hagen en Avenoo, ingenieurs en tamparade inrichten. De barak bestat uit 4 kamers, het was een ruige grond, maar dat…

…was gauw ingericht, door er bamboematten overheen te leggen, en daarop de veldbed te plaatsen. Na het heerlijk koele water uit de bergen, dat we o.a. in Soerengs hadden om op te baden, moesten we hier beginnen ook aan de uitge strektheid van het kamp moe te wennen. Na de betrekkelijk kleine buitenpost, waar we vandaan kwamen. Als je naar de keuken moet op de eten op te halen moet je ver lopen. Na de lange rit die we gemaakt hadden smaakte de bruine bonen en pap heerlijk. In alle kamers, waarin we volop electric licht is aanwezig, wat toch al een verbetering was, na de primitieve verlichting, op de buitenposten.

16 April 1950 Tandjong Priok

Na een paar dagen ben je al weer gewend aan het kampleven. De grootste verandering is voorbijs. De ligging is vrij comfortabel en dicht bij de olieweg gelegen, waar de temperatuur is bar warm, en het is ook altemaal nog een taak. Bij mandag houden maken, brug repareren, enz. In de haven van Priok komen elke dag troepentransportschepen aan, om de jongens naar Holland te verschepen. Priok is een vuile en drukke havenplaats. Batavia ligt er verder 10 km vandaan, en een grote mooie stad, waar je zondag veel kerken bezoeken. Ons kerkbezoek is vandaag weer het is voor ’s avonds een muziegezelschap, de vliegtuig ten zien landen en opstijgen, er zijn in het kamp ook barakken waar ambtenaren met hun gezinnen wonen. Dat is wel gezellig, de kinderen zijn vaak aan het vliegeren, waarna we ouderwets kijken.

22 April 1950 Tandjong Priok

Het is dagelijks mooi weer, er staat een lekker zee windje wat de ergste warmte tempert. De chau…

…ffeurs zijn bezig om hun auto’s na te zien, en wat op te knappen. Verder gaat er elke dag een groep jongens naar de pakens op wacht te lopen, want de loodsen daar staan vol met militaire spullen die naar Holland moeten verscheept en beschermd worden voor diefstal of sabotage.
Het kamp leeft een sfeer van vertrek naar Holland. Alle jongens hebben een kist of fakkelveld, waarop het thuisadres in Holland wordt opgeschilderd. De lijsten worden voorbereid met de spullen die straks pas, ruim bagage mee naar Holland. Vannacht menig vlieg opgeschrikt, omdat er een vliegtuig daarlangs is over het kamp vloog, omdat het een noodlanding moest maken.

24 April 1950 Tandjong Priok

Zondag is er gelegenheid om met vrachtwagens naar Batavia te gaan voor kerkdiensten. Ook wordt er elke avond dansavond gehouden en nu de meeste gezinnen afdeling voltallig is, meer genoeg nog veel die er andere nemen. Het weer is afwisselend, in nacht af regen, overdag warm, geen droog.

25 April 1950 Tandjong Priok

Gisterenavond volle vliegtuigen gezien, ook hebben we het afhalen van kinderen van hun ouders, alleen waren er geen sigaretten bij, omdat de export tabaksfabriek stil lag wegens staking personeel, we kregen nu een voorschot van 50 hlo. andere sigaretten. De toestand is militair gezien zeer rustig, na de soevereiniteitsoverdracht is een verbetering ingetreden voor de militairen hier, dan alleen de aller vitale punten nog wachten, vooral bij de haven waar veel oorlogsmaterieel wordt geladen van schepen van de K.P.M.

…die het naar Nieuw Guinea brengen, wat nog van Nederland is.

27 April 1950 Tandjong Priok

Het is in het kamp een natte boel, na de buien van vannacht. Het water zakt niet in de grond, omdat die erg kleiachtig is. En tegen elf uur de zon schijnt droog het niet erg. Vandaag weer goed gehad, 1,25 per dag, daar wordt je ook niet rijk van. We zijn ook op de foto gezet voor een pasfoto, voor op de demobilisatie papieren.

29 April 1950 Tandjong Priok

Overmorgen is het Koninginnedag. De inlanders hebben dan ook een vrije dag, maar voor hen is het geen Koninginnedag, maar Dag van de Arbeid. Dat is ingesteld door republiek Indonesië zelf, en is waarschijnlijk bedoeld om de bevolking op hand te krijgen. Want er wordt hier wat gestakt en de communisten doen in nog gang, net nu hier de meesten uit Nederland zijn terug, die politie bestuur uit handen heeft gegeven.

30 April 1950 Tandjong Priok

We aten vanmorgen krenten en wittebroodbollen met worst en vanmiddag aardappelen–kool–speksoep en pap, alweer was met de warmte beter smaakte. Morgen zijn wij, voor zover dat mogelijk is, vrij van dienst in verband Koninginnedag.

2 Mei 1950 Tandjong Priok

Vandaag wordt de film gedraaid, die in Cheribon is gemaakt. Gelogen we eens matrozen in het kamp van de Hollandse schepen die in de haven liggen, en leningsdienst in het kamp hebben, die ze bezoeken. Daarin veel, waarna voor de weer een windmolen van Holland, en onder de vele zon nog een paar doosjes sigaretten op, want we hebben hier alleen via Lembang tabak.

5 Mei 1950 Tandjong Priok

Het heeft flink geregend, zodat het kamp blank staat, de spullen die op de grond stonden moesten hogerop gezet worden, omdat ze vochtig in de kasten wat werd, want bij ons drongen water.
De wachtposten in het kamp zijn verscherpt, omdat er spullen gestolen zijn en remleidingen van auto’s doorgesneden. Waarschijnlijk door ploppers, die onder de prikkeldraad versperring zijn doorgekropen.

6 Mei 1950 Tandjong Priok

Vandaag zijn er veel auto’s schoongemaakt, ingeolied met een soort petroleum, omdat zij ingescheept worden naar Holland, en dan onderweg niet gaan roesten vanwege de eng binnen zoute zeelucht.

7 Mei 1950 Tandjong Priok

Gisteren is hier in de omgeving een kapitein vermoord, door de ploppers. Het is een feit te raden was, ze zien hierin de haat tegen de Hollanders, want hij was een burger, en nog geen jaar in Indië.

8 Mei 1950 Tandjong Priok

Steeds gaan er geruchten dat we nu spoedig naar Holland vertrekken, zelfs de naam van de boot wordt genoemd, zo wordt o.a. “Waterman” gesproken, die in de haven van Batavia ligt. We gaan er meer andere onderdelen aan boord, omdat wij dag en nacht lopen in de haven bij de unloading. Wij met het inruimen op de hoogte.

9 Mei 1950 Tandjong Priok

Vandaag is de sectie van het huigleger, zoals zwaar patrouillen, fustillerie en granaat. Dit wordt allemaal ingescheept, oudere stukken geschut worden door de kanonniers zonder handen…

…genomen, om ingeleverd te worden.

10 Mei 1950 Tandjong Priok

Morgen gaat de A. batterij verhuizen naar het demobilisatiekamp in Batavia. Dat zal dan veel klaarte verlegging zijn in Indië, na de vele posten die we bezet hebben.

11 Mei 1950 Tandjong Priok

Vandaag zijn er weer verschillende auto’s ingeleverd, die niet direct betrokken zijn bij het vervoer naar en van de wachtposten op de haven terrein. De temperatuur is 34°, warm, toch hier veel aan sport en wedstrijden gedaan om in conditie te blijven, want verder is buiten het wachtlopen niet veel te doen. De toestand is hier rustig, al horen we er elders op Java, waar nu nergens Hollandse militairen meer zijn, botsingen zijn tussen T.N.I.-militairen en Darul Islam rebellen. Maar dat hoort men zelf later uitzoeken, ongestoord is hier gedaan.

13 Mei 1950 Tandjong Priok

We hebben bericht gekregen om naar Holland te schrijven dat er na 1 juni geen post meer beheerd verstuurd te worden, omdat wij dan waarschijnlijk al op zee zitten. Zo af en toe gaan we naar de pasar in Batavia, om enige souvenirs te kopen. Pas maar alles is erg duur, maar onze ruims bagage (verdrag) moet morgen ingeleverd, willen we erg veel mogelijk instoppen.

14 Mei 1950 Tandjong Priok

De stemming in het kamp is op gewest, dat kan ook niet anders, als de bende jaren weg en leed met elkaar gedeeld heb, kruis je het fijne kameradschap. Vooral de wacht op de brug naar het kampement is geen pretje, want je staat er onbeschut in de brandende zon, of in de gietregen.

Nu is het geweldig zuur, lopen 2 uur af, 3 uur ’s nachts valt het oog niet mee, om in de donkere te staan turen, maar dan is het gelukkig niet zo heet. Het kamp is omgeven door water, aan één van een brede sloot waarover een brug ligt, de barakken zijn hoger grond, dus niet betrekkelijk beveiligd. Toch wordt uiterste waakzaamheid worden betracht, daar er veel geroofd wordt op en om de militaire uitrusting spullen te krijgen. Overdag is het op de brug gezellig druk met de vrouwen van het kamp, dat hier ook gelegenheid is op de pasar hun inkopen gaan doen. Ook zie je in de kreek inlanders bezig met visvangst, en vrouwen uit de kampong die er de was doen.

17 Mei 1950 Tandjong Priok

Dagelijks moet er nog wacht gelopen worden bij de kade, p.m. en a.m. andere zeeschepen ook bij de goederenschepen, daar zijn endorie havenloodsen, waarin inlanders trachten op allerlei manieren zich tegoed te doen aan de levensmiddelen en andere goederen die hier liggen opgeslagen. Soms wordt er een inlander betrapt, en dan wordt hij overgegeven aan de politie.

19 Mei 1950 Tandjong Priok

Vandaag Hollandse uniformen gekregen. Dat was een warm karweitje toen we die moesten passen. Zolder oude kleding waren we niet gewend, onze bruine tropenuniformen zitten veel lekkerder, gelukkig behouden we de bond niet te dragen. Dat gebeurde daar pas na de gerepatrieerden. Over enkele dagen de jongens nog te naaien om leeuwtjes, streep en emblemen enz. op de Hollandse uniformen aan te brengen, om er straks in Holland netjes uit te zien.

26 Mei 1950 Tandjong Priok

We zijn met 20 jongens naar de haven geweest om kanonnen te laden in de “Kota Inten”. Dat is een groot vrachtschip die in de haven ligt. Maar aangezien de inlanders weer eens staakten, moesten wij het doen. Het was zwaar werk, en ook best warm, om 25 stukken geschut in het onderste ruim te stouwen, ze wegen minstens 3000 kilo stuk. We hebben vandaag ook onze helm, wapens en munitie ingeleverd, wel kregen we ter afgifte een terug. We vertrekken naar Holland, aangezien we onze persoonlijke uitrusting compleet moeten inleveren, niet na ontsmetregen het regenzeil, in soort poncho, konden we inleveren voor in regendas.

28 Mei 1950 Tandjong Priok — 2e Pinksterdag

We hebben vandaag onze kisten die als ruimbagage gemarkeerd zijn, klaar gemaakt, en ingeleverd. Verder is het hier wat berusting, want ook de administratieve afdeling eenvoudig moest in kisten worden ingepakt.

29 Mei 1950 Tandjong Priok — Batavia

04.00 uur reveille, eerst polsen injectie, dan handbagage op de auto’s laden, bij een kampbos inleveren. En dan naar Batavia, de doorgang doorgezet naar Batavia, naar het bergkamp, waar het demobilisatiecentrum is, waar we verblijven tot wij de boot opgaan. We hebben vandaag ons laatste geld bij elkaar gelegd om een krans voor onze gesneuvelde kameraden te kopen, en op het militair kerkhof te brengen, en met de grootst aanwezige te plaatsen. En reis is een wonder is weer om, dat wij nu met zo velen behouden naar Holland mogen terugkeren.

30 Mei 1950 Batavia

We liggen nu in een stenen gebouw. Dat is weer eens wat anders dan jarenlang in bamboehutjes of barakken te hebben gebivakkeerd. Het regiment 1e R.V.A. ± 700 man, nu weer compleet, na lange tijd in aparte afdelingen op diverse plaatsen op Java te zijn gestationeerd. Het was een leuk weerzien, van oude bekenden waar je mee in Holland in dienst was gekomen en de opleiding hebt meegemaakt. Het is hier een komen en gaan van militairen, want vanuit dit kamp worden ze ingescheept, en dat gaat dag in dag uit voort.

Het eten is ondanks dat we hier met duizend militairen verblijven goed te noemen. Het is alleen zo, wie niet present is op etenstijd heeft niets, want op is op. Vol moet je in de rij staan om je etensblikken te laten vullen. Tot 5 uur mogen we het kamp niet uit, en dan duurt een dag lang pas met toestemming het terrein verlaten, rond te gaan zonder wapen, geeft een onveilig gevoel. We krijgen voortdurend medische inspectie. De drum-band van 4 I.R.V.A. is ook gearriveerd. We hebben niet veel bagage meer, alleen de plunjezakken en wat handbagage. Nadat we het kamp in Tandjong Priok hadden achtergelaten, werd het vervolgens overgenomen door het regiment van het regiment jagers, die waren met een K.P.M.-boot uit Oost-Java gekomen. We hebben de wachtposten van ons overgenomen, omdat zij nog weer gewapend zijn.

5 Juni 1950 Batavia Kamp Beerenklauw

De laatste zondag in Indië. Vandaag kon de hele dag rusten en schrijven. Het is vandaag gelijk weer erg regenachtig. Passar Baroes is hier niet ver vandaan. Daar is het…

Een gezellige drukte, ook op zondag. Als wij op weg naar de kerk daar langs komen, kunnen we nog nauwelijks het kampement uit. Dagelijks komen er hier honderden jongens aan uit de verschillende oorden van Indië en als de overplaatsing geen dagen voortschrijdt, geen wonder dat er nog zo velen zijn achtergebleven.

5 Juni 1950 – Batavia

De laatste dag in Indië. In het kamp liggen naar schatting 6000 militairen. Gisteravond hebben de jongens van de drumband nog enkele muziekstukken ten gehore gebracht. Daarna ging de avond in vrolijk gesprek. Gisterenmiddag zijn we naar Menteng Poeloeg geweest, dat is een grote erebegraafplaats, waar duizenden jongens begraven liggen. We zijn daar nu laatste groet wezen brengen en hebben een krans gelegd. Het is een ontroerend moment, als ieder gevoel van de militaire groet brengt, vlaggen worden halfgehesen en het ruisen van de palmen wordt gehoord. Gedachten gaan steeds terug naar de tijd waartoe de jongens hun leven gaven, maar die dan weer terugdachten aan die opgewekte kampongbewoners, die verheugd op hun pad langs konden weerzien en in rust en vrede hun primitieve maar toch gelukkige dagen beleven. Denkende aan die tijd, dan ben je toch wel weer dankbaar dat die tijd toen mocht beleven en kunnen het nog in je oren: Tabéh toean, trimakassi bandale.

Vandaag moesten we de post inleveren, er is veel geschreven, want de post heeft veel balen nodig om alles in te doen. Gisteren heeft de drumband weer een uitgeleide mars ten gehore gebracht voor de generaal van onze regimentcommandant, die al die tijd in Soerabaja had gebivakkeerd, maar nu het commando weer op zich heeft genomen.

Hij stond gewoon te stralen, daarbij de drumband in volle ornaat voor zich zag marcheren. Het is altijd weer een prachtig gezicht, die blinkende trompetten waar dan een wimpel met het embleem van 4 R.V.A. en trommels waarop ook de symbolen zijn aangebracht. Het is de trots van ons regiment. Ons commandant die dit trompetterskorps heeft opgericht. Vandaag is rust, maar eenmaal voor vertrek plunjezak en handbagage staan startklaar.

6 Juni 1950 Batavia

Om 5 uur gewekt door de hoornblazers, baden en kamp opruimen, eten en daarna met 40 wagens van de A.A.T., het hele regiment, naar de haven gebracht. Het was een lange colonne, in de voorste auto speelde het trompetterskorps en vertrok even over 8 uur. Om 10 uur werden we ingescheept op de “Goya”, een Zweeds houtbouw-
en moedig gebouwd was het stapelsgewijze volgeladen met troepen transportschepen voor huis.
’s Middags vertrokken wij naar het Noorden (Helena’s) en het Zweedse Volkslied was gespeeld. Langzaam voeren wij de haven uit, die ons de laatste maanden bekend was geworden door de kleuren waarin die nog gehesen werd. Nog even en dan zijn we zijn werkelijk uitgevaren.
Toen op de rede van Tandjong verdwijnt uit zicht, langs de vulkaan Krakatau koersend, de Indische Oceaan. Ondertussen hebben we heerlijk gedoucht, om al het Indisch zand eens weg te spoelen. Een mooie zonsondergang was het afscheid van Indië. Het eten aan boord is prima, veel zuivel en schapenvlees. De tocht over de Indische Oceaan kenmerkt zich door rustig…

en stormachtig weer, zodat de golven over het voorschip tot aan de stuurhut aansloegen. Na het passeren van een eilandje aan de Zuid-Westkust van Sumatra, voeren we recht de oceaan op. Apen aan het schip is ± 7000 ton groot. We liggen met 2 man boven elkaar in ijzeren ledikanten, met een matras, laken en deken. In de hutten waar met 30 man bij elkaar zijn, geen patrijspoorten, die zijn er alleen in de eetzaal. Het is vergeleken met de Johan van Oldenbarnevelt, die eens op de “zeereis” hadden, weer erg bekrompen. We zijn met 1000 man aan boord, alleen ons regiment van ± 900, 200 manschappen vrouwen. Het verblijf aan dek op het achtererf is verboden, er hangen daar veel wasgoed van de anderen op, in troepentransport met aan zal treffen.
Zondag 18-6-1950: ’s morgens en ’s avonds. Het schip heeft in de storm behoorlijk gedobberd, op de Indische Oceaan. Er waren veel zeezieken, de eetzaal was zo te zien leeg, de jongens kregen dan ook geen witte boterham te kauwen. Zeeziekte maakt hongerig, maar pas zeezicht geneest. Ben hier 3 dagen goed van het eten al genoeg, er staat zelfs visserij te voeren, maar voor degenen die tegen zeeziekte kunnen is het wel lekker aan wal wordt toch voor alles weer klaargemaakt, dus onderhoud.
De jongens hebben nog dagelijks dienst als scheepspolitie, om te zien dat alles aan boord ordelijk verloopt. Daar in de ruimten niet wordt gerookt enz. Elke avond wordt er dagsluiting gehouden door een veldprediker. Een paar avonden heeft een officier het gedaan omdat de veldprediker zeeziek lag. Veel rust is er voor ons aan dek. De maaltijden die genoten worden, worden begeleid door enige hoornblazers. Verder is er ontspanning door het optreden van de drumband, en het…

door het samengestelde toneelspelersgroepje. In tegenstelling tot de heenreis is het nog erg rustig, redene wat betreft de militaire zaken die we op de heenreis dagelijks moesten beoefenen. Nu in Indië hebben we toch genoeg dagen ook gekregen trainen. Het weer was, na de stormachtige reis over de oceaan, prachtig, waarna zuidelijk van Heijbeen we een kalme zee gehad.
Ook de Generaal Taylor, die een dag na ons vertrokken is, lag in Aden. Daar zitten 1600 jongens op. Aden is een mooie plaats, rondom in de bergen. We zagen het op de weg terug liggende met hun begeleiders. We mochten niet van land, maar vanaf het schip kon je alles goed zien. Het is een echt oosterse stad, met witgepleisterde gebouwen. Rondom het schip is het weer vol met bootjes waarin loopwaar, die door de roep van wordt aangeboden. Er wordt niet veel gekocht, want we zijn niet rijk. Om 5 uur ’s avonds vertrokken we weer uit Aden. ’s Avonds om 10 uur was er nog een droevige gebeurtenis: een van de kinderen, een baby van plan Klein, is overleden en werd overboord gezet. Voor de ouders, die in Indië ook al zoveel hadden meegemaakt, moet dit verschrikkelijk zijn. Op hun huilend gezicht zagen we de plechtigheid waarop het achterschip plaatsvond. Het schip lag even stil en deinde zacht op de golven van de Rode Zee. Toen het lijkje na een zeemansbegrafenis en het gebed in Gods naam had gevolgd overboord was gezet, ging de reis weer verder, zo het leven van een militair vol wisseling.

In Suez werd het tropenuniform verwisseld voor het uniform wat men in Holland draagt.
Na een voorspoedige reis arriveerden wij op 2 juli 1950 in Amsterdam, waar touringcars gereed stonden om ons thuis te brengen, wat in Nederland opviel, was dat alles zo bekrompen was na 4 weken zee en lucht, gezichten hebben en de wijdte van het Indische landschap.
Ook aan het rechtse verkeer moest je weer wennen, maar toen we eenmaal weer thuis waren, was alles weer ouderwets. Alhoewel je weer aan het burgerlijke leven moest wennen.